Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktplaatsbeheer.
Origineel
Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktplaatsbeheer. Juni - juli 1940. 431
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/61/1 1940
DOORGEZONDEN: 27/6/40
J. Matteman pl. no. 53 Westerstraat
33/10/2 1/4 40. 3 mnd uitstel plaats bezetten
- (a.i. t/m 3/5 '40)
22/6 '40. Gewaarschuwd geregeld te komen.
ontvangt nu loon van mil. kleeding-
mag dus niet op de markt gaan
staan. Dit kan misschien nog
enkele duren. Verzocht dienten-
gevolge nog enkele weken
uitstel in het bezetten van
zijn plaats op de Westerstraat.
M.i. voorloopig 4 weken
toestaan zijn plaats niet
te bezetten.
Oproepen Hr Wolff
15-7-40 del caer
7/7 '40 advies del caer
3-7-'40 del caer
Tegen nog eenig tijd uitstel
m.i. geen bezwaar.
12-7-1940 [Handtekening Wolff]
Adm. Dagmarkten 17-7-40 del caer
Maar hoe is het met de
betaling van zijn plaats gesteld?; is onderliggende
uittrekking v.v.w. wanbetaling nog doorgegaan? ms
19/7 40
[Verticaal in linker marge:]
Heeft geen
Schuld. Het document is een administratieve bijlage die de situatie van een marktkoopman, J. Matteman, behandelt in de vroege maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Matteman heeft een staanplaats (nr. 53) op de Westermarkt/Westerstraat in Amsterdam.
De kern van de zaak is een verzoek om uitstel voor het bezetten van zijn marktplaats. Matteman ontvangt op dat moment een loon van de "militaire kleedingdienst", wat hem belet om fysiek op de markt aanwezig te zijn. De ambtenaren overleggen over de duur van het uitstel (er wordt vier weken gesuggereerd) en of er bezwaren zijn. De heer Wolff geeft aan geen bezwaar te hebben tegen extra uitstel.
Tevens wordt de financiële status van de koopman gecontroleerd. Er is onduidelijkheid of een eerdere procedure tot intrekking van de vergunning wegens wanbetaling ("uittrekking v.v.w. wanbetaling") is doorgezet. De kanttekening in de marge concludeert echter dat hij "geen schuld" heeft. Dit document biedt een inkijkje in de Amsterdamse marktadministratie tijdens de overgangsperiode direct na de capitulatie in mei 1940. De verwijzing naar de "militaire kleedingdienst" duidt op werkzaamheden die gerelateerd zijn aan de (nasleep van de) mobilisatie of de nieuwe orde onder de bezetting.
Het gebruik van gestandaardiseerde formulieren (Model No. 14) toont de bureaucratische continuïteit van de gemeente Amsterdam. De Westerstraatmarkt is een van de oudste en bekendste markten van de stad, en het beheer van de schaarse plaatsen was een strikt gereguleerde aangelegenheid. De notities weerspiegelen hoe de overheid probeerde rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van burgers in een ontwrichte tijd, terwijl de financiële verplichtingen streng bewaakt bleven. J. Matteman M. No Wolff geeft (De heer) Gemeente Amsterdam