Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 424
Dossier 113
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/oproeping van een gemeentelijke instantie.

15 oktober 1940. Van: De Directeur van het Marktwezen Amsterdam. Aan: Den Heer J. Matteman, Vrolikstraat 138, Amsterdam-Oost. Dossier: 33/90/4, 8

Origineel

Officiële brief/oproeping van een gemeentelijke instantie. 15 oktober 1940. De Directeur van het Marktwezen Amsterdam. Den Heer J. Matteman, Vrolikstraat 138, Amsterdam-Oost. [Logo: Wapen van Amsterdam met drie kruisen, omringd door gestileerde letters]
MARKTWEZEN AMSTERDAM

[Handgeschreven in potlood:] verzonden 15/10

TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN


No. 33/90/4 M
BIJLAGE __ AMSTERDAM (W.) 15 Oct. 1940
ONDERWERP:
______ JAN VAN GALENSTRAAT 14

                                    **AAN**
                                        **den Heer J. Matteman,**
                                        **Vrolikstraat 138,**
                                        **Amsterdam-Oost.**
                                                    **Wyk 20.**

    Op grond van het feit, dat U geen gevolg hebt

gegeven aan de aan U gerichte schriftelijke waarschuwing
om Uw plaats op de markt Westerstraat
regelmatig te bezetten, behoort Uw marktplaats ingevolge
artikel 11 van het Reglement op de Markten te worden inge-
trokken.
Alvorens hiertoe te besluiten roep ik U op om op
16 of 18 Oct.a.s.te 9 uur v.m. te komen bij den
Inspecteur van mijn dienst, Jan van Galenstraat 14, Amster-
dam-West.

                                        De Directeur,

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is dat de heer Matteman zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat niet volgens de regels gebruikt (niet "regelmatig bezet"), ondanks een eerdere waarschuwing. De brief citeert artikel 11 van het Reglement op de Markten als juridische grondslag voor de mogelijke intrekking van de vergunning.

De brief is opgesteld op een voorgedrukt formulier (Model No. 8), wat wijst op een gestandaardiseerde procedure voor dit soort overtredingen. De handgeschreven aantekening "verzonden 15/10" bovenin diende voor de interne administratie van het Marktwezen. De heer Matteman wordt ontboden voor een gesprek ("horen") voordat de definitieve beslissing tot intrekking wordt genomen. De datum van de brief, 15 oktober 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone bureaucratische kwestie lijkt over marktbeheer, moet het gezien worden in het licht van de beginnende anti-Joodse maatregelen.

Veel marktkooplieden in Amsterdam, zeker in de buurt van de Vrolikstraat (een straat met in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie), waren Joods. In de loop van 1940 en 1941 werd de bureaucratie door de bezetter en meewerkende instanties steeds vaker ingezet om Joodse burgers uit het economische leven te drukken. Hoewel deze specifieke brief het niet expliciet vermeldt, was het strikt handhaven van regels (zoals de bezettingsgraad van een kraam) een methode om vergunningen van Joodse ondernemers legaal te kunnen intrekken. Of de heer Matteman Joods was en of dit een gerichte actie was, zou uit aanvullend archiefonderzoek moeten blijken, maar de context van de vroege bezettingstijd maakt dit een zeer waarschijnlijk scenario voor dergelijke administratieve druk. De Jan van Galenstraat 14, waar de heer Matteman zich moest melden, was het adres van de Centrale Markthallen. J. Matteman Matteman wordt (De heer) Marktwezen

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief schrijven van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend. De kern van de zaak is dat de heer Matteman zijn toegewezen marktplaats op de Westerstraat niet volgens de regels gebruikt (niet "regelmatig bezet"), ondanks een eerdere waarschuwing. De brief citeert artikel 11 van het Reglement op de Markten als juridische grondslag voor de mogelijke intrekking van de vergunning.

De brief is opgesteld op een voorgedrukt formulier (Model No. 8), wat wijst op een gestandaardiseerde procedure voor dit soort overtredingen. De handgeschreven aantekening "verzonden 15/10" bovenin diende voor de interne administratie van het Marktwezen. De heer Matteman wordt ontboden voor een gesprek ("horen") voordat de definitieve beslissing tot intrekking wordt genomen.

Historische Context

De datum van de brief, 15 oktober 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment vijf maanden bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een gewone bureaucratische kwestie lijkt over marktbeheer, moet het gezien worden in het licht van de beginnende anti-Joodse maatregelen.

Veel marktkooplieden in Amsterdam, zeker in de buurt van de Vrolikstraat (een straat met in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie), waren Joods. In de loop van 1940 en 1941 werd de bureaucratie door de bezetter en meewerkende instanties steeds vaker ingezet om Joodse burgers uit het economische leven te drukken. Hoewel deze specifieke brief het niet expliciet vermeldt, was het strikt handhaven van regels (zoals de bezettingsgraad van een kraam) een methode om vergunningen van Joodse ondernemers legaal te kunnen intrekken. Of de heer Matteman Joods was en of dit een gerichte actie was, zou uit aanvullend archiefonderzoek moeten blijken, maar de context van de vroege bezettingstijd maakt dit een zeer waarschijnlijk scenario voor dergelijke administratieve druk. De Jan van Galenstraat 14, waar de heer Matteman zich moest melden, was het adres van de Centrale Markthallen.

Genoemde Personen 2

J. Matteman Matteman wordt (De heer)

Locaties

Centrale Markt Westerstraat

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6