Ambbtelijk advies / Interne correspondentie.
Origineel
Ambbtelijk advies / Interne correspondentie. 29 juli 1939. De Directeur (namens de Secretaris van de gemeente/Marktwezen). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Linksboven:] 39/178/3 M
1
[Rechtsboven, handgeschreven:] M. de Boer
[Rechtsboven, schuin handgeschreven:] Verzonden 29/7
[Rechtsboven:] vP/G.
[Rechts:] 29 Juli 1939.
[Links:] Wyziging standplaatsvergunning
ten name van S.Stofkooper e/v
B.Goudsmit.
[Rechts:] den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 14 dezer om advies ontvangen stuk no.5/349 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat volgens de administratie van het Marktwezen adressante is geboren op 3 Augustus 1891, terwyl in het op dit stuk gestelde advies van den Hoofdcommissaris van Politie 7 Augustus 1891 als haar geboortedatum wordt opgegeven. Tegen inwilliging van het onderhavige verzoek bestaat dezerzyds geen bezwaar, mits adressante vooraf wordt verplicht te betalen: een bedrag van f 2,10 wegens achterstallig ventgeld, verschuldigd over de maanden Augustus, September en October 1937 terzake van een op 30 October 1937 wegens wanbetaling ingetrokken ventvergunning serie 9 nummer 120; voorts het sedert 25 Juni jl. achterstallige standplaatsgeld ten bedrage van f 0,20 per week.
[Rechtsonder:] De Directeur,
b.a. De Secretaris, Dit document is een ambtelijk advies betreffende de aanvraag voor een wijziging van een standplaatsvergunning. De belangrijkste punten uit het document zijn:
- Identificatieconflict: Er is een discrepantie geconstateerd tussen de administratie van het Marktwezen (geboortedatum 3 augustus 1891) en het advies van de Hoofdcommissaris van Politie (7 augustus 1891) wat betreft de aanvraagster, S. Stofkooper.
- Voorwaardelijke goedkeuring: De administratie staat positief tegenover het verzoek, maar stelt strikte financiële voorwaarden.
- Schuldsanering: De aanvraagster moet eerst oude schulden vereffenen:
- f 2,10 aan achterstallig "ventgeld" uit 1937 (wat destijds leidde tot intrekking van een eerdere vergunning).
- Achterstallig standplaatsgeld van f 0,20 per week, gerekend vanaf 25 juni 1939.
- Bureaucratie: Het document illustreert de nauwkeurigheid waarmee de gemeente Amsterdam (Marktwezen) toezicht hield op marktkooplieden en de inning van gelden, zelfs voor relatief kleine bedragen. Het document dateert van juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De namen S. Stofkooper en B. Goudsmit zijn typisch Joods-Amsterdamse namen. Voor veel Joodse Amsterdammers was de handel op markten (zoals de Waterloopleinmarkt of de Albert Cuypmarkt) een cruciale bron van inkomsten.
Het feit dat een vergunning in 1937 was ingetrokken wegens "wanbetaling" wijst op de economische kwetsbaarheid van de betrokkene in die periode. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode verantwoordelijk voor de marktordening. Dit type documentatie is vaak terug te vinden in de archieven van het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam.