Verslag van een bespreking (notulen).
Origineel
Verslag van een bespreking (notulen). 31 oktober 1941. Bespreking op 31 October 1941 van den Directeur van het Marktwezen, den heer C.F. Sixma, den bedrijfschef, den heer Jac. Broerse, den waarnemend Secretaris, den heer H.A. van Duinhoven met den heer W.F. Dijkstra, vertegenwoordiger van den groothandel in groenten; den heer P.F. du Maine van den groothandel in aardappelen, den heer N.J. Dinkgreve van de tuindersveiling-vereeniging en den heer B.C. van Es, directeur der N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam".
Onderwerp:
Ariseering Centrale Markt.
De Directeur schetst de verschillende fazen, welke de ariseering der Centrale Markt tot nu toe heeft doorloopen. Ten slotte is op 15 September jl. de bekende Verordening op het direct of indirect deelnemen van Joden aan de markten verschenen. Het daarin voorgeschreven beteekende voor de Gemeente Amsterdam een byzonder moeilyk probleem in verband met het zeer groote aantal Joden, dat hier ter stede woonachtig is en aan de markten pleegt deel te nemen. Thans is echter de ariseering der Centrale Markt op grond van de Verordening van 15 September jl. aan de orde. De situatie is zoo, dat er een absolute scheiding tusschen Joden en niet-Joden moet komen; dit beteekent derhalve het vestigen van een aparte markt voor de Joden. Hierby zyn verschillende mogelykheden onder oogen gezien.
1e. het terrein achter en naast het Hoofdkantoor Marktwezen aan de Jan van Galenstraat wordt voor de Joden bestemd met een aparten ingang aan de Jan van Galenstraat; het bezwaar hiervan is, dat op dit terrein geen pakhuizen zyn, terwyl een groot gedeelte van dit terrein niet is bestraat; verder zyn er onder meer verkeersbezwaren ten opzichte van een ingang ter plaatse naar de Jan van Galenstraat terwyl ook de oppervlakte van het terrein niet voldoende wordt geacht.
2e. pier E benevens het daarop staande pakhuis wordt voor de Joodsche grossiers en koopers bestemd met een aparten ingang aan de 2e Keucheniusstraat. Het terrein moet dan van het overige gedeelte der markt worden afgescheiden, zooals op een, aan de vergadering voorgelegde situatieschets is aangegeven. De niet-Joodsche grossiers moeten dan uit dit pakhuis E vertrekken naar de op de markt vrykomende pakhuizen der Joden, die zich op pier E zullen moeten vestigen.
3e. het sportterrein der politie met de kade aan de Keucheniusstraat wordt voor Joodsche markt ingericht; ingang aan de Keucheniusstraat. Bezwaar: er zyn hier geen pakhuizen aanwezig en het politieterrein is niet bestraat; dit terrein heeft belangryk grooter oppervlakte dan het eerstgenoemde aan de Jan van Galenstraat.
(In de marge geschreven: /andere)
Deze mogelykheden zyn gisteren besproken, waarby in het byzonder naar voren is gekomen, hoe de Joodsche grossiers, by de invoering der scheiding zullen reageeren. De mogelykheid bestaat, dat vele Joodsche zaken belangryk zullen moeten inkrimpen en dat er firma's van de Centrale Markt zullen verdwynen, onder andere als gevolg van eventueele maatregelen, welke den omvang van den Joodschen handel op het gebied van groente en fruit zullen beperken.
Daarom is de gedachte naar voren gekomen om pier E tydelyk aan te wyzen als Joodsche markt. Men kan de ontwikkeling der dingen aanzien en daarna, ~~op~~ het sportterrein der politie, dat in dien tyd voor markt geschikt zou kunnen worden gemaakt, onder meer door het bouwen van bergplaatsen, voor den Joodschen handel bestemmen. Spreker brengt dit plan thans in discussie.
De heer Dijkstra: De handel op de Centrale Markt is ten sterkste gekant tegen een plan, dat pier E aan het marktcomplex zou onttrekken. Het is natuurlijk voor hem moeilyk, zegt spreker, om hier bezwaren naar voren te brengen tegen dit plan, omdat hyzelf als huurder op pier E belanghebbende is, doch anderszyds is hy objectief genoeg om dit niet te doen gelden. Spreker mag dan ook zeggen, dat hy namens den geheelen groentehandel spreekt, wanneer hy zegt, dat onttrekking van pier E aan de Centrale Markt funest zal zyn voor den handel op die markt.
Op pier E zyn sedert 1934 15 niet-Joodsche zaken gevestigd; deze worden by doorvoering van dit plan ten zeerste gedupeerd en dit kan toch nimmer de bedoeling van de betreffende Verordening zyn. De grossiers der Centrale Markt kampen reeds sedert maanden met een groot gebrek aan pakhuisruimte. Spreker kan dan ook wel garand... Dit document is een ambtelijk verslag van de praktische uitvoering van de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De kern van het document is de "ariseering" (arisering) van de Centrale Markthallen. De directie van het Marktwezen probeert een fysieke scheiding door te voeren tussen Joodse en niet-Joodse handelaren.
Er worden drie locaties overwogen voor een "Joodse markt":
1. Het terrein naast het hoofdkantoor (Jan van Galenstraat).
2. Pier E (een specifieke steiger/pakhuissectie).
3. Het politiesportterrein aan de Keucheniusstraat.
Opvallend is de zakelijke, bijna logistieke toon waarop over de uitsluiting van Joodse Amsterdammers wordt gesproken. De directeur erkent dat Joodse firma's waarschijnlijk zullen "verdwijnen" door de beperkende maatregelen. De weerstand van de heer Dijkstra (vertegenwoordiger van de groothandel) is niet ingegeven door morele bezwaren tegen de discriminatie, maar door economisch eigenbelang: hij wil Pier E behouden voor de niet-Joodse handelaren omdat er al een tekort aan pakhuisruimte is. In september 1941 vaardigde de Duitse bezetter Verordening 161/1941 uit, die de deelname van Joden aan markten verbood of sterk aan banden legde. Amsterdam had een zeer grote Joodse bevolking die diep geworteld was in de handel in levensmiddelen, met name in groenten en fruit op de Centrale Markthallen (geopend in 1934).
De "arisering" hield in dat Joodse eigenaren hun bedrijven moesten overdragen of dat hun bezittingen werden geconfisqueerd. Dit document toont aan hoe de lokale bureaucratie en het bedrijfsleven meewerkten aan de uitvoering van deze segregatie. Kort na deze besprekingen zouden de Joodse handelaren volledig uit het economische leven worden verdreven, wat een opmaat was naar de deportaties die in 1942 op grote schaal begonnen. De genoemde locaties maken tegenwoordig deel uit van het Food Center Amsterdam.