Officiële ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Officiële ambtelijke brief / adviesnota. 5 september 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, bijv. Marktwezen of Openbare Werken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Handgeschreven rechtsboven:]
U. de Boer [?]
verzonden 5/9
[Getypte tekst:]
vP/HG.
20/27/2 M.
1
5 September 1939.
Verzoek van M.v.d.Duin
om visch te mogen bakken
op markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 26
Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.110/19 L.M.1939 heb
ik de eer U te berichten, dat de laatste jaren herhaaldelijk
verzoeken om visch op de markten te mogen bakken op grond van
den overlast, dien dit voor de omgeving veroorzaakt, zijn
afgewezen, overeenkomstig de mededeeling vervat in Uw brief
d.d. 30 September 1937 (No.604 L.M.1937). Ik geef U beleefd
in overweging den adressant te doen berichten, dat zijn ver-
zoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen.
De Directeur . Deze brief is een formeel negatief advies van een directeur aan een wethouder betreffende een vergunningsaanvraag. De kern van het document is de weigering van een verzoek om vis te mogen bakken op de markt.
De belangrijkste elementen zijn:
* Reden van afwijzing: "Overlast" voor de omgeving. Dit duidt meestal op geurhinder, rook of vetspetters die ongewenst waren in de marktcontext van die tijd.
* Beleid: Er wordt verwezen naar een bestendig beleid ("de laatste jaren herhaaldelijk... afgewezen") en een specifiek besluit uit 1937. Dit toont aan dat de gemeente consistentie in haar besluitvorming nastreeft.
* Procedure: De wethouder heeft via een "kantbrief" (een begeleidend schrijven of aantekening in de marge) om advies gevraagd, waarna de ambtelijke dienst dit negatieve advies formuleert. De brief is gedateerd op 5 september 1939, slechts enkele dagen na de Duitse inval in Polen en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Desondanks ademt het document de sfeer van de reguliere, vredestijdse bureaucreatie. In deze periode waren marktreglementen streng; hygiëne en het voorkomen van hinder voor omwonenden en andere marktkooplieden stonden centraal. De term "Levensmiddelen" in de titel van de wethouder suggereert een stedelijke context (zoals Amsterdam, Rotterdam of Den Haag) waar specifieke wethouders belast waren met de distributie en controle van voedsel, een rol die gedurende de naderende oorlogsjaren alleen maar belangrijker zou worden door de schaarste en distributie.