Administratief memorandum / ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Administratief memorandum / ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [Stempel linksboven]
B I J B L A D V / A N :
M. No. 30 / 15 / 3 193 9
DOORGEZONDEN: 23/3
[Handgeschreven rechtsboven]
Hr. Remm 871
advies
27-3-39
[Handtekening: de Haan]
[Handgeschreven hoofdtekst]
Het verzoek van E. a Cattan om de plaats
van wijlen zijn vader M. a Cattan op de
markt Waterlooplein, toe te wijzen
aan zijn zuster Mej. F. a Cattan moet
m. i. worden afgewezen.
Zie rapport Chef marktopzichter.
[Handgeschreven rechtsonder]
4-4-39
[Handtekening: de Haan]
[Handgeschreven linksonder]
6/4-39
[Handgeschreven onderaan midden]
4.
[Rood potlood:] 30/15/4
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Onderwerp: Het document betreft de afhandeling van een verzoek tot overdracht van een marktvergunning (staanplaats) op de markt aan het Waterlooplein.
* Inhoud: E. a Cattan heeft verzocht om de marktplaats van zijn overleden vader, M. a Cattan, over te dragen aan zijn zuster, Mej. F. a Cattan. De ambtenaar (vermoedelijk De Haan) adviseert negatief ("moet m.i. worden afgewezen"), waarbij hij verwijst naar een onderliggend rapport van de Chef Marktopzichter.
* Procesgang:
* 23 maart: Ingekomen/doorgezonden volgens stempel.
* 27 maart: Eerste advies genoteerd.
* 4 april: Nadere datering/bevestiging door De Haan.
* 6 april: Vermoedelijke datum van definitieve administratieve verwerking.
* Terminologie: "m.i." staat voor "mijns inziens". "Wijlen" geeft aan dat de vader is overleden. Dit document biedt een inkijkje in het marktwezen van Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog (voorjaar 1939). De markt op het Waterlooplein was het centrum van de handel in de toenmalige Joodse buurt. De familienaam "a Cattan" (of "da Cattan") is een Sefardisch-Joodse naam die veelvuldig voorkwam in Amsterdam.
Staanplaatsen op de markt waren schaars en strikt gereguleerd door de gemeente. Hoewel het gebruikelijk was dat rechten binnen families overgingen, werd dit per geval getoetst door de marktopzichter. De afwijzing in dit geval suggereert dat de zuster mogelijk niet voldeed aan de specifieke voorwaarden voor een vergunninghoudster, of dat de marktregels op dat moment een strikter beleid voorschreven wat betreft erfopvolging van staanplaatsen.