Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 69
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

3 februari 1939.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 3 februari 1939. No. 22/2ª Arb. 1939.

Geldendverklaring collectieve arbeidsovereenkomst voor het Steenhouwersbedrijf op bestekswerken en wijziging van de besteksloonlijst.

[Stempels:]
№ 170
L.M. 1939
№ 1/11/1 M. 1939 1/4 [met handgeschreven toevoegingen]

[Handgeschreven aantekening links:] Gezien [Paraaf]

E x t r a c t uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Vrijdag, 3 Februari 1939.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam;
Gezien het schrijven van den Alg. Nederl. Bouwarbeidersbond van 30 Januari 1939, afd. S.Bu. Nr. 2;

B e s l u i t e n :

A. de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Steenhouwersbedrijf, aangegaan tusschen:
a. den Bond van Steenhouwerspatroons in Nederland,
b. den Ned. R.K. Bond van Werkgevers in het Natuursteenbedrijf;
ter eene zijde en
c. den Alg. Ned. Bouwarbeidersbond,
d. den Ned. R.K. Bouwvakarbeidersbond "St. Joseph";
e. den Ned. Chr. Bouwarbeidersbond,
f. den Chr. Nationalen Bouwvakarbeidersbond in Nederland,
ter andere zijde,
welke arbeidsovereenkomst geldt tot 1 Maart 1940 en voorts zoolang zij, krachtens het bepaalde in art. 13 dezer overeenkomst, ongewijzigd blijft voortbestaan, aan te nemen als geldend voor het desbetreffend bedrijf, gedurende den duur dier overeenkomst.
Mitsdien wordt bepaald, dat gedurende het tijdvak, dat vorengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst geldt, in de desbetreffende bestekken enz., van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken voor Gemeentewerken" zal worden afgeweken voor de categorieën "steenhouwer" en "polijster", voorkomende op de lijst, bedoeld sub II dier "Bepalingen", door op de punten, welke eveneens doch anders zijn geregeld in de bovengenoemde arbeidsovereenkomst, de laatstbedoelde regeling te volgen.

B. de lijst van minimum-loonen, bedoeld sub II van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken voor Gemeentewerken", zooals deze is vastgesteld bij hun besluit van 24 April 1936, No. 22/1ª Arb. en laatstelijk is gewijzigd bij hun besluit van 13 Januari 1939, No. 22/1ª Arb. 1939, te wijzigen als volgt:
achter:
"Steenhouwer" wordt in plaats van: "76 cent", gelezen: "68 cent";
"Polijster (vakbekwame)" " " " " : "68 cent", " : "61 cent".

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.
TG.

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER. * Vorm: Het document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit van het college van B&W. Het bevat diverse administratieve kenmerken, zoals registratienummers en stempels die de interne verwerking binnen de gemeentelijke bureaucratie markeren.
* Inhoud: Het besluit regelt twee zaken. Ten eerste de erkenning van een nieuwe CAO voor de steenhouwerssector als leidend voor gemeentelijke projecten. Ten tweede een opvallende verlaging van het minimumuurloon voor steenhouwers (van 76 naar 68 cent) en vakbekwame polijsters (van 68 naar 61 cent).
* Partijen: De CAO is gesloten tussen een breed scala aan bonden, wat typerend is voor de Nederlandse verzuiling: Algemeen (sociaaldemocratisch), Rooms-Katholiek en Christelijk (protestants). Zowel werkgevers- als werknemersorganisaties zijn vertegenwoordigd.
* Ondertekening: Het extract is gewaarmerkt door de secretaris, Van Lier. Dit document stamt uit februari 1939, de late periode van de economische depressie in de jaren '30 en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd speelde de gemeente Amsterdam een grote rol als opdrachtgever via 'bestekswerken' (openbare werken).

De loonverlaging die in punt B wordt genoemd, is opmerkelijk. Hoewel de economie eind jaren '30 langzaam herstelde, bleven de lonen in sommige sectoren onder druk staan of werden ze aangepast aan nieuwe collectieve afspraken die mogelijk lagere standaarden bevatten dan eerdere noodverordeningen. Het feit dat alle zuilen (Katholiek, Christelijk, Algemeen) akkoord gingen met de CAO, duidt op een breed gedragen compromis in een economisch lastige tijd voor de bouw- en natuursteensector. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Arbeidszaken" onderstreept het belang dat de stad hechtte aan sociale vrede en eenduidige loonstandaarden bij gemeentelijke projecten.

Samenvatting

  • Vorm: Het document is een officieel uittreksel (extract) van een besluit van het college van B&W. Het bevat diverse administratieve kenmerken, zoals registratienummers en stempels die de interne verwerking binnen de gemeentelijke bureaucratie markeren.
  • Inhoud: Het besluit regelt twee zaken. Ten eerste de erkenning van een nieuwe CAO voor de steenhouwerssector als leidend voor gemeentelijke projecten. Ten tweede een opvallende verlaging van het minimumuurloon voor steenhouwers (van 76 naar 68 cent) en vakbekwame polijsters (van 68 naar 61 cent).
  • Partijen: De CAO is gesloten tussen een breed scala aan bonden, wat typerend is voor de Nederlandse verzuiling: Algemeen (sociaaldemocratisch), Rooms-Katholiek en Christelijk (protestants). Zowel werkgevers- als werknemersorganisaties zijn vertegenwoordigd.
  • Ondertekening: Het extract is gewaarmerkt door de secretaris, Van Lier.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1939, de late periode van de economische depressie in de jaren '30 en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd speelde de gemeente Amsterdam een grote rol als opdrachtgever via 'bestekswerken' (openbare werken).

De loonverlaging die in punt B wordt genoemd, is opmerkelijk. Hoewel de economie eind jaren '30 langzaam herstelde, bleven de lonen in sommige sectoren onder druk staan of werden ze aangepast aan nieuwe collectieve afspraken die mogelijk lagere standaarden bevatten dan eerdere noodverordeningen. Het feit dat alle zuilen (Katholiek, Christelijk, Algemeen) akkoord gingen met de CAO, duidt op een breed gedragen compromis in een economisch lastige tijd voor de bouw- en natuursteensector. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Arbeidszaken" onderstreept het belang dat de stad hechtte aan sociale vrede en eenduidige loonstandaarden bij gemeentelijke projecten.

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4