Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning.
Origineel
Afschrift van een officiële gemeentelijke vergunning. No 39/317/2 M. 1333 16/3 12/3-40 M. Mijller
No.5/773 L.M. 1939 Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Wolf Sluijter, geboren 12 April 1890, wonende Kerkstraat 302 hs., waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een stellage ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Geven adressant te kennen, dat hem, onder intrekking van de hem bij hun beschikking d.d. 8 November 1935, No. 5/780 L.M., aangevuld bij hun beschikking d.d. 4 Juli 1936, No. 5/409 L.M. verleende vergunning, tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een stellage ten verkoop van bloemen, op den openbaren weg, de Heerengracht, op het verhoogde voetpad van den vleugel van de brug voor de Vijzelstraat, tegenover den zijgevel van perceel Vijzelstraat 28, om hiervan dagelijks uitgezonderd des Zondags, vanaf 9 uur des voormiddags gebruik te maken gedurende de tijden waarop het venten met genoemd artikel volgens de Verordening op de Winkelsluiting is toegestaan, alsmede zich van 10 uur des voormiddags tot 2 uur des namiddags te laten vervangen door zijn echtgenoote F.C. Wolf-Berrens,
en voorts onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghouder mag, behoudens het bovenvermelde, alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken en zich bij den verkoop niet doen bijstaan;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken, kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de vergunninghouder mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 Meter bij 1 Meter;
e. de stellage met de daarin geplaatste bloemen mag niet hooger zijn dan 1.50 Meter.
f. als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde lampen mag geen benzine worden gebruikt, terwijl de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstofleiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron, van een aanslag voor den open stand moet zijn voorzien;
g. de vergunninghouder moet op de eerste aanzegging der Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer, door deze noodig wordt geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming, terwijl alle overige aanwijzingen door haar te geven, stipt moeten worden nageleefd;
h. deze vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende, c.q. voorafgaande week. Dit document is een ambtelijk afschrift van een marktvergunning uit 1939, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het typeert de verregaande regeldruk en bureaucratie rondom straathandel in die tijd. De vergunning is zeer specifiek: de locatie wordt tot op het pand nauwkeurig omschreven (Heerengracht bij de brug voor Vijzelstraat 28), de afmetingen van de kraam zijn beperkt tot 1x1 meter, en de tijden zijn strikt vastgelegd. Opvallend zijn de onderstrepingen in de tekst, die waarschijnlijk door een controlerend ambtenaar of agent zijn aangebracht om de kernpunten van de locatie en de vervangingsregeling (door de echtgenote) snel te kunnen verifiëren. De handgeschreven datum "12/3-40" suggereert dat dit afschrift nog tot vlak voor de bezetting actief werd gebruikt of gecontroleerd. De persoon in dit document, Wolf Sluijter, was een Joodse bloemenverkoper in Amsterdam. De datum op het document (eind 1939/begin 1940) markeert de laatste maanden van relatieve vrijheid voor Joodse ondernemers in de stad. Na de Duitse inval in mei 1940 werden dergelijke vergunningen voor Joden stapsgewijs ingeperkt en uiteindelijk geheel ingetrokken als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Wolf Sluijter en zijn vrouw Flora Cornelia Wolf-Berrens (die in de vergunning als vervangster wordt genoemd) beiden de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document, dat in essentie een droge administratieve handeling betreft, vormt hiermee een tastbare herinnering aan het dagelijks leven en de legale bestaansmiddelen van een Amsterdams gezin dat door de Holocaust werd weggevaagd.