Dienstinstructie (verordening/besluit).
Origineel
Dienstinstructie (verordening/besluit). [Stempel boven midden:] Nº 911
[Stempel/Handschrift rechtsboven:] L.M. 1938 8/5 '39
[Onderstreept:] Instructie voor den Bedrijfseconomischen Adviseur.
[Stempel linksboven:] Nº I/32/1 M. 1939
Art. 1.
De Bedrijfseconomische Adviseur is belast met de leiding van het Bureau voor organisatie en efficiency.
Art. 2.
(1) De Bedrijfseconomische Adviseur dient het College van Bur-
gemeester en Wethouders en de leden van het College van advies
omtrent alle zaken, de organisatie en efficiency der gemeente-
lijke diensten en bedrijven betreffende, welke aan zijn oordeel
worden onderworpen.
(2) Hij is bevoegd, voorstellen te doen tot het treffen van
maatregelen, welke, naar zijn oordeel, kunnen leiden tot een zoo
efficient mogelijk beheer van alle gemeentelijke takken van
dienst.
(3) Hij geeft den diensthoofden advies, indien zij omtrent vo-
rengenoemde aangelegenheden zijn advies verlangen. Hij verricht
of doet verrichten alle onderzoeken en studies, welke voor het
geven van de adviezen noodig zijn.
(4) Hij brengt zijn adviezen uit aan den Burgemeester.
Art. 3.
(1) Hij heeft het recht, zich op de hoogte te stellen van alle
aangelegenheden, de uitoefening van zijn taak betreffende,
medebrengende, voor zoover gewichtige gemeentebelangen zich
daartegen niet verzetten, het recht van toegang tot alle gemeen-
telijke inrichtingen en van inzage van boeken en bescheiden.
(2) In de daarvoor aangewezen gevallen kan hij deze bevoegdhe-
den uitstrekken tot het aan hem toegevoegde personeel.
(3) Voor zoover de uitoefening van het in het eerste lid be-
doelde recht naar het oordeel van den Burgemeester belangrijke
of principieele aangelegenheden raakt, maakt hij van dat recht
geen gebruik dan met goedkeuring van den Burgemeester. * Inhoud: Het document legt de juridische en organisatorische basis voor de functie van een 'Bedrijfseconomisch Adviseur' binnen een gemeentelijk apparaat. Het regelt de hiërarchische positie (direct onder de burgemeester) en de operationele reikwijdte (alle gemeentelijke diensten).
* Kernpunten:
* Efficiency-gedachte: De nadruk ligt sterk op "organisatie en efficiency", wat duidt op de invoering van moderne managementprincipes (zoals het Taylorisme of Fayolisme) binnen de overheid in de jaren '30.
* Inzagerecht: Artikel 3 geeft de adviseur vergaande controlebevoegdheden (toegang tot gebouwen en administratie), wat de functie een voorloper maakt van de moderne 'controller' of interne auditor.
* Politieke controle: De uiteindelijke macht ligt bij de burgemeester, aan wie direct wordt gerapporteerd en die toestemming moet geven bij politiek gevoelige ("principieele") zaken. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin Nederlandse gemeenten te kampen hadden met de nasleep van de economische crisis. Om de gemeentefinanciën gezond te houden, werd er sterk ingezet op bezuinigingen en het efficiënter inrichten van het ambtenarenapparaat. De oprichting van een "Bureau voor organisatie en efficiency" was een reactie op deze behoefte aan professionalisering. De spelling (zoals "noodig" en "principieele") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel, nog vóór de spellingwijziging van Marchant in 1934 die pas later breed geaccepteerd werd in officiële stukken. De stempels duiden op een zorgvuldige archivering binnen een gemeentesecretarie of centraal archief.