Typoscript (doorslag van een verzonden brief).
Origineel
Typoscript (doorslag van een verzonden brief). De Directeur (instantie onbekend, mogelijk een gemeentelijke of sociale dienst). [Rechtsboven, handgeschreven:] M. de Boer
[Linksboven:] 31/17/2 M.
[Midden boven, handgeschreven:] Verzonden 7/4
[Rechtsboven:] VP/G.
6 April 1939.
den Heer H. Prins,
Joden Houttuinen 32,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 2.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 Maart jl.
bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor in-
williging in aanmerking kan komen.
De Directeur, Het document is een korte, formele afwijzingsbrief. De inhoud is laconiek: een verzoek dat ruim twee weken eerder was ingediend, wordt zonder opgave van redenen afgewezen. Opvallend is de onderstreping van het woord "niet", wat de nadruk legt op de finaliteit van het besluit.
De handgeschreven aantekening "Verzonden 7/4" duidt op een administratieve handeling waarbij de verzenddatum van de doorslag werd genoteerd voor het archief. De naam rechtsboven ("M. de Boer") verwijst waarschijnlijk naar de behandelend ambtenaar of de persoon die de brief heeft geconcipieerd. De brief is geschreven in april 1939, minder dan anderhalf jaar voor de Duitse inval in Nederland. De geadresseerde, de heer H. Prins, woonde aan de Joden Houttuinen 32. Dit was een bekende straat in de Joodse buurt van Amsterdam, een wijk die destijds gekenmerkt werd door armoede en overbevolking, maar ook door een levendige gemeenschap. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze buurt zwaar getroffen door deportaties. Na de oorlog is de straat Joden Houttuinen grotendeels gesloopt voor de aanleg van de IJ-tunnel.
Gezien de tijdgeest en de locatie van de geadresseerde, is het aannemelijk dat het verzoek (waarop de afwijzing volgt) te maken had met de precaire situatie waarin veel Joodse Amsterdammers zich bevonden, zoals een aanvraag voor financiële ondersteuning, een huisvestingskwestie of een poging om familieleden uit Duitsland of Oostenrijk te helpen. De afstandelijke, ambtelijke toon van de brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid van die periode. H. Prins M. de Boer