Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 64
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Afschrift van een ambtelijk advies van de Amsterdamse politie.

9 januari 1939.

Origineel

Afschrift van een ambtelijk advies van de Amsterdamse politie. 9 januari 1939. No.39/19/1 M.1939. AFSCHRIFT.

No.5/1018 L.M.1938
Dict.Ga/Mi.Lr.S.No.22227/1938.
Dossier U.1.b.Groep B.

Adressant, Levie Jas, geboren te Amsterdam, 22 Maart 1889, venter, wonende
Louis Bothastraat 18 huis, vraagt vergunning tot het innemen van een vaste
standplaats met een driewielige bakfiets, ten verkoop van fruit, op den
openbaren weg, het verhoogde middengedeelte van de Noorder Amstellaan, tegen
het hek van het gazon, tusschen de perceelen Noorder Amstellaan 39 en 54 –
hoekperceelen van de Waalstraat – , om daarvan dagelijks, aanvangende te 2
uur des namiddags, gebruik te maken gedurende de tijden, waarop het venten
met genoemd artikelm volgens de Verordening op de Winkelsluiting, is toege-
staan.
Met het oog op de omgeving en uit welstandsoogpunt wordt de aanwezigheid
van een dergelijke standplaats op bedoeld punt dezerzijds niet wenschelijk
geacht.
Op grond van het vorenstaande, adviseer ik, daargelaten of hiertegen andere
bedenkingen bestaan, tot afwijzing van het verzoek.

                            Amsterdam, 9 Januari 1939.
                            De Hoofdcommissaris van Politie,
                            namens dezen,
                            De Commissaris van Politie,
                            Toegevoegd voor de administratie,
                            w.g.H.Holsbergen. Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de relevante vergunningverlenende instantie (waarschijnlijk de burgemeester). Levie Jas, een joodse Amsterdammer en straatverkoper (venter), verzoekt om een vaste standplaats voor zijn bakfiets op de Noorder Amstellaan (de huidige Churchill-laan).

De politie adviseert negatief over dit verzoek. De argumentatie is niet gebaseerd op verkeersveiligheid, maar op "welstandsoogpunt". Men vindt een dergelijke kar simpelweg niet passen in het straatbeeld van deze chique buurt in Amsterdam-Zuid. In de jaren '30 werd het beleid ten aanzien van straathandel in Amsterdam steeds strenger, waarbij 'esthetiek' vaak als reden werd gebruikt om venters uit bepaalde wijken te weren. Historische context:
Het document dateert van januari 1939, een periode van grote spanning voor de joodse gemeenschap in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Noorder Amstellaan lag in de Rivierenbuurt, een wijk waar op dat moment veel joodse Amsterdammers en vluchtelingen uit nazi-Duitsland woonden.

Persoonlijke context:
Levie Jas, de aanvrager, was een joodse man. Archiefonderzoek (bijv. bij het Joods Monument) leert dat Levie Jas inderdaad op 22 maart 1889 in Amsterdam werd geboren. De afwijzing van zijn vergunning betekende een directe aantasting van zijn bestaansmiddelen. Levie Jas en zijn gezin zijn tijdens de Holocaust weggevoerd; hij is op 2 juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dergelijke documenten in politiearchieven zijn vaak de enige tastbare herinneringen aan de dagelijkse strijd om een inkomen van joodse burgers in de jaren vlak voor de deportaties.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de relevante vergunningverlenende instantie (waarschijnlijk de burgemeester). Levie Jas, een joodse Amsterdammer en straatverkoper (venter), verzoekt om een vaste standplaats voor zijn bakfiets op de Noorder Amstellaan (de huidige Churchill-laan).

De politie adviseert negatief over dit verzoek. De argumentatie is niet gebaseerd op verkeersveiligheid, maar op "welstandsoogpunt". Men vindt een dergelijke kar simpelweg niet passen in het straatbeeld van deze chique buurt in Amsterdam-Zuid. In de jaren '30 werd het beleid ten aanzien van straathandel in Amsterdam steeds strenger, waarbij 'esthetiek' vaak als reden werd gebruikt om venters uit bepaalde wijken te weren.

Historische Context

Historische context:
Het document dateert van januari 1939, een periode van grote spanning voor de joodse gemeenschap in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Noorder Amstellaan lag in de Rivierenbuurt, een wijk waar op dat moment veel joodse Amsterdammers en vluchtelingen uit nazi-Duitsland woonden.

Persoonlijke context:
Levie Jas, de aanvrager, was een joodse man. Archiefonderzoek (bijv. bij het Joods Monument) leert dat Levie Jas inderdaad op 22 maart 1889 in Amsterdam werd geboren. De afwijzing van zijn vergunning betekende een directe aantasting van zijn bestaansmiddelen. Levie Jas en zijn gezin zijn tijdens de Holocaust weggevoerd; hij is op 2 juli 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dergelijke documenten in politiearchieven zijn vaak de enige tastbare herinneringen aan de dagelijkse strijd om een inkomen van joodse burgers in de jaren vlak voor de deportaties.

Gerelateerde Documenten 6