Archief 745
Inventaris 745-393
Pagina 367
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief.

Van: Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), 's-Gravenhage.

Origineel

Afschrift van een officiële brief. Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen (onderdeel van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart), 's-Gravenhage. No. 101/6/2 m '42 A f s c h r i f t .

DEPARTEMENT VAN HANDEL, NIJVERHEID EN SCHEEPVAART.
RIJKSBUREAU VOOR OUDE MATERIALEN EN AFVALSTOFFEN.

Ro/AM. No.28738. 's-Gravenhage 20 Juni 1942.
Afdeeling: Organisatie.

Betreffende Uw schrijven van 2 dezer Aanden Heer Burgemeester
der gemeente

                                         **Amsterdam**
                                         -----------

    Naar aanleiding van Uw cshrijven d.d. 2 Juni j.l. berichten

wij U, dat ons, na overleg met den Duitchsen referent van ons
Bureau gebleken is, dat het niet zal worden toegestaan Joodsche
kleinhandelaren inden wijkophaaldienst van Uw gemeente in te
schakelen, zoodat onzerzijds geen rekening zal behoeven te worden
gehouden met het instellen van speciale Joodsche wijken.

                                  De Secretaris van het Rijksbureau
                                  voor Oude Materialen en Afvalstoffen,

                                  w.g. Mr. W.Huynen.

De Wethouder voor de Levensmiddelen
Wasch-en Schoonmaak, Bad-en Zwemin-
richtingen stelt deze in handen van
den Heer Directeur van het Marktwezen
ter kennisneming.

    **A'dam 24 Juni 1942.**        Kennisgenomen
                                  De Directeur van het Marktwezen
                                  w.g. C.F.Sixma. Dit document is een administratief bewijsstuk van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en maatschappelijke leven tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de brief is de afwijzing van het voorstel (of de vraag) om Joodse kleinhandelaren in te zetten bij de gemeentelijke wijkophaaldienst (het inzamelen van oude materialen/afval). Het Rijksbureau stelt expliciet dat dit "niet zal worden toegestaan" na overleg met de "Duitschen referent" (de Duitse toezichthouder binnen het bureau).

Opvallend is de administratieve efficiëntie: omdat Joden worden uitgesloten, hoeft de overheid ook geen "speciale Joodsche wijken" aan te wijzen voor deze ophaaldiensten. De brief illustreert de korte lijnen tussen de centrale bezettingsautoriteiten in Den Haag en het lokale bestuur in Amsterdam. De kopie is intern in Amsterdam doorgeleid van de wethouder naar de Directeur van het Marktwezen.

In de tekst zitten twee typfouten van de toenmalige typist(e): "cshrijven" (schrijven) en "Duitchsen" (Duitschen). De datum van de brief, juni 1942, is historisch zeer significant. Dit was de periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland radicaliseerden. In mei 1942 was de Jodenster ingevoerd en in juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

Het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen" speelde een rol in de oorlogseconomie (recycling vanwege schaarste). Door Joodse handelaren uit deze sector te weren, werden zij beroofd van hun laatste middelen van bestaan. De vermelding van de "Duitse referent" onderstreept dat de Nederlandse departementen onder direct gezag en controle van de nazi-bezetter stonden. Het document toont aan hoe de Amsterdamse bureaucratie de uitsluitingspolitiek van de bezetter simpelweg "ter kennisneming" aannam en uitvoerde.

Samenvatting

Dit document is een administratief bewijsstuk van de systematische uitsluiting van Joodse burgers uit het economische en maatschappelijke leven tijdens de Duitse bezetting.

De kern van de brief is de afwijzing van het voorstel (of de vraag) om Joodse kleinhandelaren in te zetten bij de gemeentelijke wijkophaaldienst (het inzamelen van oude materialen/afval). Het Rijksbureau stelt expliciet dat dit "niet zal worden toegestaan" na overleg met de "Duitschen referent" (de Duitse toezichthouder binnen het bureau).

Opvallend is de administratieve efficiëntie: omdat Joden worden uitgesloten, hoeft de overheid ook geen "speciale Joodsche wijken" aan te wijzen voor deze ophaaldiensten. De brief illustreert de korte lijnen tussen de centrale bezettingsautoriteiten in Den Haag en het lokale bestuur in Amsterdam. De kopie is intern in Amsterdam doorgeleid van de wethouder naar de Directeur van het Marktwezen.

In de tekst zitten twee typfouten van de toenmalige typist(e): "cshrijven" (schrijven) en "Duitchsen" (Duitschen).

Historische Context

De datum van de brief, juni 1942, is historisch zeer significant. Dit was de periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Nederland radicaliseerden. In mei 1942 was de Jodenster ingevoerd en in juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

Het "Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen" speelde een rol in de oorlogseconomie (recycling vanwege schaarste). Door Joodse handelaren uit deze sector te weren, werden zij beroofd van hun laatste middelen van bestaan. De vermelding van de "Duitse referent" onderstreept dat de Nederlandse departementen onder direct gezag en controle van de nazi-bezetter stonden. Het document toont aan hoe de Amsterdamse bureaucratie de uitsluitingspolitiek van de bezetter simpelweg "ter kennisneming" aannam en uitvoerde.

Kooplieden in dit dossier 4

Gerelateerde Documenten 6