M.B.H.
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Doorslag van een officiële brief/ambtelijke correspondentie.
Dit document is een ambtelijk antwoord op een informatieverzoek van de **Omnia Treuhandgesellschaft**. Het betreft een verificatie van de bedrijfsgegevens van **Abraham Hollander** (geboren 18 april 1890). De brief bevestigt dat Hollander een staanplaats had op de markt in de Gaaspstraat (Amsterdam-Oost/Rivierenbuurt), waar hij textielwaren verkocht. De cruciale passage is de laatste zin: *"Sinds 3 Augustus 1942 heeft hij wegens liquidatie geen plaats meer ingenomen."* Deze datum en de term "liquidatie" duiden op het gedwongen beëindigen van zijn nering als gevolg van de anti-Joodse maatregelen van de bezetter. De brief is administratief van aard, maar vormt een schakel in het proces van de onteigening van Joods bezit. De handgeschreven notitie "Verzonden 26/5" bevestigt dat de informatie direct is doorgegeven aan de instantie die belast was met het beheer of de verkoop van geconfisqueerde Joodse goederen.
Getypte brief (doorslag of kopie).
Deze brief is een zakelijke correspondentie uit de bezettingsjaren waarin informatie wordt verstrekt over een Amsterdamse marktkoopman, **Jacob (Jac.) van Emrik**. De ontvanger, de **Omnia Treuhandgesellschaft**, was een nationaalsocialistische organisatie die belast was met het 'ariëren' (in beslag nemen en liquideren) van Joodse bedrijven en bezittingen. De tekst is kort en zakelijk-bureaucratisch. De directeur bevestigt dat Van Emrik een standplaats had op het Waterlooplein (een van oudsher belangrijke plek voor Joodse handel). De meest beladen zin is de laatste: *"Sinds 3 November 1941 is hij afgevoerd; de reden hiervan is niet bekend."* Het eufemistische woord "afgevoerd" duidt op de arrestatie en wegvoering van een Joodse burger, waarbij de afzender officieel beweert de reden niet te kennen, hoewel dit in de context van 1943 overduidelijk was.
Officiële brief betreffende een bedrijfsliquidatie.
* **Inhoud:** De brief is een formeel verzoek van de "Omnia Treuhandgesellschaft" aan de directie van de Centrale Werkplaats Markthallen. De nazi-autoriteiten hebben opdracht gegeven tot de liquidatie van de firma Meyer-Furth. Omnia onderzoekt of de eigenaar daar een werkplaats huurde voor de productie van sigaren en of er nog bedrijfsinventaris aanwezig is die in beslag genomen kan worden. * **Omnia Treuhandgesellschaft:** Dit was een door de Duitse bezetter opgerichte instantie die belast was met de "arisering" (onteigening) van Joodse bedrijven. Het doel was het liquideren van deze ondernemingen of het overdragen ervan aan niet-Joodse eigenaren. * **Handgeschreven toevoegingen:** De Nederlandse aantekeningen onderaan lijken de ambtelijke verwerking door de Markthallen of een Nederlandse instantie te weerspiegelen. Het bevat de persoonlijke gegevens van de betrokken persoon (Kurt Meyer-Furth): zijn adres in de Tugelaweg en zijn geboortedatum. De onderste zin, "Geen inventaris achtergelaten", is hoogstwaarschijnlijk het antwoord op de vraag van Omnia; er viel voor de bezetter niets meer te halen.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE **[Getypte tekst]** R a p p o r t . HB. ================== Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen, Centrale Markt, A l h i e r . =============
# TRANSCRIPTIE HB.
# TRANSCRIPTIE HB.
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE [Links boven:] Bodediensten op de M [Midden boven:] Aan P.W. Antw. op Geb 5491/Doss III B 22-11-40