Ambtelijk rapport/memo.
Origineel
Ambtelijk rapport/memo. 23 augustus 1939 (met verwijzing naar 8 juni jl. en 24 augustus). Een inspecteur van het Marktwezen (ondertekening lijkt "Th. Brinkman, Insp."). [Rechtsboven, gestempeld/geschreven:]
Nº 25/83/3 M. 1939 24/8
[Rechtsboven, schuin:]
Zie - WE
Opb [?]
Rapport.
Den Heer Directeur van het Marktwezen.
Op 8 Juni jl. werd den vasten plaatshouder S. Lonte, Alb. Cuypstr., toestemming verleend zich te doen bijstaan door J. Groenhuijzen. (vide no. 25/83/2 M.).
S. Lonte pleegt den geheelen dag te venten, terwijl zijn vrouw de plaats bezet. In dit geval had m.i. geen bijstand behooren te worden verleend; ik wijs in dit verband op een beslissing van den Wethouder, dat geen vervanging van een standplaatshouder behoort te worden verleend, indien deze standplaatshouder zou willen venten.
[In de linkermarge:]
Neen, de vrouw krijgt assistentie
[Paraaf]
In bovenvermeld geval wordt de marktkoopman Lonte vervangen door een assistent, teneinde zelf te gaan venten.
Kort geleden zijn de voorwaarden, waaronder bijstand aan marktkooplieden wordt verleend, belangrijk verscherpt. Op grond hiervan lijkt het mij gewenscht, de hierbedoelde assistentie in te trekken. Indien deze gedragslijn in het algemeen voor de markten zou worden ingevoerd, zouden de marktambtenaren soortgelijke gevallen moeten rapporteeren, waarna de bijstandsvergunning zou moeten worden ingetrokken.
A’dam, 23/8 1939
[Handtekening: Th Brinkman(?)]
Insp.
[Linksonder, handgeschreven reactie:]
Dat is een nieuw principe en een nieuwe bemoeienis. Geen bezwaar, dat de vrouw, indien nodig, assistentie heeft. W [Paraaf]
--- Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse marktinventarisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een strikte interpretatie van de marktregels door een inspecteur.
- De kwestie: Marktkoopman S. Lonte heeft een officiële standplaats op de Albert Cuypstraat. Hij heeft toestemming gekregen voor een assistent (J. Groenhuijzen). De inspecteur constateert echter dat Lonte de assistent niet gebruikt om hem te helpen bij de kraam, maar om hem te vervangen, zodat Lonte zelf elders in de stad kan gaan "venten" (ambulante handel).
- Het conflict: De inspecteur wil de vergunning intrekken op basis van een verscherping van de regels door de Wethouder. Hij stelt voor om dit als algemeen beleid te gaan handhaven.
- De beslissing: De directie (of de Wethouder, gezien de paraaf 'W') is het hier niet mee eens. In de kantlijn en onderaan wordt de inspecteur teruggefloten: het wordt gezien als ongewenste "nieuwe bemoeienis". Men vindt het acceptabel dat de vrouw van de koopman assistentie krijgt als dat nodig is, ongeacht of de man zelf aan het venten is. De Albert Cuypmarkt was in 1939 al een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De regelgeving rondom standplaatsen was streng om wildgroei en oneerlijke concurrentie te voorkomen. Een "vaste plaatshouder" had rechten, maar ook de plicht om de plaats persoonlijk te bezetten.
Het document illustreert de spanning tussen de uitvoerende ambtenaren (de inspecteurs op straat) die strak de regels wilden volgen, en de directie/politiek die in de economisch uitdagende jaren '30 wellicht wat meer ruimte liet voor ondernemerschap (het combineren van een vaste kraam met venten door de stad). De opmerking "nieuw principe en een nieuwe bemoeienis" wijst op een irritatie bij de leiding over de ijver van de inspecteur.