Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Officieel afschrift van een besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. [Linksboven, paarse stempel:] № 39/274/1 M. 1939 [daarboven handgeschreven:] 23 / 10
[Daaronder handgeschreven:] Uitger. 21/10 - '39
[Rechtsboven handgeschreven:] Fr. Müller.
Afschrift
No. 5/481 L. M. 193 9.
[Wapen van de Gemeente Amsterdam]
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM,
Gezien een verzoek van Jetje Moffie-Zwaaf, geboren 12 Februari
1891, wonende Zwanenburgwal 14 A II, waarbij vergunning wordt ver-
zocht, in afwijking van de bepalingen in hun beschikking d.d. 14
Juli 1939, No.5/221 L.M.'39 haar standplaats, in plaats van met
een tafel, bestaande uit planken op schragen, te mogen innemen
met een handkar;
Overwegende, dat hiertegen geen bezwaar bestaat;
Verleenen adressante tot wederopzeggens de gevraagde ver-
gunning.
VM [initialen]
Amsterdam, 16 October 1939.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
[Paarse stempel:] get. DE VLUGT.
de Secretaris,
[Paarse stempel:] (get.) VAN LIER.
Leges f 1.-.
[Paarse stempel:] Voor eensluidend afschrift
[Paarse stempel:] DE SECRETARIS
[Handgeschreven handtekening:] Van Lier Dit document betreft een administratieve wijziging van een marktvergunning in Amsterdam kort voor de Duitse bezetting. Mevrouw Jetje Moffie-Zwaaf had op 14 juli 1939 al een vergunning gekregen voor een standplaats, maar verzoekt hier om de inrichting daarvan te mogen aanpassen. In plaats van een traditionele uitstalling op "planken op schragen" (een eenvoudige markttafel), krijgt zij toestemming om haar nering te drijven vanuit een handkar.
De vergunning is verleend "tot wederopzeggens", wat de gebruikelijke term was voor herroepbare precario-vergunningen. Voor het opmaken van dit afschrift is 1 gulden aan leges betaald. De genoemde ondertekenaars zijn burgemeester Willem de Vlugt en gemeentesecretaris Mr. H.J.J. van Lier. Het document is een treffend tijdsdocument van het Joodse leven in Amsterdam in 1939. Jetje Moffie-Zwaaf woonde aan de Zwanenburgwal, midden in de toenmalige Jodenbuurt. De achternamen Moffie en Zwaaf zijn typisch Amsterdams-Joodse namen. Veel bewoners van deze wijk verdienden hun brood in de straathandel; het gebruik van een handkar was hierbij essentieel voor de mobiliteit van de koopman of -vrouw.
Gezien de datum (oktober 1939) bevindt Jetje zich in de laatste maanden van relatieve vrijheid. Uit oorlogsarchieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jetje Moffie-Zwaaf de Holocaust niet heeft overleefd; zij werd in 1943 in Auschwitz vermoord. Dit officiële papier, dat gaat over de simpele dagelijkse realiteit van het runnen van een marktkraam, krijgt daardoor een beladen historische betekenis.