Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 366
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift (doorslag/kopie) van een ambtelijke brief.

26 mei 1942. Van: De Directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), gevestigd aan de Paleisstraat 7 te 's-Gravenhage. Aan: De Burgemeester van de gemeente Amsterdam. Dossier: 27476, 490

Origineel

Afschrift (doorslag/kopie) van een ambtelijke brief. 26 mei 1942. De Directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), gevestigd aan de Paleisstraat 7 te 's-Gravenhage. De Burgemeester van de gemeente Amsterdam. Afschrift

No. 490 L.M. -1942-

Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, Rijksbureau voor oude Materialen en Afvalstoffen.

Ro/Mn. No. 27476
Afdeeling Organisatie 's-Gravenhage, 26-5-'42
Betreffende wijkophaaldienst. Paleisstraat 7.

Den Heer Burgemeester van de gemeente
A M S T E R D A M

In verband met het besluit van den Duitschen Referent van mijn Bureau, dat slechts Joodsche kleinhandelaren in de specifiek Joodsche wijken van de gemeente Amsterdam, mogen worden ingeschakeld in den in te stellen wijkophaaldienst voor oude materialen en afvalstoffen, verzoek ik U mij te willen doen mededeelen, welke wijken door U als zoodanig zijn aangewezen en welke wijken alsnog aangewezen zullen worden.

De Directeur van het Rijksbureau
voor Oude Materialen en Afvalstoffen,
(get.) J.H. van Haaren. Dit document is een officiële correspondentie uit de bezettingsperiode waarin de segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam zichtbaar wordt op administratief en economisch niveau. De kern van de brief is de mededeling dat, op last van een "Duitschen Referent" (een Duitse toezichthouder binnen het Nederlandse bestuur), alleen Joodse kleinhandelaren werkzaam mogen zijn in de ophaaldienst voor afval en oude materialen binnen de "specifiek Joodsche wijken".

De directeur van het Rijksbureau, J.H. van Haaren, vraagt de burgemeester van Amsterdam (destijds de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte) om een lijst van deze wijken. Het document illustreert hoe de bezetter stap voor stap de bewegingsvrijheid en beroepsuitoefening van Joden beperkte tot geografisch afgebakende gebieden, wat een voorbode was van de volledige isolatie in de zogeheten Judenviertel. In mei 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. Slechts enkele weken voor deze brief (op 3 mei 1942) was de Jodenster ingevoerd. Het beleid van de bezetter was er op gericht Joden te concentreren in specifieke wijken in Amsterdam (zoals de oude Jodenbuurt, de Rivierenbuurt en de Transvaalbuurt).

De bemoeienis van de "Duitschen Referent" in deze brief toont de directe controle van de Duitse autoriteiten op de Nederlandse rijksbureaus. Deze bureaus waren tijdens de oorlog cruciaal voor de distributie en recycling van schaarse grondstoffen. Door Joodse handelaren enkel nog toe te staan in "hun eigen wijken" te werken, werd de economische isolatie verder versterkt en werd de weg geplaveid voor de latere deportaties, die in de zomer van 1942 op grote schaal zouden beginnen. J.H. van Haaren Gemeente Amsterdam Rijksbureau

Samenvatting

Dit document is een officiële correspondentie uit de bezettingsperiode waarin de segregatie van de Joodse bevolking in Amsterdam zichtbaar wordt op administratief en economisch niveau. De kern van de brief is de mededeling dat, op last van een "Duitschen Referent" (een Duitse toezichthouder binnen het Nederlandse bestuur), alleen Joodse kleinhandelaren werkzaam mogen zijn in de ophaaldienst voor afval en oude materialen binnen de "specifiek Joodsche wijken".

De directeur van het Rijksbureau, J.H. van Haaren, vraagt de burgemeester van Amsterdam (destijds de door de Duitsers aangestelde Edward Voûte) om een lijst van deze wijken. Het document illustreert hoe de bezetter stap voor stap de bewegingsvrijheid en beroepsuitoefening van Joden beperkte tot geografisch afgebakende gebieden, wat een voorbode was van de volledige isolatie in de zogeheten Judenviertel.

Historische Context

In mei 1942 was de uitsluiting van Joden uit het openbare leven in volle gang. Slechts enkele weken voor deze brief (op 3 mei 1942) was de Jodenster ingevoerd. Het beleid van de bezetter was er op gericht Joden te concentreren in specifieke wijken in Amsterdam (zoals de oude Jodenbuurt, de Rivierenbuurt en de Transvaalbuurt).

De bemoeienis van de "Duitschen Referent" in deze brief toont de directe controle van de Duitse autoriteiten op de Nederlandse rijksbureaus. Deze bureaus waren tijdens de oorlog cruciaal voor de distributie en recycling van schaarse grondstoffen. Door Joodse handelaren enkel nog toe te staan in "hun eigen wijken" te werken, werd de economische isolatie verder versterkt en werd de weg geplaveid voor de latere deportaties, die in de zomer van 1942 op grote schaal zouden beginnen.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Rijksbureau

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6