Handgeschreven brief met administratieve stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met administratieve stempels. 10 maart 1940 (ontvangen/verwerkt op 19 maart 1940). J. Matteman. [Stempel:] № 31/17/2 M. 1940 19/3
Haarlem, 10 Mrt 1940.
Zeer Geachte Heer [Notitie in potlood/pen: Insp.]
Zondag j.l. heb ik het geprobeerd op een
andere plaats dan die, welke ik als vaste
standplaatshouder gerechtigd ben in te nemen.
De ontvangsten gaven een aanmerkelijk verschil op.
Wijl mijn vrouw nu een bron van inkomsten
heeft op atelier en ik haar een spaarpot van
elfhonderd en vijftig guldens heb achtergelaten,
zie ik niet in dat ik mijn recht om mijn
plaats in te nemen moet afstaan; temeer
daar ik zelf bonafide marktkoopman ben.
In de hoop dat U zoo welwillend zult zijn
en mijn vrouw van dit besluit op de hoogte
zult stellen en haar er tegens van zult
overtuigen dat het geen nut zal hebben het
mij daar lastig te maken, verblijf ik
met
alle Hoogachting.
J. Matteman.
p/a (tijdelijk) Matteman
Burgwal 79. Rood
Haarlem. In deze brief protesteert J. Matteman tegen een mogelijke wijziging of het afstaan van zijn vaste standplaats op de markt. Hij voert hiervoor zowel zakelijke als persoonlijke argumenten aan:
1. Economisch resultaat: Een proef op een andere plek leverde "aanmerkelijk" minder inkomsten op.
2. Rechtspositie: Hij benadrukt dat hij een "vaste standplaatshouder" en een "bonafide marktkoopman" is.
3. Privésituatie: Er lijkt sprake van een conflict of een scheiding van belangen tussen de schrijver en zijn vrouw. Matteman stelt dat zijn vrouw een eigen inkomen heeft (uit een atelier) en dat hij haar een aanzienlijk bedrag (1150 gulden, wat in 1940 een zeer groot bedrag was) heeft nagelaten. Hij verzoekt de instantie expliciet om zijn vrouw mede te delen dat zij geen aanspraak kan maken op zijn plek en hem niet "lastig moet maken".
Het handschrift is een vlot, duidelijk leesbaar cursief (lopend schrift) uit de vroege 20e eeuw. De spelling vertoont enkele verouderde vormen zoals "Wijl" (omdat) en "tegens" (hier gebruikt in de betekenis van tegen/daartegen). De brief is gedateerd op 10 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Nederlandse krijgsmacht was op dat moment gemobiliseerd. De opmerking dat hij zijn vrouw een spaarpot heeft "achtergelaten" en op een tijdelijk adres verblijft, zou erop kunnen wijzen dat de schrijver als militair elders gelegerd was, of dat er sprake was van een echtelijke breuk.
Het adres "Burgwal 79 Rood" in Haarlem is kenmerkend voor de stad; de toevoeging "Rood" duidde meestal op een bovenwoning (verdieping), terwijl "Zwart" de benedenwoning aangaf. De administratieve stempels en de notitie "Insp." wijzen op een officiële behandeling door de gemeentelijke marktmeester of de inspectie van de marktwezen. J. Matteman Marktwezen