Brief / Ambtelijk advies.
Origineel
Brief / Ambtelijk advies. 20 juni 1939. J. Renz, Marktopzichter. Waterlooplein 20 Juni 1939
Den Heer
Inspecteur
__________
Aangaande het verzoek van Dhr. J. Lievens zou ik
U om de volgende reden in overweging willen
geven, het verzoek niet toe te staan. Zaken in 2de
hands art: zooals die van Dhr. Lievens, worden
bijna alleen daar opgericht waar een markt
in de onmiddellijke nabijheid is, (in dit geval
Waterlooplein) Dergelijke zaken drijven op de
markten, en om nu terwille van die zaken
gelegenheid te geven dat het publiek in
mindere mate de markt bezoekt, acht ik niet
wenschelijk, ook al niet omdat men dan buiten
de officieele markt, nog een officieuzen markt
krijgt. -
Marktopz:
J. Renz * **Kernboodschap:** De marktopzichter adviseert de inspecteur negatief over een verzoek van de heer J. Lievens. Hij vreest dat het toestaan van een privézaak in tweedehands goederen vlakbij de markt schadelijk is voor de reguliere marktwerking.
- Argumentatie:
- Dergelijke winkels parasiteren op de aanloop van de bestaande markt.
- Het zou kunnen leiden tot een daling van de bezoekersaantallen op de officiële markt.
- Er ontstaat een risico op een "officieuze markt" (ongereguleerde handel) buiten de officiële grenzen van het Waterlooplein.
- Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele ambtenarentaal met spellingselementen van vóór de hervorming van 1947 (bijv. "wenschelijk", "officieele"). Dit document stamt uit juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was in die tijd het centrum van de Amsterdamse joodse buurt en de bekendste markt voor tweedehands goederen en curiosa. De brief illustreert de strikte scheiding die de gemeente Amsterdam wilde handhaven tussen de gereguleerde markthandel op straat en de omliggende commerciële vestigingen. De marktopzichter fungeert hier als bewaker van de economische belangen en de orde van de officiële marktplaats. J. Lievens J. Renz Gemeente Amsterdam