Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 245
Dossier 103
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief (getypt op briefpapier)

6 October 1938 Van: Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam

Origineel

Brief (getypt op briefpapier) 6 October 1938 Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE

TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271

AFD. I.
BETREFFENDE invoer versche zeevisch.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN 3 October nº 46A/35/6 M.
BIJ ANTWOORD VERMELDEN: No. 5094.
BIJLAGEN ...... STUKS, T.W.:

[Stempel: № 46 A/35/7 M. 1938 7/10]

den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM. - W.

'S-GRAVENHAGE, 6 October 1938.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4

Naar aanleiding van Uw nevenvermeld schrijven bericht ik U, dat er dezerzijds geen bezwaar bestaat aan de door U bedoelde grossiers in visch, binnen het raam van de gevormde reserve, vergunningen te verleenen voor den invoer van zeevisch uit Noorwegen en Denemarken.

Ik noodig U derhalve uit deze grossiers te verzoeken zich tot de Nederlandsche Visscherijcentrale te wenden, onder opgave van de hoeveelheid visch, welke zij wekelijks of maandelijks denken te kunnen invoeren.

Hoewel de aanvoer van zeevisch thans ook te Amsterdam kan plaats hebben, blijkt, dat de vreemde visschersvaartuigen er nog steeds de voorkeur aan geven in IJmuiden te markten.

Vóór het Gemeentebestuur van Amsterdam zich nogmaals tot den Minister van Economische Zaken wendt met verzoek zelf consenten te mogen ontvangen, geef ik U in overweging eens af te wachten, hoe het verloop is van den invoer van zeevisch door de door U bedoelde personen.

DE DIRECTEUR,
[Onduidelijke handtekening]

[Linksonder:]
AV/CP.
17484 - '38

[Rechtsonder handgeschreven:]
46 In deze brief reageert de Nederlandsche Visscherijcentrale op een verzoek van de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is de regulering van de visimport uit Scandinavië (Noorwegen en Denemarken) kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

De Visscherijcentrale stemt toe in het verlenen van importvergunningen aan Amsterdamse grossiers, mits zij binnen een vooraf vastgestelde reserve vallen. Opvallend is de vermelding van de concurrentiepositie van Amsterdam ten opzichte van IJmuiden: hoewel Amsterdam de faciliteiten heeft, geven buitenlandse vissersschepen nog steeds de voorkeur aan de visafslag in IJmuiden.

De Directeur van de Visscherijcentrale lijkt een afwachtende houding te adviseren aan het Amsterdamse gemeentebestuur. Hij raadt aan eerst te kijken hoe de private import door de grossiers verloopt, voordat de gemeente zelf bij de Minister van Economische Zaken aanklopt voor eigen importrechten ("consenten"). De Nederlandsche Visscherijcentrale was in de jaren '30 een belangrijk regulerend orgaan dat werd opgericht in het kader van de Crisis-Visserijwet. Vanwege de economische depressie en internationale handelsbeperkingen was de visserijsector zwaar gereguleerd met quota en vergunningsstelsels.

Het jaar 1938 was een periode van grote internationale spanning, waarbij de voedselvoorziening en handelsroutes een strategische rol speelden. Amsterdam probeerde in deze periode zijn positie als vishandelscentrum te versterken (mede door de bouw van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat), maar moest hierbij optornen tegen de gevestigde macht van de haven van IJmuiden en de gecentraliseerde regelgeving vanuit Den Haag.

Samenvatting

In deze brief reageert de Nederlandsche Visscherijcentrale op een verzoek van de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de zaak is de regulering van de visimport uit Scandinavië (Noorwegen en Denemarken) kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

De Visscherijcentrale stemt toe in het verlenen van importvergunningen aan Amsterdamse grossiers, mits zij binnen een vooraf vastgestelde reserve vallen. Opvallend is de vermelding van de concurrentiepositie van Amsterdam ten opzichte van IJmuiden: hoewel Amsterdam de faciliteiten heeft, geven buitenlandse vissersschepen nog steeds de voorkeur aan de visafslag in IJmuiden.

De Directeur van de Visscherijcentrale lijkt een afwachtende houding te adviseren aan het Amsterdamse gemeentebestuur. Hij raadt aan eerst te kijken hoe de private import door de grossiers verloopt, voordat de gemeente zelf bij de Minister van Economische Zaken aanklopt voor eigen importrechten ("consenten").

Historische Context

De Nederlandsche Visscherijcentrale was in de jaren '30 een belangrijk regulerend orgaan dat werd opgericht in het kader van de Crisis-Visserijwet. Vanwege de economische depressie en internationale handelsbeperkingen was de visserijsector zwaar gereguleerd met quota en vergunningsstelsels.

Het jaar 1938 was een periode van grote internationale spanning, waarbij de voedselvoorziening en handelsroutes een strategische rol speelden. Amsterdam probeerde in deze periode zijn positie als vishandelscentrum te versterken (mede door de bouw van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat), maar moest hierbij optornen tegen de gevestigde macht van de haven van IJmuiden en de gecentraliseerde regelgeving vanuit Den Haag.

Gerelateerde Documenten 6