J. Matteman
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 43
J. Matteman (geb. 11-1-1908) was een marktkoopman met standplaatsen op de Dapperstraat, Westerstraat en Uilenburg. Hij verkocht fruit, groenten en aardappelen. Van 1939 tot 1942 kreeg hij regelmatig last van het niet regelmatig bezetten van zijn standplaats, wat leidde tot waarschuwingen, uitstelbesluiten en uiteindelijk een formele afwijzing van zijn verzoeken. In 1942 werd hij geconfronteerd met de eis om een 'voorkeurskaart' te gebruiken. In 1943 werden zijn goederen door de Sicherheitspolizei in beslag genomen.
Archiefdocumenten
Document
* **Inhoud:** De brief is een formele aanzegging van de Dienst van het Marktwezen aan een marktkoopman (J. Matteman). Vanwege het niet-structureel gebruiken van een 'voorkeurskaart' voor de Dappermarkt, dreigt de ontvanger geschrapt te worden van de sollicitantenlijst voor die markt. * **Juridische grondslag:** Er wordt expliciet verwezen naar artikel 10 van het 'Reglement op de Markten'. * **Procedure:** De brief dient als een 'laatste kans' of hoorzitting. Voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen, wordt de betrokkene ontboden voor een gesprek met de Inspecteur. * **Taalgebruik:** Het taalgebruik is ambtelijk en streng. Opvallend is het gebruik van de 'y' in woorden als *schriftelyke*, *inschryving*, *sollicitantenlyst*, *by* en *myn*, wat gebruikelijk was in de toenmalige spelling (vaak een gevolg van de instellingen van de gebruikte typemachine).
Officiële brief/correspondentie van de Gemeente Amsterdam.
Deze brief is een formeel administratief schrijven van de dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De toon is dwingend en bureaucratisch. De kern van de zaak is dat de heer Matteman een 'voorkeurskaart' heeft voor de Dapperstraat-markt, maar deze blijkbaar niet (voldoende) gebruikt. Dit is in strijd met het marktreglement. De brief hanteert de toenmalige spelling (bijv. 'schriftelyke', 'inschryving', 'myn', 'by') en de formele aanspreekvorm 'den Heer'. De dreiging is het schrappen van de inschrijving op de sollicitantenlijst voor marktplaatsen, wat direct invloed zou hebben op het levensonderhoud van de geadresseerde. De heer Matteman wordt ontboden voor een gesprek bij de inspecteur om een definitief besluit te voorkomen.
Administratieve kaart/oproepingsregister van de marktkontrole (waarschijnlijk Amsterdam).
Dit document is een ambtelijke vastlegging van een tuchtmaatregel tegen een marktkraamhouder in Amsterdam kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. * **Overtreding:** J. Matteman werd opgeroepen omdat hij zijn toegewezen plaats op de Dappermarkt niet "geregeld" (regelmatig) bezette. Marktvergunningen waren strikt gebonden aan de plicht om ook daadwerkelijk aanwezig te zijn. * **Procedure:** Er is een officiële oproep verzonden voor een gesprek op 23 oktober 1939 om 09:00 uur. * **Consequentie:** Uit de "Aanteekeningen Inspecteur" blijkt dat de betrokkene niet is verschenen ("geen gevolg gegeven"). Als directe sanctie is het besluit genomen tot "Intrekken", wat betekent dat de marktvergunning of de specifieke standplaatsvergunning is ingetrokken. * **Codes:** De afkorting "V.K.K." staat vermoedelijk voor een specifieke afdeling of verordening binnen de gemeentelijke marktdienst.
