Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 244
Dossier 44
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag/kopie).

3 oktober 1938 (Genoteerd als "3 October 8"). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

Getypte brief (doorslag/kopie). 3 oktober 1938 (Genoteerd als "3 October 8"). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). 1 3 October 8
46A/35/6 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen

Amsterdamsche grossier-consenthouder, H. Wynschenk, heeft door zyn handel op het zoogenaamde buitenterrein der Vischmarkt, aan den afslag tegengestelde belangen).

         Uit het feit, dat Zyne Excellentie de Minister van Economische Zaken, mede dank zy Uw welwillende medewerking, een extra maatregel ter bevordering van de Amsterdamsche vischvoorziening heeft genomen, leid ik af, dat U met my van oordeel is, dat in Amsterdam een tekort aan buitenlandsche visch bestaat, waaruit volgt, dat die visch - indien zy in den afslag zou komen - aldaar ongetwyfeld behoorlyke pryzen zou opbrengen. Dit zou zonder meer blyken, indien extra aanvoer naar Amsterdam mogelyk werd gemaakt; vooralsnog zal ik myn pogingen echter wel tot vermeerdering van den invoer moeten beperken.

         Ik stel my daarom voor, het Gemeentebestuur van Amsterdam in overweging te geven, zich andermaal te wenden tot Zyne Excellentie den Minister van Economische Zaken, met het verzoek, dat aan de Gemeente Amsterdam zelf (dienst van het Marktwezen, afdeeling Vischmarkt) extra consenten voor den invoer van buitenlandsche visch worden verleend en wel in voldoende mate, dat daardoor een regelmatige voorziening van den afslag mogelyk wordt. In dat geval zal, naar myn vaste overtuiging, tevens het bewys worden geleverd, dat de boven-bedoelde, in importeurskringen bestaande opvatting, onjuist moet worden geacht.

         Alvorens een advies in den vorenomschreven zin, aan het Gemeentebestuur te geven, zou ik gaarne Uw meening dienaangaande vernemen.

                                               De Directeur, In deze brief kaart de Directeur van (waarschijnlijk) de Dienst van het Marktwezen een probleem aan betreffende de visvoorziening in Amsterdam. De kernpunten zijn:
  1. Belangenverstrengeling: Er wordt gewezen op een specifieke grossier, H. Wynschenk, wiens handel op het "buitenterrein" (buiten de officiële afslag om) schadelijk wordt geacht voor de centrale visafslag.
  2. Schaarste: De schrijver stelt vast dat er een tekort is aan buitenlandse vis in Amsterdam. Hij gelooft dat als er meer vis via de officiële afslag verkocht zou worden, de prijzen stabiel zouden blijven, wat de noodzaak van extra aanvoer bewijst.
  3. Beleidsvoorstel: De Directeur stelt voor dat de Gemeente Amsterdam zelf bij de Minister van Economische Zaken om "consenten" (invoervergunningen) vraagt. Hiermee wil de gemeente de regie over de visimport naar de stad versterken en de positie van de eigen visafslag beschermen tegen de particuliere importeursbelangen.

De toon is formeel en beleidsmatig, gericht op het verkrijgen van steun van de Wethouder voor de Levensmiddelen voordat er een officieel advies aan het Gemeentebestuur wordt uitgebracht. De brief dateert uit oktober 1938. Dit was een periode van economische spanning en toenemende overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

  • Consentenstelsel: In de jaren '30 hanteerde de Nederlandse overheid een systeem van contingentering en invoervergunningen (consenten) om de eigen markt te beschermen en de handel te reguleren tijdens de economische crisis.
  • Marktwezen: De strijd tussen de officiële gemeentelijke visafslag en de vrije handel ("buitenterrein") was een terugkerend thema in Amsterdam. De gemeente probeerde de handel zoveel mogelijk via de centrale afslag te laten verlopen om kwaliteitscontrole en eerlijke prijsvorming te garanderen (en om marktgelden te innen).
  • Economische Zaken: De bemoeienis van de Minister van Economische Zaken was noodzakelijk omdat de handel in die tijd sterk centraal werd aangestuurd vanuit Den Haag.

