Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 201
Dossier 109
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief (ambtelijke correspondentie)

12 januari 1939 Dossier: 508, 83

Origineel

Brief (ambtelijke correspondentie) 12 januari 1939 Handgeschreven in blauw potlood (bovenaan): Extra

vdL./G.

46A/3/2 M.
1

12 Januari 1939.

Invoer Noorsche visch
door H.Wynschenk.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van den my met Uw kantschryven d.d. 11 Januari jl. No.83 L.M.1939 om advies in handen gestelden brief van H.Wynschenk heb ik de eer U het volgende te berichten.

Op 9 Januari jl. telefoneerde de grossier Wynschenk my, dat een kleine zending Noorsche schelvisch voor hem aan de grens stond. Hy verzocht my de Visschery-Centrale te 's-Gravenhage te vragen hem (Wynschenk) toestemming voor den invoer te willen verleenen, opdat hy deze visch in den Amsterdamschen Vischafslag zou kunnen verkoopen. Aangezien Wynschenk voor dezen invoer geen consent had - noch gewoon consent als daarop recht hebbend importeur, noch extra-consent - heb ik myn bemiddeling geweigerd om de volgende redenen.

Voortdurend heb ik my de laatste maanden met de Visschery-Centrale verstaan, om voor Amsterdamsche grossiers extra-consenten te verkrygen voor den invoer van visch uit Denemarken, Noorwegen en Zweden. De resultaten konden slechts gering zyn. De moeilykheid is namelyk deze, dat in het schryven van den Minister van Economische Zaken d.d. 26 Juli 1938 (No.508 L.M.1938) alleen in principe is toegezegd de mogelykheid van extra-consenten voor importeurs, die daarop recht hebben, namelyk "boven de hun op grond van invoer in de basisjaren verstrekte toewyzingen" en dit alles dan nog weer "binnen het raam der bestaande invoercontingenten", dat Deze brief is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De schrijver (mogelijk een directeur van een gemeentelijke dienst) reageert op een verzoek van de vishandelaar H. Wynschenk. Wynschenk had een lading Noorse schelvis aan de grens staan zonder de benodigde invoerdocumenten (consenten) en vroeg om bemiddeling om deze alsnog te importeren voor verkoop op de Amsterdamse Visafslag.

De adviseur weigert deze bemiddeling. Hij beargumenteert dit door te wijzen op het strenge rijksbeleid van de Visschery-Centrale en het Ministerie van Economische Zaken. Invoerquota (contingenten) zijn gebaseerd op historische importcijfers uit "basisjaren". Omdat Wynschenk blijkbaar niet over de juiste rechten of quota beschikt, is het verkrijgen van een "extra-consent" nagenoeg onmogelijk, ook al is er behoefte aan visimport uit Scandinavië. Het document dateert van januari 1939, een periode van grote internationale spanning en economische regulering vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland voerde in de jaren '30 een crisisbeleid om de eigen markt te beschermen en de distributie te beheersen.

De Visschery-Centrale was een crisisorgaan dat toezag op de uitvoering van de Ordeningswet voor de Zeevisserij. Het systeem van invoercontingenten en consenten (vergunningen) werd gebruikt om de import te beperken en te sturen, vaak ter bescherming van de eigen vissersvloot of om handelsbalansen met andere landen (zoals Noorwegen) te beheren. De tekst illustreert de bureaucratische strijd tussen de lokale behoefte aan voedselvoorziening (de wethouder en de grossiers) en de strikte nationale regels van het Ministerie van Economische Zaken. H. Wynschenk

Samenvatting

Deze brief is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen. De schrijver (mogelijk een directeur van een gemeentelijke dienst) reageert op een verzoek van de vishandelaar H. Wynschenk. Wynschenk had een lading Noorse schelvis aan de grens staan zonder de benodigde invoerdocumenten (consenten) en vroeg om bemiddeling om deze alsnog te importeren voor verkoop op de Amsterdamse Visafslag.

De adviseur weigert deze bemiddeling. Hij beargumenteert dit door te wijzen op het strenge rijksbeleid van de Visschery-Centrale en het Ministerie van Economische Zaken. Invoerquota (contingenten) zijn gebaseerd op historische importcijfers uit "basisjaren". Omdat Wynschenk blijkbaar niet over de juiste rechten of quota beschikt, is het verkrijgen van een "extra-consent" nagenoeg onmogelijk, ook al is er behoefte aan visimport uit Scandinavië.

Historische Context

Het document dateert van januari 1939, een periode van grote internationale spanning en economische regulering vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland voerde in de jaren '30 een crisisbeleid om de eigen markt te beschermen en de distributie te beheersen.

De Visschery-Centrale was een crisisorgaan dat toezag op de uitvoering van de Ordeningswet voor de Zeevisserij. Het systeem van invoercontingenten en consenten (vergunningen) werd gebruikt om de import te beperken en te sturen, vaak ter bescherming van de eigen vissersvloot of om handelsbalansen met andere landen (zoals Noorwegen) te beheren. De tekst illustreert de bureaucratische strijd tussen de lokale behoefte aan voedselvoorziening (de wethouder en de grossiers) en de strikte nationale regels van het Ministerie van Economische Zaken.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zeevis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6