Document
* **Aanleiding:** De heer J. Matteman werd opgeroepen omdat hij zijn toegewezen standplaats op de Dappermarkt niet regelmatig innam. In de jaren '30 was er een strikt beleid om de schaarse marktplaatsen optimaal te benutten; wie zijn plek niet gebruikte, liep het risico deze te verliezen. * **Verloop:** De koopman werd ontboden voor een gesprek op 23 oktober 1939 om 9:00 uur. Uit de aantekening van de inspecteur blijkt dat Matteman niet is verschenen ("geen gevolg gegeven"). * **Besluit:** Als direct gevolg van zijn afwezigheid en het eerdere verzuim adviseert de inspecteur om de vergunning of de standplaats in te trekken ("Intrekken"). * **Code:** De vermelding "V.K.K. 2.07" verwijst vermoedelijk naar een specifiek artikel in de toenmalige marktverordening.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
* **Kernboodschap:** De schrijver, J. Matteman, legt uit waarom hij op maandag 13 februari zijn marktplaats aan de 'Westerschaat' (vermoedelijk bedoeld: Westerstraat of Westermarkt) niet kon bezetten. De reden is bittere armoede: hij heeft geen geld om handelswaar in te kopen. * **Financiële situatie:** Matteman geeft aan dat hij van de Maatschappelijke Steun 15 gulden heeft ontvangen als 'handelsgeld', maar dat dit bedrag onvoldoende is om een levensvatbare voorraad aan te leggen. * **Doel van de brief:** Hij vreest zijn 'voorkeurskaart' (een vergunning die recht geeft op een vaste staanplaats) kwijt te raken wegens afwezigheid. Hij verzoekt de instantie om zijn (toekomstige) afwezigheid niet als 'moedwillig' te bestempelen, zodat hij zijn rechten behoudt totdat zijn situatie verbetert. * **Schrijfstijl:** De brief is geschreven in een beleefde, ietwat onderdanige toon, kenmerkend voor correspondentie van burgers aan officiële instanties in die tijd. Er zijn later correcties boven de regels ingevoegd ('beleefd' en 'voorloopig').
Ambtsbericht/Interne notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).
De kern van dit document is een administratieve waarschuwing of instructie gericht aan een marktkraamhouder, J. Matteman. De auteur van de notitie (mogelijk een marktmeester of ambtenaar van de afdeling Marktwezen) stelt voor ("moet m. i. [naar mijn inzien] worden bericht") dat Matteman erop gewezen moet worden dat hij zijn rechten op een vaste staanplaats verliest als hij niet frequent genoeg aanwezig is. Specifiek moet hij 3 van de 4 weken aanwezig zijn op de markt in de Westerstraat. Voldoet hij hier niet aan, dan wordt zijn 'voorkeurskaart' (een bewijs dat recht geeft op een plek) ingetrokken en wordt hij van de sollicitantenlijst voor marktplaatsen geschrapt. Dit duidt op een streng gereguleerd systeem waarin de vraag naar marktplaatsen waarschijnlijk groter was dan het aanbod, waardoor inactiviteit direct leidde tot uitsluiting.
Brief (doorslag/archiefkopie)
Het document is een officiële waarschuwing of aanzegging van de gemeente Amsterdam aan een markthandelaar, de heer J. Matteman. Uit de inhoud blijkt dat Matteman een 'voorkeurskaart' bezat voor de Westerstraatmarkt. Een dergelijke kaart gaf een koopman het recht op een vaste, bevoorrechte staanplaats. De kern van de brief is de handhaving van het 'Reglement op de Markten'. De directeur wijst de ontvanger op de aanwezigheidsplicht: om de voorkeurskaart te behouden, moet de koopman minimaal drie keer per vier weken fysiek aanwezig zijn op de markt. Het niet naleven van deze regel zou resulteren in het intrekken van de vergunning. De handgeschreven aantekening "Verzonden 25/2" duidt op de administratieve verwerking in het verzendboek van de betreffende dienst.
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
In deze brief legt J. Matteman uit waarom hij zijn marktplaats op de weekmarkt in de Westerstraat (Amsterdam) de afgelopen tijd niet heeft kunnen innemen. De voornaamste reden is een gebrek aan klandizie ("gebrek aan handel"), wat hem ertoe heeft gebracht financiële steun aan te vragen bij de Maatschappelijke Steun. De schrijver meldt dat hij inmiddels werk heeft gevonden bij het Rijkskleedingmagazijn. Omdat de duur van deze aanstelling onzeker is, spreekt hij de wens uit om zijn marktvergunning (plaats 53) te mogen behouden. De brief is een formeel verzoek om duidelijkheid over de status van zijn staanplaats tijdens zijn tijdelijke afwezigheid. De toon is beleefd en plichtsgetrouw.
Document
Deze brief betreft een formele toestemming voor het tijdelijk onbezet laten van een marktkoopmansplaats. De ontvanger, de heer J. Matteman, woonachtig in de Vrolikstraat, had hiertoe een verzoek ingediend. De directeur van de betreffende dienst willigt dit verzoek in voor een periode van maximaal drie maanden. De belangrijkste voorwaarde voor het behoud van de standplaats op de Westerstraat-markt is dat de financiële verplichting (het marktgeld) wekelijks blijft doorlopen. De handgeschreven notitie "Verzonden 3/2-'40" duidt op de datum van verzending van de originele brief aan de burger.
Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kopie voor het archief).
