Afschrift van een officiële vergunning/beschikking.
Origineel
Afschrift van een officiële vergunning/beschikking. [Stempel bovenaan:] № 39/178/4 M. 1939 [Handgeschreven toevoegingen:] 4/8, W. Ridder 4/8/39, aan C. v. d. Laan
No. 5/349 L.M. 1939. Afschrift.
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van Sophia Goudsmit-Stofkooper, geboren 3 Augustus 1891, wonende Rapenburgerstraat 36 II, waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats met een mand ten verkoop van pinda’s op den openbaren weg;
Geven adressante te kennen, dat haar, onder intrekking van de haar bij hun beschikking d.d. 1 April 1939, No. 5/540 L.M. 1938 verleende vergunning tot wederopzeggens toe, wordt toegestaan een standplaats in te nemen met een mand ten verkoop van pinda’s, op den openbaren weg, het verhoogde voetpad van de Plantage Kerklaan aan de zijde van Artis, tegenover perceel No. 49, om daarvan, in de maanden April tot en met September, dagelijks, en in de maanden October tot en met Maart, op Zondagen, de beide Kerstdagen, den Nieuwjaarsdag en den 2den Paaschdag indien deze in dit tijdvak valt, aanvangende te 9 uur des voormiddags tot 6 uur namiddag gebruik te maken,
onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling worden voldaan;
b. de vergunninghoudster mag alleen persoonlijk van deze vergunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet doen bijstaan en geen andere standplaats innemen, dan de haar door de Politie aangewezene;
c. de vergunninghoudster mag zich niet van de op haar standplaats uitgestalde waren verwijderen en deze onbeheerd achter laten, of toevertrouwen aan een niet-rechthebbende op die plaats;
d. het is de vergunninghoudster ten strengste verboden haar waren aan het publiek op te dringen;
e. de vergunninghoudster mag geen grootere oppervlakte gebruiken dan een van 1 M. bij ½ M.;
f. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Politie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
g. de vergunninghoudster moet op de eerste aanzegging van de Politie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
h. de vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde standplaatsgeld over de loopende week.
Deze vergunning zal dadelijk aan het bureau van de 2e afdeeling der 4e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het Marktwezen moeten worden vertoond en niet van kracht zijn, wanneer niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt,
[Handgeschreven onderaan:] uitgez. 14/8 ’39. Dit document is een officieel afschrift van een vergunning verleend door de gemeente Amsterdam in augustus 1939. De vergunning is verleend aan Sophia Goudsmit-Stofkooper voor het verkopen van pinda's vanuit een mand. De locatie is zeer specifiek: het verhoogde voetpad aan de Plantage Kerklaan, direct tegenover Artis (perceel 49).
De vergunning bevat strikte voorwaarden (a t/m h) die een goed beeld geven van de toenmalige regelgeving voor straathandel. Zo mocht de verkoopster zich niet laten bijstaan, moest zij persoonlijk aanwezig blijven, mocht zij haar waren niet opdringen en mocht de mand niet groter zijn dan 1 x 0,5 meter. Ook de tijden zijn nauwkeurig vastgelegd, waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen het zomerseizoen (dagelijks) en het winterseizoen (alleen zon- en feestdagen). Het document dateert van vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De locatie (Plantagebuurt/Rapenburgerstraat) en de achternaam van de betrokkene wijzen op een Joodse achtergrond. Sophia Goudsmit-Stofkooper (1891) woonde in de Rapenburgerstraat, het hart van de oude Joodse buurt in Amsterdam.
De verkoop van pinda’s was in die tijd een veelvoorkomende bron van (miniem) inkomen voor mensen uit de armere lagen van de bevolking. De locatie bij Artis was strategisch gekozen vanwege de vele dagjesmensen. Historisch onderzoek wijst uit dat Sophia Goudsmit-Stofkooper de oorlog niet heeft overleefd; zij is in 1942 in Auschwitz vermoord. Dit document vormt daarmee een aangrijpend bewijsstuk van haar dagelijks leven en haar pogingen om in haar onderhoud te voorzien kort voor de deportaties begonnen.