Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. Mevrouw (Juf.) Mackay, Formosastraat 7-III, Amsterdam. Een onbekende functionaris, geadresseerd als "Geachte Meneer" (waarschijnlijk de marktmeester of een ambtenaar van de afdeling marktwezen). № 32 / 2 / 7 M. 1939 4/2 [stempel]
[Aantekening rechtsboven:]
mi. Hr. Mully
Insp.
Zaterdag 25 Fe.
Geachte Meneer
Daar ik u briefkaart heb ontvangen
wil ik u even mededelen alsdat mijn
man W. F. Mackay voor vier maanden
is ingesloten in Alkmaar,
zoodoende kan hij niet op u kantoor
komen hij is 8 Januarie vertrokken
tot en met 8 Mei. Maar ik dacht dat
het Maatschapplijk steun u al in kenis
had gesteld van dat geval omrede
dat ik het witte marktkaartje van
zijn vaste plaats moest inleveren.
Want ik zou niet graag willen dat u
mijn man zijn standplaats zou in-
trekken want mijn man weet van dat
geval niets af, want hij had het al
voor uit gerecht. Hij komt 8 Mei
terug en gaat weer met handel.
maar wil u mijn persoonlijk
spreken dan bericht u mijn
even waneer ik op u kantoor
moet komen voor veders inlichting
Juf. Mackay.
("Formosastraat") Formosastraat 7 III. * Kern van de brief: Mevrouw Mackay schrijft een brief om de afwezigheid van haar echtgenoot toe te lichten. Haar man, W.F. Mackay, zit een gevangenisstraf van vier maanden uit in Alkmaar (van 8 januari tot 8 mei).
* Problematiek: Omdat hij "ingesloten" is, kan hij niet persoonlijk verschijnen op het kantoor van de geadresseerde. De schrijfster heeft het "witte marktkaartje" (het bewijs voor een vaste staanplaats op de markt) al moeten inleveren bij de Maatschappelijke Steun.
* Doel: De schrijfster is bang dat haar man zijn vaste standplaats verliest door zijn afwezigheid. Ze benadrukt dat hij na zijn vrijlating op 8 mei direct weer wil beginnen met zijn handel. Ze biedt aan om persoonlijk langs te komen voor verdere toelichting ("veders inlichting").
* Taalgebruik: Het document is geschreven in een eenvoudig, ietwat fonetisch Nederlands met diverse spellingvariaties die typerend zijn voor die tijd (bijv. "Januarie", "kenis", "omrede", "veders"). De brief dateert uit het begin van 1939. De referentie naar de "Formosastraat" plaatst de afzender in de Indische Buurt in Amsterdam. In deze periode was het bezit van een vaste standplaats op de markt cruciaal voor het levensonderhoud van een gezin. De "Maatschappelijke Steun" was de voorloper van de sociale dienst; zij hielden toezicht op gezinnen waarvan de kostwinner niet kon werken of gedetineerd was. De angst van de vrouw voor het intrekken van de standplaats is begrijpelijk, aangezien dit de enige bron van inkomsten voor de handelende man was zodra hij weer vrijkwam. De administratieve stempels duiden erop dat de brief correct is gearchiveerd door de betreffende gemeentelijke instantie. F. Mackay Mackay schrijft (Mevrouw) W.F. Mackay Marktwezen