* **Kernboodschap:** De heer Matteman krijgt toestemming om zijn standplaats op de Westerstraatmarkt voor een periode van maximaal drie maanden niet persoonlijk te bezetten. * **Voorwaarde:** De ontheffing is niet kosteloos; het wekelijkse marktgeld moet ook tijdens de afwezigheid van de koopman doorbetaald worden. * **Regelgeving:** Het document illustreert de strikte handhaving van de marktverordening in Amsterdam in die tijd. Standplaatshouders hadden een 'bezettingsplicht'; als zij zonder toestemming wegbleven, konden ze hun vergunning verliezen. * **Status:** De aanwezigheid van kenmerken zoals "VP/HG" en een dossiernummer wijst op een formele administratieve afhandeling binnen de gemeentelijke bureaucratie.
Document
De briefschrijver, de heer J. Matteman, richt zich tot een ongenoemde instantie (waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke afdeling belast met marktzaken). Hij refereert aan een eerdere brief van begin mei waarin hij uitstel vroeg voor het bezetten van zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat (Plaats 53). De kern van de brief is dat zijn werksituatie plotseling is veranderd. Hij was werkzaam bij het **Centraal Militair Kleedingmagazijn** (CMK), maar door de "gewijzigde omstandigheden" is hij ontslagen. Hierdoor dreigt hij werkloos te worden en wil hij per direct weer gebruikmaken van zijn marktplaats om in zijn levensonderhoud te voorzien. Hij verzoekt dringend om een reactie op zijn eerdere verzoek.
Document
In deze brief verzoekt E. Matteman-Polak om de officiële toewijzing van een marktplaats op de Uilenburg in Amsterdam. De aanleiding is een schrijnende persoonlijke situatie: haar man, J. Matteman (geboren 11 januari 1908), heeft haar en hun kind op 12 december 1939 verlaten zonder middelen van bestaan ("onverzorgd achtergelaten"). Sinds die datum heeft de schrijfster de exploitatie van de marktplaats zelf op zich genomen om een inkomen te genereren. Ze vreest echter dat haar man de plek weer zal opeisen zodra hij in geldnood komt. Ze geeft aan dat de echtscheidingsprocedure bijna is afgerond (over zes weken). De brief is een formeel verzoek aan de autoriteiten om haar recht op deze werkplek te beschermen, wat cruciaal was voor haar economische zelfstandigheid als aanstaande alleenstaande moeder.
Bijblad/Dossiernotitie van een ambtelijke instantie (waarschijnlijk Sociale Zaken of Armenzorg).
Dit document is een dossierkaart of bijblad betreffende de financiële en medische status van een gezin of individu, waarschijnlijk ten behoeve van sociale bijstand. * **Personen:** Er worden drie namen genoemd die aan elkaar gerelateerd lijken: Mevrouw Geb. (geboren) van Kolm (ook wel Susan genoemd), J. Matteman en Mevr. Matteman. Gezien de context van die tijd betreft het waarschijnlijk een echtpaar. * **Financiële status:** Het inkomen bedraagt 12 gulden per week. Er is sprake van een bezit van 400 gulden aan "handel" (voorraad of goederen) en 400 gulden aan contanten. * **Medische indicatie:** Er is een expliciete aantekening dat de betrokkene (v. Kolm/Susan) op doktersadvies niet meer mag werken. * **Juridisch/Ambtelijk:** De naam "Voûte" aan de "Heerengracht 172" verwijst naar het bekende advocatenkantoor van mr. J.R. Voûte in Amsterdam. De ambtenaar "de Boer" (of deBeer) voert de regie over het dossier en roept de betrokkenen op voor gesprekken in maart 1940.
Handgeschreven brief met administratieve stempels.
In deze brief protesteert J. Matteman tegen een mogelijke wijziging of het afstaan van zijn vaste standplaats op de markt. Hij voert hiervoor zowel zakelijke als persoonlijke argumenten aan: 1. **Economisch resultaat:** Een proef op een andere plek leverde "aanmerkelijk" minder inkomsten op. 2. **Rechtspositie:** Hij benadrukt dat hij een "vaste standplaatshouder" en een "bonafide marktkoopman" is. 3. **Privésituatie:** Er lijkt sprake van een conflict of een scheiding van belangen tussen de schrijver en zijn vrouw. Matteman stelt dat zijn vrouw een eigen inkomen heeft (uit een atelier) en dat hij haar een aanzienlijk bedrag (1150 gulden, wat in 1940 een zeer groot bedrag was) heeft nagelaten. Hij verzoekt de instantie expliciet om zijn vrouw mede te delen dat zij geen aanspraak kan maken op zijn plek en hem niet "lastig moet maken". Het handschrift is een vlot, duidelijk leesbaar cursief (lopend schrift) uit de vroege 20e eeuw. De spelling vertoont enkele verouderde vormen zoals "Wijl" (omdat) en "tegens" (hier gebruikt in de betekenis van tegen/daartegen).
