Handgeschreven ambtelijke nota / advies.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke nota / advies. Vuisje is van hetzelfde feit reeds eerder
voorwaardelijk gestraft.
De voorwaardelijke straf kon echter
niet worden opgelegd, daar de termijn
waarbinnen ~~te~~ deze straf ^eventueel^ ten uitvoer
zou worden gelegd verstreken is.
Ik geef U echter in overweging
a. Vuisje thans het recht te ontzeggen
een plaats op een der markten in te
nemen en wel op Zaterdag 30 Maart 1940.
~~Z.O.Z.~~ Ik stel U voor Vuisje op Zaterdag uit te
sluiten, daar hij op andere dagen als
regel met andere kooplieden op de markt
Waterlooplein, zaken doet. 19-3-'40
de Boer
[In de linkermarge:]
21/3/40
[onleesbare paraaf, mogelijk 'Ar']
[In rode inkt/potlood in de linkermarge:]
21 / 24 / 2 M
[Onderaan gecentreerd:]
Accoord 20/3 '40 exp. WL * Juridische context: De koopman "Vuisje" is een recidivist. Omdat de proeftijd van een eerdere voorwaardelijke straf voor een soortgelijk feit is verlopen, kan die oude straf niet meer geëffectueerd worden. De opsteller zoekt daarom naar een alternatieve administratieve maatregel.
* Strafmaat: Er wordt voorgesteld om Vuisje voor één specifieke dag de markttoegang te ontzeggen: zaterdag 30 maart 1940.
* Motivering: De keuze voor de zaterdag wordt specifiek beargumenteerd: op andere dagen werkt Vuisje blijkbaar samen met andere kooplieden op het Waterlooplein. Door hem op zaterdag uit te sluiten, wordt waarschijnlijk beoogd hem persoonlijk te treffen zonder de bedrijfsvoering van zijn collega's op de overige dagen te verstoren.
* Procesgang: De nota is opgesteld door De Boer op 19 maart. Op 20 maart is het akkoord gegeven door een superieur (paraaf WL). Op 21 maart is het document administratief verwerkt (zie margenotities). Dit document stamt uit de periode net voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het Waterlooplein in Amsterdam was destijds het centrum van de handel in de Joodse buurt. De markt stond onder streng toezicht van de marktpolitie en marktmeesters. De informele wijze waarop de betrokkene bij zijn bijnaam of achternaam "Vuisje" wordt genoemd, duidt op een zekere bekendheid van deze persoon bij de controlerende instanties. De genoemde maatregel is een typisch voorbeeld van lokale ordehandhaving op de Amsterdamse markten in het interbellum.