Archiefdocument
Origineel
8 juli 1939 (met een referentie naar een advies van 25 juli '39 in de kantlijn). Een ambtenaar of controleur van het Marktwezen (ondertekening onduidelijk, mogelijk J. v.d. Linden of Groenhuijzen). Noot: De spelling uit het origineel is aangehouden.
Advies op 25/W f/M 39.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
In verband met bijgaand verzoek van P. Morpurgo,
pl. nr. AC diene het volgende:
Bedoeling van verzoeker is, dat zijn dochter Alida
Morpurgo, oud 26 jaar, hem en diens vrouw op Zaterdagen
assisteert.
Deze dochter is verkoopster bij de fa. Reiss en bezoekt
met hen de buitenmarkten om daar stoffen te ver-
koopen.
Thans verkoopt Morpurgo eveneens stoffen van de
fa. Reiss en is het vermoeden gewettigd, dat de genoem-
de firma op Zaterdag met de stoffen tevens het
personeel levert in den vorm van dochter Alida.
Eenige stallen verder staat echter eveneens een
stoffenstal van de fa. B. Dekker-Stuijver.
Ongetwijfeld zal inwilliging van het verzoek
tot ordeverstoringen leiden.
M.i. dient het verzoek dan ook te worden afgewezen.
Amsterdam, 8 Juli ’39
[Handtekening] De tekst is een zakelijk en kritisch ambtelijk advies. De heer P. Morpurgo vraagt toestemming voor zijn 26-jarige dochter Alida om hem en zijn vrouw op zaterdagen bij te staan in hun marktkraam (plaatsnummer AC). De ambtenaar die de situatie ter plaatse beoordeelt, ziet echter een verborgen commercieel motief.
De kern van de kritiek is dat de dochter Alida doordeweeks in dienst is bij de "Firma Reiss". Omdat haar vader nu ook stoffen van deze firma verkoopt, vermoedt de ambtenaar dat de Firma Reiss via Alida probeert een extra 'eigen' verkooppunt te bemensen onder het mom van gezinsbijstand. De ambtenaar voorziet problemen met nabijgelegen concurrenten, specifiek de firma B. Dekker-Stuijver, die enkele kramen verderop staat. Om de rust op de markt te bewaren en "ordeverstoringen" (ruzies of klachten over oneerlijke concurrentie) te voorkomen, adviseert de ambtenaar het verzoek af te wijzen. Dit schrijven dateert van juli 1939, de laatste zomer voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de markthandel een vitale sector waarin de Joodse gemeenschap sterk vertegenwoordigd was; de namen Morpurgo en Reiss zijn hier illustratief voor.
Het document weerspiegelt de strikte bureaucratie en controle binnen het Marktwezen. Marktkooplieden waren gebonden aan strenge regels wat betreft assortiment en personeel om de onderlinge concurrentie in goede banen te leiden. De term "buitenmarkten" verwijst waarschijnlijk naar markten buiten het Amsterdamse stadscentrum of in omliggende gemeenten. Het advies toont aan dat de inspectie zeer alert was op constructies waarbij grote firma's probeerden hun invloed op de markt uit te breiden via individuele vergunninghouders.