Getypte brief op officieel briefpapier.
Deze brief is een formeel verzoek van een advocatenkantoor aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is het veiligstellen van een marktstandplaats voor mevrouw Esther Polak. **Belangrijkste punten uit de brief:** * **Persoonlijke situatie:** Esther Polak is in december 1939 door haar man (J. Matteman) verlaten. Er loopt een echtscheidingsprocedure. * **Financiële nood:** De echtgenoot betaalt geen alimentatie voor haar en hun kind. Vanwege gezondheidsredenen ("dokter's advies") heeft zij haar reguliere baan moeten opzeggen. Zij is voor haar levensonderhoud volledig afhankelijk van de inkomsten uit de marktverkoop. * **Locatie:** De standplaats bevindt zich aan de Uilenburgerstraat, direct tegenover haar eigen woning (nummer 48-II). * **Juridisch argument:** De advocaat refereert aan de marktvoorschriften (de drie-weken-regel) en benadrukt dat zijn cliënte altijd netjes heeft betaald en de plek al vier maanden onafgebroken bezet.
Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktplaatsbeheer.
Het document is een administratieve bijlage die de situatie van een marktkoopman, J. Matteman, behandelt in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Matteman heeft een staanplaats (nr. 53) op de Westermarkt/Westerstraat in Amsterdam. De kern van de zaak is een verzoek om uitstel voor het bezetten van zijn marktplaats. Matteman ontvangt op dat moment een loon van de "militaire kleedingdienst", wat hem belet om fysiek op de markt aanwezig te zijn. De ambtenaren overleggen over de duur van het uitstel (er wordt vier weken gesuggereerd) en of er bezwaren zijn. De heer Wolff geeft aan geen bezwaar te hebben tegen extra uitstel. Tevens wordt de financiële status van de koopman gecontroleerd. Er is onduidelijkheid of een eerdere procedure tot intrekking van de vergunning wegens wanbetaling ("uittrekking v.v.w. wanbetaling") is doorgezet. De kanttekening in de marge concludeert echter dat hij "geen schuld" heeft.
Doorslag (carbon copy) van een getypte officiële brief.
* **Inhoud:** Het document betreft een officiële beschikking waarbij de heer J. Matteman een tijdelijk uitstel krijgt van zijn verplichting om zijn standplaats op de markt in de Westerstraat te bezetten. Dit uitstel is geldig voor maximaal vier weken vanaf de dagtekening van de brief. * **Correcties:** In de tekst is handmatig een redactionele wijziging aangebracht: het woord "tot" is doorgehaald en vervangen door "om", wat grammaticaal juister is in de zinsconstructie "verplichting om ... te bezetten". * **Tijdsverloop:** De aanvraag van de heer Matteman kwam binnen op 27 juni 1940; de formele beslissing volgde ruim een maand later op 31 juli 1940. * **Bestuurlijke context:** Marktkooplieden in Amsterdam waren (en zijn) gebonden aan strikte regels wat betreft aanwezigheid om hun vergunning te behouden. Afwezigheid zonder toestemming kon leiden tot het intrekken van de standplaats.
Zakelijke brief / Ambtelijk schrijven (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).
Dit document is een officiële afwijzing van een verzoek dat is ingediend door de heer J. Matteman. Uit de tekst valt op te maken dat Matteman een marktkoopman was met een vaste staanplaats op de markt in de Westerstraat (de bekende "Lapjesmarkt" of algemene markt in de Jordaan). De kern van de brief is tweeledig: 1. **Afwijzing:** Een niet nader gespecificeerd verzoek (ingediend op 27 augustus 1940) wordt resoluut afgewezen. Het woord "niet" is onderstreept om de nadruk te leggen op de onherroepelijkheid. 2. **Waarschuwing:** De directeur wijst de geadresseerde op zijn plicht om de marktplaats regelmatig te bezetten. Gebeurt dit niet, dan zal de vergunning voor de standplaats worden ingetrokken op basis van het 'Reglement op de Markten'. De handgeschreven notitie "M. de Leeuw" rechtsboven kan verwijzen naar de ambtenaar die de zaak behandelde of de naam van de persoon die het dossier beheerde.
