Archiefdocument
Origineel
6 mei 1939 (met latere aantekeningen van 24-5-'39) Ind.8/5 1939 No.1710 Bel.Fr.
Dict.Ga/Mi.
Lr.S.No.5129/1939.
Dossier U.1.c.
Groep C.
Adressant, Jacob Lierens, geboren te Amsterdam, 13 Mei 1901, handelaar in meubelen enz. thans wonende Waterlooplein 93 I, en zaakdryvende Waterlooplein 93 huis, vraagt vergunning tot het op werkdagen, gedurende den tyd, waarop zyn winkel voor het publiek geopend is, uitstallen met tweedehandsch meubelen en huishoudelyke artikelen, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad, voor genoemd perceel.
Hy wenscht daartoe te beschikken over een oppervlakte van 1.60 m2 en wel links en rechts voor het perceel 1.70 meter en 1.50 meter langs en 0.50meter uit den gevel.
Dezerzyds geen bezwaar.
AMSTERDAM, 6 MEI 1939.
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie,
Toegevoegd voor de Administratie,
w.g.onleesbaar,
GEEN BEZWAAR, OPENBARE GEMEENTEGROND
24-5-'39
De Directeur P.W.
w.g.Ir.De Graaf.
GEEN BEZWAAR:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g.Dr.A.v.d.Laan. Dit document is een ambtelijke afhandeling van een vergunningsaanvraag uit mei 1939. De aanvrager is Jacob Lierens, een handelaar in tweedehands meubelen en huishoudelijke artikelen, gevestigd aan het Waterlooplein 93 in Amsterdam. Hij verzoekt om toestemming om tijdens winkeluren koopwaar uit te stallen op het trottoir direct voor zijn winkelpand. De aanvraag specificeert de exacte afmetingen van de gewenste uitstalling (totaal 1,60 m²).
Het document toont de bureaucratische gang van zaken:
1. De politie (Hoofdcommissaris) geeft op 6 mei 1939 als eerste akkoord ("Dezerzyds geen bezwaar").
2. Vervolgens geven op 24 mei 1939 zowel de Dienst Publieke Werken (P.W.) als de Directeur van het Marktwezen hun goedkeuring.
Het taalgebruik is formeel en typerend voor de vooroorlogse administratie (bijv. "zaakdryvende", "perceel", "dezerzyds"). Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het Waterlooplein was in deze periode het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en stond bekend om zijn levendige handel en markten. Jacob Lierens, de aanvrager, was een van de vele Joodse ondernemers in dit gebied.
De noodzaak voor dergelijke vergunningen onderstreept de strikte regulering van de openbare ruimte door de gemeente Amsterdam, zelfs in een buurt die bekend stond om zijn straathandel. Het archiefstuk biedt een inkijkje in het dagelijks economisch leven van een kleine ondernemer aan het Waterlooplein, kort voordat de bezetting de sociale en economische structuur van deze buurt volledig zou vernietigen. De naam Jacob Lierens komt voor in de archieven van de Jodenvervolging; hij overleefde de oorlog niet en werd vermoord in Sobibor in 1943. Dit geeft het ogenschijnlijk triviale administratieve document een tragische historische lading. C. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie Publieke Werken