Archief 745
Inventaris 745-276
Pagina 76
Dossier 103
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

8 april 1939. Van: S. Pinto, wonende aan de 2e Jan Steenstraat 75 II te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 8 april 1939. S. Pinto, wonende aan de 2e Jan Steenstraat 75 II te Amsterdam. [Linksboven in stempel/handschrift:]
№ 28/63/M. 1939 11/4

[Rechtsboven:]
A'dam 8 April 1939
[Marginale notitie:] ni. Insp.

Wel. Edl. Heer!

Met deze geef ik u te kennen dat ik S. Pinto 2e Jan Steenstr. 75 (II)
voorkeurkaart houder № 279 Albertcuypstraat afgevoerd ben
van de markt sollicitante lijst om rede het volgende.
Den 5 November 1938 heb ik een aanschrijving ontvangen van het markt-
wezen, voor het niet regelmatig bezoeken der markt, op 28
November 1938 ben ik afgevoerd van de lijst.
Den 5 October 1938 heb ik aanvragen gedaan aan M.S. voor on-
derstand, daar dat ik doentemaals bij een mijner kinderen inwoon-
den, vertraagden men de zaak wel, er werd een nauwkeu-
rig onderzoek ingesteld, zoodat ik pas op 3 December 1938 voor
steun in aanmerking kwam.
Naar aanleiding van bovenstaande doe ik u opmerkzaam
maken dat het buiten mijn wil afhankelijk was voor het niet bezoeken
der markt, en vraag ik u beleefd mijn oud voorkeurkaart
no 279 te handhaven.

Hoopende mijn dat u mijn vriendelijk zult inwilligen
Zoo noem ik mij Hoogachtend

S. Pinto 2e Jan Steenstraat 75 (II) Amsterdam
voorkeurkaart no 279 Clitis no M. 5. 51040 In deze brief verzoekt de heer S. Pinto om het behoud (of herstel) van zijn voorkeurkaart voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij was van de lijst geschrapt omdat hij zijn plek niet regelmatig had bezocht in november 1938.

De schrijver voert aan dat deze afwezigheid overmacht was. In die periode deed hij een aanvraag voor 'onderstand' (financiële steun) bij de M.S. (Maatschappelijke Steun, de toenmalige sociale dienst). Omdat hij bij een van zijn kinderen inwoonde, werd er een tijdrovend onderzoek ingesteld naar zijn situatie, wat de afwikkeling van zijn dossier vertraagde. Volgens de brief kon hij pas vanaf 3 december 1938 op steun rekenen. Pinto beargumenteert dat de bureaucratische afhandeling van zijn steunaanvraag de directe reden was dat hij de markt niet kon bezoeken, en vraagt daarom om coulance. De brief dateert van april 1939, een periode van economische onzekerheid vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al een vitale plek voor de handel in Amsterdam, en een 'voorkeurkaart' was essentieel voor de bestaanszekerheid van een marktkoopman. Zonder zo'n kaart was men aangewezen op minder gunstige plekken of moest men elke dag hopen op een toewijzing door de marktmeester.

De naam 'Pinto' en het adres in de 2e Jan Steenstraat (in de Pijp) wijzen op de Joodse achtergrond van de afzender; een grote groep Amsterdamse Joden was in die tijd werkzaam in de ambulante handel. De afkorting "M.S." staat voor de Dienst der Maatschappelijke Steun, die zeer strenge controles uitvoerde voordat er uitkeringen werden verstrekt. Het document werpt een licht op de strikte regelgeving van het Marktwezen: wie niet verscheen, verloor zijn rechten, ongeacht de persoonlijke omstandigheden, tenzij men dit via een officieel schrijven kon aanvechten.

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer S. Pinto om het behoud (of herstel) van zijn voorkeurkaart voor een standplaats op de Albert Cuypmarkt. Hij was van de lijst geschrapt omdat hij zijn plek niet regelmatig had bezocht in november 1938.

De schrijver voert aan dat deze afwezigheid overmacht was. In die periode deed hij een aanvraag voor 'onderstand' (financiële steun) bij de M.S. (Maatschappelijke Steun, de toenmalige sociale dienst). Omdat hij bij een van zijn kinderen inwoonde, werd er een tijdrovend onderzoek ingesteld naar zijn situatie, wat de afwikkeling van zijn dossier vertraagde. Volgens de brief kon hij pas vanaf 3 december 1938 op steun rekenen. Pinto beargumenteert dat de bureaucratische afhandeling van zijn steunaanvraag de directe reden was dat hij de markt niet kon bezoeken, en vraagt daarom om coulance.

Historische Context

De brief dateert van april 1939, een periode van economische onzekerheid vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al een vitale plek voor de handel in Amsterdam, en een 'voorkeurkaart' was essentieel voor de bestaanszekerheid van een marktkoopman. Zonder zo'n kaart was men aangewezen op minder gunstige plekken of moest men elke dag hopen op een toewijzing door de marktmeester.

De naam 'Pinto' en het adres in de 2e Jan Steenstraat (in de Pijp) wijzen op de Joodse achtergrond van de afzender; een grote groep Amsterdamse Joden was in die tijd werkzaam in de ambulante handel. De afkorting "M.S." staat voor de Dienst der Maatschappelijke Steun, die zeer strenge controles uitvoerde voordat er uitkeringen werden verstrekt. Het document werpt een licht op de strikte regelgeving van het Marktwezen: wie niet verscheen, verloor zijn rechten, ongeacht de persoonlijke omstandigheden, tenzij men dit via een officieel schrijven kon aanvechten.

Locaties

Amsterdam ("A'dam").

Gerelateerde Documenten 6