Officieel formulier/bericht van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Officieel formulier/bericht van de gemeente Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM.
No. 1114
BERICHT INTREKKING PLAATS.
Het recht tot bezetten van een vaste plaats door J. Matteman
Plaats No. 53 op de markt Westerstraat
wordt met ingang van 15 Juli a.s. ingetrokken wegens :
a. niet geregeld bezoeken van de markt ;
b. langer dan drie achtereenvolgende maanden niet bezetten der plaats wegens ziekte ;
c. langer dan zes achtereenvolgende maanden niet bezetten der plaats op grond van ondersteuning ;
x d. wanbetaling, tenzij betaling alsnog plaats vindt vóór 8 Juli 40.
AMSTERDAM, 3 - 7 - 1940
Voor den Inspecteur van het Marktwezen,
[Handtekening]
Aan den Marktambtenaar.
Vrolikstraat 138 Dit document is een formele aanzegging tot het intrekken van een marktplaatsvergunning.
* Betrokkene: J. Matteman, woonachtig aan de Vrolikstraat 138 te Amsterdam.
* Locatie: Marktplaats nummer 53 op de markt in de Westerstraat (Jordaan).
* Reden van intrekking: Wanbetaling (optie 'd' is aangekruist).
* Termijn: De betrokkene krijgt tot 8 juli 1940 de tijd om de achterstand te betalen. Indien dit niet gebeurt, vervalt het recht op de standplaats per 15 juli 1940.
* Opvallende kenmerken: Er is een grote diagonale paarse streep over het document getrokken, wat in archiefbeheer vaak duidt op een afgehandeld dossier of een geannuleerde actie (bijvoorbeeld omdat er alsnog betaald is). Het document dateert van juli 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Westerstraatmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode begon de bezetter met het invoeren van beperkende maatregelen, ook voor marktkooplieden. Hoewel de reden hier puur administratief lijkt (wanbetaling), is het bekend dat veel Joodse marktkooplieden in Amsterdam vanaf 1940-1941 stelselmatig van de markten werden geweerd. De naam 'Matteman' kwam veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam-Oost (waar de Vrolikstraat ligt), wat dit document mogelijk een onderdeel maakt van de bredere geschiedenis van de uitsluiting van Joodse ondernemers tijdens de oorlog, alhoewel de expliciete reden hier een financiële achterstand is.