Officiële brief/kennisgeving.
De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer J. Matteman op 27 augustus 1940 was ingediend. Hoewel de aard van het verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de context dat het gaat over zijn standplaats op de markt in de Westerstraat (de bekende Jordaanmarkt in Amsterdam). De toon van de brief is streng en bureaucratisch. Naast de afwijzing bevat de brief een expliciete waarschuwing: als de heer Matteman zijn marktplaats niet "regelmatig bezet", zal deze worden ingetrokken op basis van het Marktreglement. Dergelijke strikte handhaving van regels was in deze periode vaak een voorbode van administratieve uitsluiting.
Administratieve kaart/oproep van de Inspectie der Markten.
Dit document is een officiële administratieve kaart van de Amsterdamse marktinspectie (waarschijnlijk het 'Marktwezen', aangeduid door de 'M' in het kenmerk). De kaart dient als verslag van een oproep aan een marktkoopman, de heer J. Matteman. De reden voor de oproep is dat hij zijn toegewezen standplaats (nummer 53) op de markt in de Westerstraat "niet geregeld" bezet. Markten waren (en zijn) gebonden aan strikte regels; als een vergunninghouder zijn plek te vaak onbeheerd liet, liep hij het risico de vergunning kwijt te raken. De kaart bevat een verwijzing naar een eerdere brief (33/61/1 '40), wat wijst op een lopend dossier. Op 3 augustus 1940 is de kaart door een ambtenaar (geparafeerd met 'P.') gemarkeerd voor het archief ("opbergen").
Vakblad voor standwerkers en marktkooplieden.
De linkerpagina toont een streng bericht van het bondbestuur (ondertekend door A. Morpurgo en JAC) over achterstallige contributies. Er wordt gedreigd met definitief royement als de schulden niet voor 1 april zijn voldaan. De lijst met namen van geschorste leden geeft inzicht in de ledenlijst van de bond op dat moment. Onderaan staat een gedetailleerde kalender van jaarmarkten en marktdagen in april voor diverse Nederlandse plaatsen. De rechterpagina bevat advertenties die specifiek gericht zijn op de beroepsgroep van standwerkers en marktkooplieden. De toon is collegiaal ("Uw collega van de markt"). Opvallend is de advertentie van L. Paes, die etui's verkoopt voor stamkaarten, identiteitsbewijzen en distributiebonnen. Dit is een cruciale aanwijzing voor de datering van het document.
Officiële brief/oproeping van een gemeentelijke instantie.
Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is dat de heer Matteman zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat niet volgens de regels gebruikt (niet "regelmatig bezet"), ondanks een eerdere waarschuwing. De brief citeert artikel 11 van het Reglement op de Markten als juridische grondslag voor de mogelijke intrekking van de vergunning. De brief is opgesteld op een voorgedrukt formulier (Model No. 8), wat wijst op een gestandaardiseerde procedure voor dit soort overtredingen. De handgeschreven aantekening "verzonden 15/10" bovenin diende voor de interne administratie van het Marktwezen. De heer Matteman wordt ontboden voor een gesprek ("horen") voordat de definitieve beslissing tot intrekking wordt genomen.
Officiële brief/oproep van een gemeentelijke instantie.
De brief is een formele waarschuwing en oproep van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van het geschil is dat de heer Matteman een 'voorkeurskaart' bezit voor de markt in de Westerstraat, maar deze niet regelmatig gebruikt. Volgens het toenmalige marktreglement (artikel 10) was men verplicht actief gebruik te maken van de verleende rechten, anders werd men van de sollicitantenlijst geschrapt. De ontvanger wordt ontboden op het kantoor aan de Jan van Galenstraat (de locatie van de Centrale Markthallen) voor een gesprek met de inspecteur voordat de definitieve beslissing tot schrapping wordt genomen. Opvallend is het gebruik van de 'y' in woorden als *schriftelyke*, *inschryving* en *myn*, wat destijds nog gebruikelijk was in ambtelijke correspondentie.
