Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 388
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag).

30 november [waarschijnlijk 1939, gezien de context en dossierkenmerken]. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage (doorslag). 30 november [waarschijnlijk 1939, gezien de context en dossierkenmerken]. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). 1                                                         30 November              9.
21/33/1                                       den Heer Wethouder voor de
Amsterdam.                             Levensmiddelen,

markten bestaan en dus ook geen marktgeld voor aken, die er kolen aanvoeren, wordt geheven; echter is er geen sprake van, dat ook voor dekschuiten, waarop door de 'A.B.A.' aan de brandstoffenmarkt Kostverlorenvaart van de bedoelde aken wordt overgeladen, geen marktgeld wordt geheven.

                Aangezien de directie der 'A.B.A.' in haar weigering om te betalen bleef volharden, is haar, overeenkomstig het bepaalde in artikel 33 lid 3 der bovengenoemde heffingsverordening gelast onmiddellijk de op de markt met het vaartuig ingenomen plaats te ontruimen en het vaartuig derhalve van de markt te doen vertrekken. Hieraan is gevolg gegeven.

                Ik ben van oordeel, dat het bedrag aan marktgeld, dat terzake wegens het innemen van ligplaats bereids verschuldigd was, zijnde 33 x f 0,025 = f 0,825 alsnog door de N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam" behoort te worden betaald; vooral omdat zij beweert, dat haar weigering op "principieele" motieven berust, zoodat - wanneer niet tegen haar wordt opgetreden - ongetwijfeld verdere moeilijkheden bij de heffing van het op de brandstoffenmarkten verschuldigde marktgeld van haar zullen worden ondervonden.

                In dit verband diene nog, dat met de directie der A.B.A. reeds sedert verscheidene jaren dezerzijds besprekingen zijn gevoerd, waarbij de bedoelde onderneming steeds zeer tegemoetkomend is behandeld, doch dat zij blijkbaar in de meening verkeert, dat de heffing van brandstoffenmarktgelden in gevallen als het onderhavige niet rechtmatig is, zoodat zij bij herhaling heeft getracht moeilijkheden te maken.

                Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat, ingevolge artikel 291 der Gemeentewet, tegen de N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam", Nieuwe Zijds Voorburgwal 334 alhier, door den heer Gemeente-Ontvanger een dwangbevel wordt afgegeven, tot een bedrag van f 0,825.

                                                                          De Directeur, * Kern van de zaak: Er is een juridisch-financieel geschil tussen de gemeente Amsterdam en de brandstoffenhandel A.B.A. De kernvraag is of er marktgeld verschuldigd is voor dekschuiten die kolen overladen van aken aan de Kostverlorenvaart.
* Juridisch argument: De A.B.A. stelt dat zij vrijgesteld zijn, maar de gemeente maakt een onderscheid tussen de aanvoerende aken (vrijgesteld) en de dekschuiten waarop wordt overgeladen (niet vrijgesteld).
* Escalatie: Omdat de A.B.A. uit principe weigert te betalen, is hun vaartuig reeds van de ligplaats verwijderd. De directeur stelt nu voor om via de Gemeente-Ontvanger een dwangbevel uit te vaardigen.
* Opvallend detail: Het conflict gaat over een zeer klein bedrag (f 0,825, oftewel 82,5 cent), maar wordt door beide partijen als een principekwestie behandeld om precedentwerking te voorkomen. * Kostverlorenvaart: Dit was (en is) een belangrijke vaarweg in Amsterdam-West waar historisch veel handel in bulkgoederen zoals brandstoffen plaatsvond.
* Tijdsbeeld: De brief weerspiegelt de strakke ambtelijke hiërarchie en de formele wijze waarop met zakelijke geschillen werd omgegaan in het vooroorlogse Amsterdam. De referentie aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" plaatst het document in een periode waarin de gemeente nauw toezicht hield op de distributie en verkoop van essentiële goederen zoals brandstoffen.
* De A.B.A.: De N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam" was een prominente speler in de Amsterdamse kolenhandel, gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Documenten als deze geven inzicht in de spanningsverhouding tussen particuliere grootbedrijven en de gemeentelijke regelgeving in die tijd.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Er is een juridisch-financieel geschil tussen de gemeente Amsterdam en de brandstoffenhandel A.B.A. De kernvraag is of er marktgeld verschuldigd is voor dekschuiten die kolen overladen van aken aan de Kostverlorenvaart.
  • Juridisch argument: De A.B.A. stelt dat zij vrijgesteld zijn, maar de gemeente maakt een onderscheid tussen de aanvoerende aken (vrijgesteld) en de dekschuiten waarop wordt overgeladen (niet vrijgesteld).
  • Escalatie: Omdat de A.B.A. uit principe weigert te betalen, is hun vaartuig reeds van de ligplaats verwijderd. De directeur stelt nu voor om via de Gemeente-Ontvanger een dwangbevel uit te vaardigen.
  • Opvallend detail: Het conflict gaat over een zeer klein bedrag (f 0,825, oftewel 82,5 cent), maar wordt door beide partijen als een principekwestie behandeld om precedentwerking te voorkomen.

Historische Context

  • Kostverlorenvaart: Dit was (en is) een belangrijke vaarweg in Amsterdam-West waar historisch veel handel in bulkgoederen zoals brandstoffen plaatsvond.
  • Tijdsbeeld: De brief weerspiegelt de strakke ambtelijke hiërarchie en de formele wijze waarop met zakelijke geschillen werd omgegaan in het vooroorlogse Amsterdam. De referentie aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" plaatst het document in een periode waarin de gemeente nauw toezicht hield op de distributie en verkoop van essentiële goederen zoals brandstoffen.
  • De A.B.A.: De N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam" was een prominente speler in de Amsterdamse kolenhandel, gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Documenten als deze geven inzicht in de spanningsverhouding tussen particuliere grootbedrijven en de gemeentelijke regelgeving in die tijd.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6