Archief 745
Inventaris 745-267
Pagina 88
Dossier 22
Jaar 1939
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Vrijdag 10 maart 1939.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Vrijdag 10 maart 1939. № 1 / 19 / M. 1939 17/3

No. 22/3^c Arb. 1939.
248 Rm. 1939

Gezien
[Handgeschreven paraaf]

Markts [handgeschreven]

Geldendverklaring op bestekswerken van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Bouwbedrijven (burgerlijke en utiliteitsbouw).

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam

Vrijdag 10 Maart 1939.

Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de vergadering het volgende besluit:
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien het schrijven van de Samenwerkende Patroonsvereenigingen in de Bouwbedrijven te Amsterdam van 27 Februari 1939, No. S.3917;
B e s l u i t e n :
de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor de Bouwbedrijven (Burgerlijke- en Utiliteitsbouw), overeengekomen tusschen:
a. den Nederlandschen Aannemersbond en Patroonsbond voor de Bouwbedrijven in Nederland (N.A.P.B.),
b. den Nederlandschen R.K. Bond van Bouwpatroons,
c. den Nederlandschen Christelijken Aannemers- en Bouwvakpatroonsbond en
d. den Nederlandschen Bond van Bouwondernemers
te eener zijde en
e. den Algemeenen Nederlandschen Bouwarbeidersbond,
f. den R.K. Bouwvakarbeidersbond "St. Joseph",
g. den Nederlandschen Christelijken Bouwarbeidersbond en
h. den Christ. Nat. Bouwvakarbeidersbond in Nederland
te anderer zijde,
welke arbeidsovereenkomst geldt tot en met 29 Februari 1940, met dien verstande, dat, wanneer door partijen vóór 1 November 1939 geen wijzigingen zijn ingediend, noch opzegging is gedaan, deze overeenkomst wordt geacht te zijn hernieuwd voor den tijd van een jaar,
aan te nemen als geldend voor de desbetreffende vakken, gedurende den duur dier overeenkomst.
Mitsdien wordt bepaald, dat gedurende het tijdvak, dat vorengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst geldt, in de desbetreffende bestekken enz., van de "Bepalingen omtrent minimum-loon en maximum-arbeidsduur in bestekken voor gemeentewerken" zal worden afgeweken voor de categorieën:

metselaar }
voeger }
timmerman }
betonwerker } Burgerlijke
vlechter } en
betonwerker-opperman } Utiliteitsbouw
grondwerker }
opperman }

voorkomende op de lijst, bedoeld sub II dier "Bepalingen", door op de punten, welke eveneens doch anders zijn geregeld in de bovengenoemde arbeidsovereenkomst, de laatstbedoelde regeling te volgen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Arbeidszaken (10 stuks) en Publieke Werken (10 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), den Gemeenteontvanger en het Pensioenbureau.

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,

(get.) VAN LIER. Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam uit maart 1939. De kern van het besluit is de koppeling van private arbeidsvoorwaarden aan publieke opdrachten. De gemeente Amsterdam besluit hier dat de CAO die gesloten is tussen de grote werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouw, leidend is voor de arbeidsvoorwaarden bij gemeentelijke bouwprojecten.

Hierbij wordt expliciet afgeweken van de standaard gemeentelijke bepalingen over minimumloon en arbeidsduur ten gunste van de CAO-afspraken voor specifieke beroepsgroepen (zoals metselaars en timmerlieden). Dit was een manier voor de overheid om de naleving van CAO's te bevorderen en loonconcurrentie bij openbare aanbestedingen tegen te gaan. Het document dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de Nederlandse arbeidsverhoudingen sterk getekend waren door de 'verzuiling'. Dit is duidelijk zichtbaar in de lijst van ondertekenende partijen: er zijn aparte bonden voor katholieken (R.K.), protestants-christelijken en 'algemene' (vaak socialistische of neutrale) organisaties voor zowel werkgevers ("patroons") als werknemers.

De economische context is die van het moeizame herstel na de Grote Depressie. Overheidsinvesteringen in de bouw (burgerlijke- en utiliteitsbouw) waren cruciaal voor de werkgelegenheid. Door CAO-afspraken algemeen geldend te verklaren voor haar eigen projecten, trad de gemeente Amsterdam op als bewaker van de sociale vrede en stabiele loonstandaarden, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse economie en samenleving fundamenteel zou veranderen.

Samenvatting

Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam uit maart 1939. De kern van het besluit is de koppeling van private arbeidsvoorwaarden aan publieke opdrachten. De gemeente Amsterdam besluit hier dat de CAO die gesloten is tussen de grote werkgevers- en werknemersorganisaties in de bouw, leidend is voor de arbeidsvoorwaarden bij gemeentelijke bouwprojecten.

Hierbij wordt expliciet afgeweken van de standaard gemeentelijke bepalingen over minimumloon en arbeidsduur ten gunste van de CAO-afspraken voor specifieke beroepsgroepen (zoals metselaars en timmerlieden). Dit was een manier voor de overheid om de naleving van CAO's te bevorderen en loonconcurrentie bij openbare aanbestedingen tegen te gaan.

Historische Context

Het document dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de Nederlandse arbeidsverhoudingen sterk getekend waren door de 'verzuiling'. Dit is duidelijk zichtbaar in de lijst van ondertekenende partijen: er zijn aparte bonden voor katholieken (R.K.), protestants-christelijken en 'algemene' (vaak socialistische of neutrale) organisaties voor zowel werkgevers ("patroons") als werknemers.

De economische context is die van het moeizame herstel na de Grote Depressie. Overheidsinvesteringen in de bouw (burgerlijke- en utiliteitsbouw) waren cruciaal voor de werkgelegenheid. Door CAO-afspraken algemeen geldend te verklaren voor haar eigen projecten, trad de gemeente Amsterdam op als bewaker van de sociale vrede en stabiele loonstandaarden, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse economie en samenleving fundamenteel zou veranderen.

Kooplieden in dit dossier 33

K. Kol 761
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
Bij invoer
M. Reinders 10676
Gr. Brittannië
Januari 1937 -
J. Hartgers 1225.-
Uitgaven tot fob. 950.-
N. Afrika
Vereenigde Staten 1936-'37
Vereenigde Staten 5.9%
V. Amerika 72.766
S.V. 14544
Alle 33 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 4