Samenvatting

In deze brief kaart de Directeur van (waarschijnlijk) de Dienst van het Marktwezen een probleem aan betreffende de visvoorziening in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Belangenverstrengeling: Er wordt gewezen op een specifieke grossier, H. Wynschenk, wiens handel op het "buitenterrein" (buiten de officiële afslag om) schadelijk wordt geacht voor de centrale visafslag.
  2. Schaarste: De schrijver stelt vast dat er een tekort is aan buitenlandse vis in Amsterdam. Hij gelooft dat als er meer vis via de officiële afslag verkocht zou worden, de prijzen stabiel zouden blijven, wat de noodzaak van extra aanvoer bewijst.
  3. Beleidsvoorstel: De Directeur stelt voor dat de Gemeente Amsterdam zelf bij de Minister van Economische Zaken om "consenten" (invoervergunningen) vraagt. Hiermee wil de gemeente de regie over de visimport naar de stad versterken en de positie van de eigen visafslag beschermen tegen de particuliere importeursbelangen.

De toon is formeel en beleidsmatig, gericht op het verkrijgen van steun van de Wethouder voor de Levensmiddelen voordat er een officieel advies aan het Gemeentebestuur wordt uitgebracht.

Historische Context

De brief dateert uit oktober 1938. Dit was een periode van economische spanning en toenemende overheidsbemoeienis met de voedselvoorziening in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog.

  • Consentenstelsel: In de jaren '30 hanteerde de Nederlandse overheid een systeem van contingentering en invoervergunningen (consenten) om de eigen markt te beschermen en de handel te reguleren tijdens de economische crisis.
  • Marktwezen: De strijd tussen de officiële gemeentelijke visafslag en de vrije handel ("buitenterrein") was een terugkerend thema in Amsterdam. De gemeente probeerde de handel zoveel mogelijk via de centrale afslag te laten verlopen om kwaliteitscontrole en eerlijke prijsvorming te garanderen (en om marktgelden te innen).
  • Economische Zaken: De bemoeienis van de Minister van Economische Zaken was noodzakelijk omdat de handel in die tijd sterk centraal werd aangestuurd vanuit Den Haag.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Bepaling Waterlooplein 42.225
Aangegeven gevallen Waterlooplein 3060
J. Renz. Waterlooplein 6
W. Hartsuiker Waterlooplein
Alcoholhoudende dranken (*Spiritueux*) Waterlooplein 27.8
Alcoholhoudende dranken / *Spiritueux* Waterlooplein 25.1
A. Geboorte Waterlooplein 27.9
A. Geboorte Waterlooplein 25.1
Andere eet- en drinkwaren (*Autres denrées alimentaires*) Waterlooplein 1.2
Andere eet- en drinkwaren / *Autres denrées alimentaires* Waterlooplein 1.6
A. Schavrien Lepelstraat.(17)
Azijn (*Vinaigre*) Waterlooplein 0.4
Azijn / *Vinaigre* Waterlooplein 0.7
B. Dotsch Nieuwmarkt Noord-Westelijke vleugel van de brug over de N.Achtergracht tegenover den zijgevel van perceel Weesperstraat 140, tusschen een daar geplaatsten trammast en den eersten boom.(11)
B. Dotsch Waterlooplein
Belastingen naar het inkomen en vermogen Waterlooplein
Boek- en steendrukkerij Waterlooplein 44
P. Brood Waterlooplein 1.0
Brood / *Pain* Waterlooplein 1.7
Cacao en chocolade (*Cacao et chocolat*) Waterlooplein 0.4
Cacao en chocolade / *Cacao et chocolat* Waterlooplein 0.3
Chemische nijverheid Waterlooplein 2
Consumptieijs (*Glace de consommation*) Waterlooplein 3.7
Consumptieijs / *Glace de consommation* Waterlooplein 6.6
Dec., 1934 Waterlooplein Dec. '35
B. Diamant Waterlooplein 4
Diverse monsters / *Echantillons divers* Waterlooplein 6.4
Dividend- en tantièmebelasting Waterlooplein
E. Spreekmeester het verhoogde middengedeelte van het Jonas Daniel Meyerplein, recht tegenover de scheiding van de percelen no.18-20, achter de tweede rij boomen, ten Westen van het pompstation.(1)
E. Spreekmeester Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6