Handgeschreven ambtelijke concept-brief of interne nota.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke concept-brief of interne nota. Omstreeks maart/april 1938 (gebaseerd op de referentie naar een besluit van 23 februari 1937 en een dossiernummer uit 1938). (Opmerking: Doorgehaalde tekst is weergegeven met een horizontale lijn, invoegingen boven de regel zijn tussen [ ] geplaatst.)
4e. Twaalf dezer personen ~~te Adam~~ vóór 19 October 1934 reeds loose plaatsen bezetten op verschillende markten - waarbij in enkele gevallen [de marktgelegenheden op het] ~~Amstelveld~~ Amstelveld en Noordermarkt, waar nog steeds geen vaste plaatsen zijn uitgegeven.
~~Het dezer.~~
Terwijl in totaal dus 21 van de 33 [buitenlanders] ~~personen reeds~~ vóór 19 Oct. 1934 reeds vaste of losse plaatsen op de markten bezetten, ~~staan~~ de overige 12 ~~staan reeds 3 jaar of langer op losse plaatsen.~~
12, met uitzondering van Agartz, reeds 3 jaar of langer op losse plaatsen.
De geheele groep van 33 buitenlanders behoort dus practisch gesproken tot de vaste marktbezetting.
~~De bestaande voorschriften in het Reglement op de Markten bieden de mogelijkheid niet, om ten deze voor buitenlanders iets te doen.~~
Welteverstaan voor de geheele groep ~~of voor een aantal daarvan een afzonderlijk besluit moet worden genomen.~~
~~Het ligt met handhaving overigens van de geldende Reglements-bepalingen.~~
Voor een dergelijken maatregel bestaan o.m. [uit aanleiding] op grond van het feit de volgende overwegingen:
1e. zij behooren allen, met uitzondering van Agartz, reeds sedert jaren tot de geregelde ~~marktkooplui~~ [marktbevolking];
2e. Agartz is reeds 20 jaren in Nederland en [is] gehuwd met een Nederlandsche vrouw; ~~voor hem is een ook ook geber de~~
3e. in een soortgelijk geval als ~~van~~ Agartz, n.l. dat van de gebroeders Staller, waarop betrekking heeft het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 23 Febr. 1937, No 23/27 L.M. 1938, is [door B en W] van het geldende voorschrift afgeweken.
Indien U zich met bovenstaande opvatting zoudt kunnen vereenigen, stel ik U voor mij te machtigen deze aangelegenheid in de Commissie van Advies voor de Markten aan de orde te stellen.
D.D.
W.L.
(In de marge links:)
T.w.v. de marktplaatsen in aanmerking mogen komen, Dit document is een kladversie van een ambtelijk voorstel betreffende de rechtspositie van buitenlandse marktkooplieden in Amsterdam. Het kernprobleem is de grens tussen 'vaste' en 'losse' plaatsen. Buitenlanders mochten vaak geen vaste standplaatsvergunning krijgen vanwege restrictieve regelgeving, maar velen van hen stonden feitelijk al jaren op dezelfde plek (met name op de Noordermarkt en het Amstelveld, waar destijds nog geen officieel systeem van vaste plekken voor iedereen bestond).
De schrijver stelt voor om een uitzondering te maken voor een groep van 33 personen die al vóór 19 oktober 1934 actief waren. Er wordt expliciet verwezen naar twee casussen:
1. Agartz: Iemand die al 20 jaar in Nederland woont en met een Nederlandse vrouw is getrouwd.
2. Gebroeders Staller: Een precedent waarbij het College van B&W al eerder van de regels is afgeweken.
Het document getuigt van een poging om binnen de starre marktverordeningen van de jaren '30 een humane of praktische oplossing te vinden voor langdurig ingezeten vreemdelingen. De datum 19 oktober 1934 is cruciaal; dit verwijst naar het "Vestigingsbesluit Marktwezen", waarmee de overheid tijdens de crisisjaren probeerde de markt te beschermen tegen nieuwe instroom, vaak met een protectionistisch of xenofoob karakter tegenover buitenlandse handelaren (vaak Joods-Duitse vluchtelingen of Oost-Europese migranten).
De brief is waarschijnlijk gericht aan een wethouder of de burgemeester, met het verzoek om toestemming om deze groep 'te regulariseren' via de Commissie van Advies voor de Markten. De initialen "D.D." en "W.L." onderaan duiden op de ambtenaren of secretarissen die het concept hebben opgesteld en geaccordeerd.