Archiefdocument
Origineel
30 november 1939 [Bovenaan, doorgestreept:] ~~Persoonlijk~~
21/33/1 M A'dam 30 Nov. 1939
Concept
MNr [?]
W.G.M. [initialen]
Weigering betaling van marktgeld door A.B.A. (Brandstoffenmarkt).
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de directie der N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam", (de "A.B.A.") N.Z. Voorburgwal 334, heden heeft geweigerd het, krachtens art. 3 jo. art. 18 lid 1 sub a [in de marge toegevoegd: der Verordening op de heffing van markt- standplaats- en ventgelden] verschuldigde marktgeld ten bedrage van ƒ 0,025 per ton per kalenderweek, te betalen voor een vaartuig, genummerd 54, metende 33 ton, dat ligplaats had aan de brandstoffenmarkt aan de Kostverlorenvaart, voor den Baarsjesweg, nabij de opslagterreinen der voornoemde onderneming.
De weigering werd gemotiveerd met de mededeeling, dat op het vaartuig no. 54 een deel der lading van een op de brandstoffenmarkt liggende ~~vrijgestelde~~ aak werd overgeladen en dat het bedoelde vaartuig daarna terstond de markt zou verlaten. Dit laatste doet evenwel niets ter zake, aangezien ~~nu~~ het marktgeld wordt ~~ge-~~ geheven wegens het innemen van plaats in het als markt aangewezen openbare gemeentewater, ongeacht de vraag of het vaartuig al dan niet aan de markt blijft.
Teneinde aan de belangen der ~~N.V. Alge~~ bovengenoemde N.V. tegemoet te komen wordt van ouds van aken, die kolen aanvoeren aan haar opslagterrein aan de Baarsjesweg en die een groote tonneninhoud hebben, geen marktgeld geheven; [in de marge toegevoegd: dit is geschied, omdat andere Brandstoffenondernemingen van de omvang der ABA geen marktplaatsen hebben, waar geen brandstoffen-markten bestaan en dus ook geen marktgeld voor aken, die kolen aanvoeren, wordt geheven.] echter is er geen sprake van, dat ook voor deze aak [doorgehaald: waarop van de ABA-aken de brandstof wordt overgeladen] waarop van de bedoelde aken wordt overgeladen, geen marktgeld wordt geheven.
Aangezien de Directie der ~~Algemeene~~ [tekst breekt af] Het document is een ambtelijk concept (kladversie) waarin een geschil wordt beschreven over de heffing van marktgeld in de haven van Amsterdam. De kern van de zaak is de weigering van de firma A.B.A. om te betalen voor een specifiek vaartuig (No. 54).
De schrijver zet uiteen dat de regels strikt zijn: zodra een schip ruimte inneemt in water dat als marktgebied is aangewezen, is er marktgeld verschuldigd. De A.B.A. claimt een uitzondering omdat het vaartuig slechts diende voor overslag en direct weer zou vertrekken. De ambtenaar merkt echter op dat er al een uitzonderingspositie bestaat voor grote kolenaken van de A.B.A. (vanwege hun omvang en specifieke loslocatie), maar dat deze coulance niet mag worden uitgebreid naar kleinere overslagschepen. De vele doorhalingen en toevoegingen in de kantlijn tonen aan dat de ambtenaar nauwgezet zocht naar de juiste juridische formulering om de weigering te weerleggen. De datum (november 1939) plaatst dit document in de periode van de mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog voor Nederland. Brandstoffenvoorziening (kolen) was in deze tijd van cruciaal belang.
De N.V. Algemeene Brandstoffenhandel "Amsterdam" (A.B.A.) was een prominente speler in de Amsterdamse kolenhandel, gevestigd aan de Nieuwezijds Voorburgwal. De Kostverlorenvaart en de Baarsjesweg waren destijds belangrijke logistieke aders voor de stad, waar brandstoffen werden aangevoerd voor zowel industrieel als particulier gebruik. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling van belastingen en marktgelden in een tijd waarin de stad streng toezag op haar inkomsten en de ordening van het scheepvaartverkeer in de grachten en kanalen. N.V. Alge N.V. Algemeene N.Z. Voorburgwal