Brief (doorslag/archiefkopie)
Origineel
Brief (doorslag/archiefkopie) 24 februari 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam) den Heer J. Matteman, Vrolikstraat 138, Amsterdam-Oost [Links boven, getypt:] 33/6/2 M
[Rechts boven, handgeschreven:] W. de Laer
[Midden boven, handgeschreven diagonaal:] Verzonden 25/2
[Rechts boven, getypt:] VP/G.
[Rechts, getypt:] 24 Februari 1939.
[Rechts, getypt:]
den Heer J. Matteman,
Vrolikstraat 138,
[onderstreept:] Amsterdam-Oost.
Wyk 20.
[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 15 dezer bericht ik U, dat U ingevolge het Reglement op de Markten verplicht is als houder van een voorkeurskaart voor de markt Westerstraat tenminste drie maal per vier weken een plaats op de bedoelde markt te bezetten. Indien U aan deze verplichting niet voldoet, zal de U verleende voorkeurskaart worden ingetrokken.
[Rechts onder, getypt:]
De Directeur, Het document is een officiële waarschuwing of aanzegging van de gemeente Amsterdam aan een markthandelaar, de heer J. Matteman. Uit de inhoud blijkt dat Matteman een 'voorkeurskaart' bezat voor de Westerstraatmarkt. Een dergelijke kaart gaf een koopman het recht op een vaste, bevoorrechte staanplaats.
De kern van de brief is de handhaving van het 'Reglement op de Markten'. De directeur wijst de ontvanger op de aanwezigheidsplicht: om de voorkeurskaart te behouden, moet de koopman minimaal drie keer per vier weken fysiek aanwezig zijn op de markt. Het niet naleven van deze regel zou resulteren in het intrekken van de vergunning. De handgeschreven aantekening "Verzonden 25/2" duidt op de administratieve verwerking in het verzendboek van de betreffende dienst. De brief dateert van februari 1939, een periode waarin de economische regulering van de Amsterdamse markten streng was. De Westerstraatmarkt in de Jordaan was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. Voorkeurskaarten waren zeer gewild omdat ze zekerheid boden in een tijd van economische onzekerheid.
De adresvermelding "Vrolikstraat 138" plaatst de heer Matteman in de Oosterparkbuurt, een wijk waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden, van wie velen werkzaam waren in de ambulante handel. De strikte toon van de brief is typerend voor de vooroorlogse bureaucratie, waarbij reglementen strikt werden nageleefd om de orde op de openbare markten te handhaven. J. Matteman W. de Laer Gemeente Amsterdam Marktwezen