Document
Het document is een administratieve lijst van marktkooplieden die een vaste plek hadden op de markt in de Joubertstraat in Amsterdam. De lijst bevat kolommen voor de naam, geboortedatum, het woonadres en het type product (artikel) dat verhandeld werd. Opvallende kenmerken: * **Correcties:** Bij de vermelding van J. v.d. Hoek is het artikel "visch" handgeschreven doorgehaald en vervangen door "groenten en fruit". * **Adressen:** De overgrote meerderheid van de adressen bevindt zich in de Transvaalbuurt en de Oosterparkbuurt (bijv. Retiefstraat, Tugelaweg, Reitzstraat), destijds wijken met een zeer grote Joodse populatie. * **Producten:** De handel varieert van primaire levensbehoeften (aardappelen, groente, fruit, vis) tot textielwaren (kousen, garen en band).
Handgeschreven register/lijst van personen, adressen en data van inlevering.
* **Doel van het document:** De lijst lijkt een administratieve controlelijst voor het vorderen van goederen. De kolom "d.d. Inlevering" bevat vaak specifieke data, maar ook opmerkingen als "d. Sicherheits pol. ingel." (door Sicherheitspolizei ingeleverd), wat duidt op dwang of inbeslagname door de bezetter. * **Geografische spreiding:** De adressen concentreren zich in de Amsterdamse Jodenbuurt (Rapenburgerstraat, Lepelstraat, Jodenbreestraat) en de Transvaalbuurt (Tugelaweg, Louis Bothastraat). * **Namen:** Veel typisch Joods-Amsterdamse achternamen (Kool, Koopman, de Hond, Lakmaker, Vischjager). * **Marginalia:** Er zijn diverse potloodnotities die verwijzen naar correspondentie ("volgens brief", "zie no 10/3/28") of wijze van transport ("per post", "per telefoon"). De afkorting "S.P." of "Sicherheits pol." verwijst naar de Duitse veiligheidspolitie. "Diam. B." bij no 122 zou kunnen verwijzen naar de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB).
Archieflijst-vermeldingen
Getypte lijst met namen, geboortedata, adressen en verhandelde artikelen.
| J.Matteman + | 24-9-81 | Saffierstraat 97 I | aard.gr.en fr. |
Administratieve lijst - Joubertstraat
| J. Matteman | 24-9-81 | Saffierstraat 97 I | aard. gr. en fr. |
Handgeschreven register/lijst van personen, adressen en data van inlevering.
| 14 | 158 | J. Matteman | Saffierstr. 97 I | 27-1-42 |
Getypte administratieve lijst (doorslag of origineel op dun papier).
| J.Matteman | 24-9-81 | Saffierstraat 97 I | | 1 | | |
Getypte administratieve lijst.
| J. Matteman | 24-9-81 | Saffierstraat 97 I |
Koopliedenlijsten
Waterlooplein
Waterlooplein
Uilenburg — standplaats aard
Uilenburg — standplaats aard
Uilenburg — standplaats 1
Relevante Archieffragmenten
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Ambtsbericht/Interne notitie op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14). * **Datum:** 21 februari 1939. * **Betreft:** J. Matteman, houder van een voorkeurskaart voor de markt in de Westerstraat. * **Kenmerken:** Bevat diverse administratieve stempels en handgeschreven nummers (o.a. 33/6/1 en 33/6/2 in rood potlood).
# TRANSCRIPTIE *extra* den Heer J. Matteman, Vrolikstraat 138, <u>Amsterdam-Oost.</u> Wyk 20. 33/61/2 M 31 Juli 1940. Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 27 Juni jl. verleen ik U hierby alsnog gedurende ten hoogste vier weken na dato dezes uitstel van Uw verplichting ~~tot~~ ^om^ regel- matig Uw plaats op de markt Westerstraat te bezetten. De Directeur,
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Administratieve kaart van de Dienst der Markten (Amsterdam). * **Datum:** 18 maart 1940. * **Referentienummer:** Nº 27/23/M 1940. * **Betrokkene:** J.B. Matteman, woonachtig aan de Balistraat 40 II te Amsterdam. * **Locatie:** Markt Ten Katestraat.
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Handgeschreven verklaring/kennisgeving. * **Datum:** 27 maart 1940. * **Locatie:** Amsterdam (A'dam). * **Taal:** Nederlands. * **Kenmerken:** Bevat een ambtelijk stempel met referentienummer en een handgeschreven kanttekening "Inschrijving". * **Persoon:** J.G. Matteman (ondergetekende).
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Doorslag (carbon copy) van een getypte officiële brief. * **Ontvanger:** Den Heer J. Matteman, Vrolikstraat 138, Amsterdam-Oost. * **Afzender:** De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). * **Datum:** 31 juli 1940. * **Kenmerk:** 33/61/2 M. * **Fysieke kenmerken:** Dun grijs doorslagpapier met handgeschreven aanteken...