Archief 745
Inventaris 745-372
Pagina 273
Jaar 1942
Document
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage van de Gemeente Amsterdam.

Onbekend 26 februari 1943. Onbekend nvt 2 persoonsregels
2 controle nodig

Personen op deze lijst

De parser heeft deze regels uit de scan gehaald. Gekoppelde personen linken door naar hun dossier.

2 controle nodig Regels met lagere zekerheid of OCR-/transcriptiewaarschuwing
# Naam Adres Markt Product Zekerheid Waarschuwing Actie Bronregel
1 No. Geind Oninbaar 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| No. | Debiteur | Geind | Oninbaar | Totaal |
2 No. Regeling voor: Oninbaar 60% lagere parse-zekerheid; geboortedatum niet eenduidig
| No. | Debiteur | Regeling voor: | Oninbaar | Totaal |

Transcriptie

Ambtelijke brief/rapportage van de Gemeente Amsterdam. 26 februari 1943. Gemeente Amsterdam, Afdeling Algemeene Zaken en Sociale Voorzieningen (Afd. Ass.Z. en W.A.), gevestigd in het Raadhuis. N° 10/24/3 M. 1942 1/3

Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal 197, kamer 27

Telefoon 43130, 43321 Toestel 316
Postgiro 13500 (193)
Gemeentegiro 193
Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden

Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
A M S T E R D A M.W.

Afd. Ass.Z. en W.A. No. V.I/86 ª Bijlagen: Datum: 26 Februari 1943

Uw brief d.d.
No.

Bij Uw brief dd. 5 Augustus 1942 no. 10/24/2M, stelde U mij ter hand een lijst, vermeldende vorderingen welke Uw dienst heeft op een aantal groentengrossiers, waarvan de inning op moeilijkheden is gestuit.
Ten aanzien van de afwikkeling dezer gevallen kan ik U thans het volgende berichten.
I. Geïnd zijn de navolgende vorderingen:

No. Debiteur Geind Oninbaar Totaal
1. A. Hes f 35.-- -.-- f 35.--
2. S. Druif " 2.-- f 81.34 " 83.34
3. H. Nebig " 7.04 " 34.-- " 41.04
7. A. Tas " 47.50 " -.-- " 47.50
8. B.N. Waterman " 8.-- " 57.83 " 65.83
15. T.L. de Bruin " 50.-- " -.-- " 50.--
30. C.M.B. Mattheai " 30.-- " -.-- " 30.--
36. N. Galis " 37.50 " -.-- " 37.50
40. C.H. Ditjeer " 25.-- " -.-- " 25.--
43. M. Plukker " 10.05 50.-- " 60.05
47. J. Vroegop " 55.-- -.-- " 55.--
49. W.J. de Weert " 59.66 -.-- " 59.66
50. T.O. Duyn " 10.-- 10.-- " 20.--
51. J. Roet " 25.-- -.-- " 25.--
52. L. Agsteribbe " 5.-- 129.64 " 134.64
53. P. Bruinsma " 135.79 60.-- " 195.79
56. W.v. Dongen " 30.-- -.-- " 30.--
64. P. Tamis " 27.50 197.50 " 225.--
54. F. Schotvanger " 83.33 -.-- " 83.33
f 683.37 f 620.31 f 1303.68

*
II. Een regeling werd getroffen met de navolgende debiteuren:

No. Debiteur Regeling voor: Oninbaar Totaal
6. J. van Dal f 37.50 f 2.50 f 40.--
9. M. Alderden " 50.-- -.-- " 50.--
11. A.J. Klaver " 22.50 -.-- " 22.50
13. Wed. B. Nebig " 100.-- -.-- " 100.--
14. P. Out " 20.-- -.-- " 20.--
f 230.-- f 2.50 f 232.50

Transporteeren Dit document is een boekhoudkundig overzicht van openstaande schulden van Amsterdamse groentengrossiers aan het Marktwezen. Het document valt op door de uiterst zakelijke weergave van financiële gegevens in een periode van grote maatschappelijke ontreddering.

De tabel maakt onderscheid tussen bedragen die de gemeente succesvol heeft kunnen innen ("Geind") en bedragen die als verloren worden beschouwd ("Oninbaar"). Dit geeft inzicht in de economische staat van de Amsterdamse handelaren in 1942-1943. De nauwkeurigheid waarmee bedragen tot op de cent worden verantwoord (zoals f 7.04 of f 59.66), is kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit die tijd. De datum, 26 februari 1943, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Jan van Galenstraat, waar de geadresseerde (Directeur van het Marktwezen) zetelde, was de locatie van de Centrale Markthallen, het hart van de voedseldistributie.

Zeer opvallend zijn de namen in de debiteurenlijst. Veel van deze namen (zoals Hes, Druif, Nebig, Tas, Waterman en Agsteribbe) zijn typerend voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In februari 1943 waren de deportaties naar de vernietigingskampen in volle gang. Het feit dat vorderingen op deze personen als "oninbaar" worden genoteerd of dat er minimale bedragen zijn geïnd, heeft een sinistere achtergrond: deze ondernemers waren hun burgerrechten kwijtgeraakt, hun bezittingen waren vaak al geconfisqueerd of ze waren reeds gedeporteerd.

Dit document is daarmee niet slechts een financiële rapportage, maar een indirect bewijs van de economische uitsluiting en fysieke eliminatie van Joodse Amsterdammers uit het economische leven van de stad. De "moeilijkheden bij de inning" waarover de tekst spreekt, waren voor een aanzienlijk deel het directe gevolg van de vervolging door de bezetter.

Samenvatting

Dit document is een boekhoudkundig overzicht van openstaande schulden van Amsterdamse groentengrossiers aan het Marktwezen. Het document valt op door de uiterst zakelijke weergave van financiële gegevens in een periode van grote maatschappelijke ontreddering.

De tabel maakt onderscheid tussen bedragen die de gemeente succesvol heeft kunnen innen ("Geind") en bedragen die als verloren worden beschouwd ("Oninbaar"). Dit geeft inzicht in de economische staat van de Amsterdamse handelaren in 1942-1943. De nauwkeurigheid waarmee bedragen tot op de cent worden verantwoord (zoals f 7.04 of f 59.66), is kenmerkend voor de Nederlandse bureaucratie uit die tijd.

Historische context

De datum, 26 februari 1943, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. De Jan van Galenstraat, waar de geadresseerde (Directeur van het Marktwezen) zetelde, was de locatie van de Centrale Markthallen, het hart van de voedseldistributie.

Zeer opvallend zijn de namen in de debiteurenlijst. Veel van deze namen (zoals Hes, Druif, Nebig, Tas, Waterman en Agsteribbe) zijn typerend voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In februari 1943 waren de deportaties naar de vernietigingskampen in volle gang. Het feit dat vorderingen op deze personen als "oninbaar" worden genoteerd of dat er minimale bedragen zijn geïnd, heeft een sinistere achtergrond: deze ondernemers waren hun burgerrechten kwijtgeraakt, hun bezittingen waren vaak al geconfisqueerd of ze waren reeds gedeporteerd.

Dit document is daarmee niet slechts een financiële rapportage, maar een indirect bewijs van de economische uitsluiting en fysieke eliminatie van Joodse Amsterdammers uit het economische leven van de stad. De "moeilijkheden bij de inning" waarover de tekst spreekt, waren voor een aanzienlijk deel het directe gevolg van de vervolging door de bezetter.

Metadata

TypeAmbtelijke brief/rapportage van de Gemeente Amsterdam.
Lijsttypeonbekend
Scopeadministratie
Schriftonbekend
Handschriftnvt
Confidence90%