Archiefdocument
Origineel
18 maart 1939 De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. GEMEENTE AMSTERDAM
Nº 39/56/, M. 1939 10/3
AFD. L.M.
No. 227 (1939)
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 18 Maart 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
[Handgeschreven rechtsboven:] mi. dir
De wijze, waarop standplaatshouders van hun standplaats gebruik maken, heeft den laatsten tijd sterk mijn aandacht getrokken. Ik zou daarom gaarne van U na overleg met de Politie en met den Dienst der Gemeente Belastingen in verband met de precario-uitstallingen voor winkels, een rapport hierover willen ontvangen, waarin aandacht wordt geschonken o.a. aan reclame, die zij maken voor artikelen die zij zelve niet verkoopen, aan beschermingsmiddelen tegen weer en wind, die worden gebruikt zonder daartoe vergunning te hebben ontvangen, aan de gebruikte karren, die een opvallende lengte hebben en in het algemeen aan alles wat de standplaatshouders doen zonder speciale vergunning, terwijl zulk een vergunning wel vereischt zou zijn.
v.U.
[Handgeschreven paraaf]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen,
[Paraaf 'h']
[Ondertekening handgeschreven]
Aan den Heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
[Linksonder gedrukt:]
Model G.A. 7
25.000-1-'39
[Handgeschreven rechtsonder:] 39 * Onderwerp: De wethouder verzoekt om een onderzoek naar de wildgroei aan ongeoorloofde praktijken door marktkooplieden (standplaatshouders) in Amsterdam.
* Kernpunten:
1. Ongeoorloofde reclame: Standplaatshouders maken reclame voor producten die zij niet zelf verkopen (mogelijk een vorm van bijverdienste of sluikreclame).
2. Illegale overkappingen: Er worden zonder vergunning schermen en zeilen geplaatst tegen de weersinvloeden.
3. Afwijkend materieel: Er is sprake van te lange karren die de doorgang kunnen belemmeren of buiten de vergunde maten vallen.
4. Samenwerking: Er wordt nadrukkelijk gevraagd om afstemming met de Politie en de Dienst der Gemeentebelastingen, met name vanwege de 'precario' (belasting op het gebruik van openbare grond).
* Toon: De brief is formeel en wijst op een strenger wordend handhavingsbeleid kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Dit document stamt uit een periode waarin de Amsterdamse markten zeer druk bezet waren en de gemeente zocht naar manieren om de orde en de belastinginkomsten te reguleren. De 'precario-uitstallingen' waren een doorn in het oog van de gemeente als er niet voor betaald werd. De wethouder die de brief ondertekent, hield toezicht op de vitale voorzieningen van de stad. In 1939 was de marktmeester verantwoordelijk voor het dagelijks beheer, maar dit document toont aan dat er op politiek niveau behoefte was aan een breder handhavingskader in samenwerking met de politie. De handgeschreven aantekening "mi. dir" (mogelijk "missive directeur") duidt op de interne routing van het document binnen de gemeentelijke diensten.