J.H. van Haaren
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Afschrift (doorslag/kopie) van een ambtelijke brief.
Dit document is een officiële correspondentie uit de bezettingsperiode waarin de segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam zichtbaar wordt op administratief en economisch niveau. De kern van de brief is de mededeling dat, op last van een "Duitschen Referent" (een Duitse toezichthouder binnen het Nederlandse bestuur), alleen Joodse kleinhandelaren werkzaam mogen zijn in de ophaaldienst voor afval en oude materialen binnen de "specifiek Joodsche wijken". De directeur van het Rijksbureau, J.H. van Haaren, vraagt de burgemeester van Amsterdam (destijds de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte) om een lijst van deze wijken. Het document illustreert hoe de bezetter stap voor stap de bewegingsvrijheid en beroepsuitoefening van Joden beperkte tot geografisch afgebakende gebieden, wat een voorbode was van de volledige isolatie in de zogeheten *Judenviertel*.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE 2ex. Hr. de Haer HG. 26/70/3 M. Verzonden 7/11-'39 6 November 1939. den Heer J.J. Hofman, Halmaheirastraat 4 III, <u>Amsterdam-Oost.</u> Wijk 18A. Mij is gerapporteerd, dat U op 28 October jl. op de markt aan het Dapperplein meer ruimte innam, dan waarop U recht had. Ik waarschuw U hierbij ernstig dit voortaan na te laten. De Directeur,
# TRANSCRIPTIE Den Heer Directeur v/h Marktwezen. Jan van Galenstraat. AMSTERDAM W. ===========
# TRANSCRIPTIE VP/HG. 28/2/2 M. 16 Januari 1940. den Heer J.C.v.d.Vinden, Rijnstraat 74, <u>Amsterdam-Zuid.</u> Wijk 22A.
# TRANSCRIPTIE Den Heer. Directeur v/h. Marktwezen Jan van Galenstraat Amsterdam (W.)
M. de Haan.