Officiële waarschuwingsbrief van de gemeente Amsterdam
Origineel
Officiële waarschuwingsbrief van de gemeente Amsterdam 10 mei 1939 Dienst van het Marktwezen, Amsterdam (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14) Den Heer M. Pront, Rapenburg 42 I, Amsterdam-Centrum [Logo: Drie kruisen van Amsterdam geflankeerd door twee leeuwen/figuren]
MARKTWEZEN AMSTERDAM
HG. [Handgeschreven in blauw potlood:] Verzonden 10/5
[Lijn]
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
[Lijn]
No. 30/34/2 M.
BIJLAGE ________________
ONDERWERP: ______________
AMSTERDAM (W.) 10 Mei 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer M. Pront,
Rapenburg 42 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Zwanenburgwal te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 13 Mei a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 15 Mei a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633.
--- Deze brief is een formele sommatie van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan een marktkoopman, de heer M. Pront. De kern van het schrijven is een betalingsachterstand: de heer Pront heeft al meer dan drie weken zijn stageld voor zijn plek op de markt aan de Zwanenburgwal niet betaald.
De toon van de brief is ambtelijk en dwingend. Er wordt een harde deadline gesteld: betaling moet binnen drie dagen (vóór 13 mei) binnen zijn. Gebeurt dit niet, dan verliest de koopman per 15 mei definitief zijn vaste standplaats op basis van de vigerende marktverordening. De brief biedt nog een kleine opening voor coulance indien er sprake is van overmacht, zoals ziekte of bittere armoede ("steun genieten"), mits dit direct gemeld wordt.
--- Dit document stamt uit mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locatie van zowel de markt (Zwanenburgwal) als het woonadres van de heer Pront (Rapenburg) bevinden zich in het hart van de oude Amsterdamse Jodenbuurt. In deze periode was de handel op straatmarkten een essentiële bron van inkomsten voor veel Joodse Amsterdammers, die vaak in precaire economische omstandigheden leefden.
De brief illustreert de dagelijkse bureaucratie en de economische strijd van kleine zelfstandigen vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het verlies van een vaste standplaats betekende voor een marktkoopman vaak de ondergang van zijn broodwinning. De verwijzing naar het "genieten van steun" (sociale uitkering) geeft aan dat armoede een reëel en erkend risico was voor deze beroepsgroep. Na de Duitse bezetting in 1940 zouden juist deze markten en hun kooplieden het doelwit worden van verregaande anti-Joodse maatregelen en uiteindelijk deportatie.