Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 10 februari 1939. Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC), 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). [Briefhoofd]
Nº 46 A/3/5 M. 1939 11/2
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
INTERCOMMUNAAL XX 1
GIROREKENING 245271
AFD. I
BETREFFENDE invoer zeevisch
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN
No.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: No. 640
BIJLAGEN ... STUKS, T.W.:
[Adressectie]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W.
[Datum en Locatie]
'S-GRAVENHAGE, 10 Februari 193 9.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4
[Handgeschreven aantekening linksboven de tekst]
niet bij NV
mag doch
Th. Stam.
[Inhoud]
Hiermede bericht ik U, dat aan den Heer H. Wijnschenk, Daniël Willinkplein 44, te Amsterdam, een toewijzing is verleend voor den invoer van 5.000 kg netto zeevisch uit Denemarken met een geldigheidsduur tot 1 April a.s., onder voorwaarde, dat de in te voeren zeevisch wordt verkocht over den Gemeentelijken Vischafslag.
Ik verzoek U te zijner tijd aan de Nederlandsche Visscherijcentrale een opgave te zenden van de hoeveelheid, alsmede van de waarde van de zeevisch, welke Wijnschenk over Uw afslag heeft verkocht.
DE DIRECTEUR,
[Onderschrift/Handtekening: onleesbaar, mogelijk M. ...]
[Voetnoot linksonder]
17484 - '38
AV/Co
--- Deze brief is een administratieve kennisgeving van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de boodschap is dat een specifieke handelaar, de heer H. Wijnschenk, een contingent (toewijzing) heeft gekregen om 5.000 kg zeevis uit Denemarken te importeren.
Er zijn twee belangrijke administratieve voorwaarden gesteld:
1. Verkoopverplichting: De vis mag niet vrij verhandeld worden, maar moet verplicht via de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam worden verkocht. Dit diende om de marktcontrole te behouden en prijsvorming transparant te houden.
2. Rapportageplicht: De directeur van het Marktwezen moet achteraf rapporteren aan de NVC over de werkelijk verhandelde hoeveelheid en de geldwaarde daarvan.
De handgeschreven krabbel ("niet bij NV", "mag doch", "Th. Stam") lijkt een interne notitie van de ontvangende instantie in Amsterdam, mogelijk van een ambtenaar genaamd Stam die een check heeft uitgevoerd op de status van de handelaar.
--- Het document dateert van februari 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waarin Nederland kampte met de naweeën van de economische crisis. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een crisisorgaan, opgericht in het kader van de Crisis-Visserijwet. Dergelijke centrales hadden tot taak de productie, import en export van levensmiddelen strikt te reguleren om de binnenlandse markt te beschermen en eerlijke prijzen voor producenten (vissers) te garanderen.
Het adres van de ontvanger, Jan van Galenstraat 14, is de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam, destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de hoofdstad. De handelaar, H. Wijnschenk, woonde aan het Daniël Willinkplein (tegenwoordig het Victorieplein), een buurt waar in die tijd veel Joodse ondernemers en handelaren gevestigd waren. Het feit dat er een specifieke vergunning nodig was voor de import uit Denemarken onderstreept hoe sterk de internationale handel in die jaren aan overheidsbanden lag.