Ambtelijk bijblad/notitie van een overheidsinstelling (mogelijk de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun of Arbeidsbeurs te Amsterdam).
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitie van een overheidsinstelling (mogelijk de Gemeentelijke Dienst voor Maatschappelijke Steun of Arbeidsbeurs te Amsterdam). Diverse data variërend van 10 maart 1939 tot 30 juni 1939. De hoofdnotitie is gedateerd op 23 mei 1939. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/81/1 1939
DOORGEZONDEN: 19/5
[Rechtsboven handgeschreven]
Ph. de Groot, sollicitant
Alb. Cuypstraat no. 392, werd
10/3 '39 geschrapt wegens het
niet in ontvangst komen
nemen van een voorkeurskaart.
[Ingevoegd tussen de regels]
om alsnog in het bezit te worden gesteld van een voorkeurskaart.
20/5 [onleesbaar monogram]
[Midden tekst]
Het verzoek van Ph. de Groot moet m.i.
worden afgewezen.
De Groot beweert de oproeping tot het afhalen van
een voorkeurskaart te laat in handen te hebben ge-
kregen. Hiermede kan m.i. echter geen rekening worden
gehouden.
[Rechtsonder]
23-5-'39
[Handtekening, mogelijk "de Man"]
[Onderste gedeelte met aantekeningen]
2. 25/81/2 [in rood potlood]
30/6/39 [initialen]
[Linksonder in marge]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rechtsboven in de hoek]
54 Dit document betreft de afwijzing van een administratief verzoek. De heer Ph. de Groot, een sollicitant, was op 10 maart 1939 "geschrapt" (vermoedelijk uit een register voor werklozensteun of arbeidsbemiddeling) omdat hij een zogenaamde "voorkeurskaart" niet was komen ophalen. Een voorkeurskaart gaf de houder in die tijd voorrang bij bepaalde werkzaamheden of vormen van steun.
De Groot heeft hiertegen bezwaar gemaakt met de reden dat hij de oproep te laat had ontvangen. De behandelend ambtenaar adviseert echter (met de term "m.i.", mijns inziens) om het verzoek af te wijzen. De formele houding is dat er met de persoonlijke omstandigheden (het te laat ontvangen van de post) geen rekening kan worden gehouden. Dit getuigt van de strikte bureaucratische uitvoering van de werkloosheidswetgeving aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het document dateert uit mei 1939, een periode van grote economische onzekerheid en strenge controle op werklozen in Nederland. De Albert Cuypstraat in Amsterdam was destijds een buurt met veel Joodse bewoners en kleine zelfstandigen die hard getroffen werden door de economische crisis. De strikte toepassing van de regels rondom "voorkeurskaarten" en het "schrappen" van sollicitanten was een gangbare praktijk om de kosten van de sociale steun te beheersen. De handtekening onderaan is waarschijnlijk van een referent of afdelingshoofd van de betreffende gemeentelijke dienst. M. No