Getypte notulen of rapportverslag (pagina 6).
Origineel
Getypte notulen of rapportverslag (pagina 6). Ongedateerd, maar gebaseerd op spelling en inhoud (o.a. 'Maatschappelyken Steun') vermoedelijk uit de jaren 30 van de 20e eeuw. −6−
in Amsterdam en wel visch, waar Amsterdam behoefte aan heeft. Naar spreker’s meening is in deze richting nog wel iets te doen. De credietwaardigheid van de venters moet worden onderzocht en de aanvoer van buitenlandsche visch kan wellicht verbeterd worden.
De heer Rooseman stelt voor, dat het Gemeentebestuur acht à tien kotters laat bouwen, die alleen voor Amsterdam zullen visschen; dit gebeurt eveneens in Den Helder en Texel. Hierdoor kan men het tekort aan platvisch aanvullen. Men zou dus een eigen visschery-bedryf moeten oprichten.
De heer L. Presser acht dit een schitterend denkbeeld, maar het is voor het oogenblik onbereikbaar. Men moet thans probeeren om visch uit Ymuiden te krygen en daarna kan men verder over de zaak studeeren.
De Voorzitter concludeert, dat er dus drie mogelykheden zyn aangegeven waarvan men denkt, dat verbetering van de vischvoorziening het gevolg zal zyn:
1o. de verdeeling van de visch over het land moet verbeterd worden;
2o. de venters moeten financieel geholpen worden;
3o. Amsterdam moet zelf kotters in de vaart brengen.
Wat punt 1 betreft zegt de Voorzitter, dat de Regeering zich hiermede beslist niet zal bemoeien, men kan de visschers niet opleggen om in bepaalde plaatsen te gaan markten. Dit is onmogelyk.
Wat punt 2 betreft zegt spreker, dat de venters geen tyd hebben om zelf naar Ymuiden te gaan. Zy moeten zich dus in Amsterdam van visch voorzien. In de practyk krygen zy ook byna geen visch uit Ymuiden, zooals S. Presser zeer terecht heeft gezegd. Het financieele vraagstuk zal mede door Maatschappelyken Steun moeten worden bekeken. Getracht moet worden de aanvoer in Amsterdam te verbeteren speciaal van Urker visch en daarnaast ook van Ymuider visch.
Punt 3 acht spreker vooralsnog onmogelyk. Sedert jaren wordt door hem hieromtrent reeds met Den Helder overleg Dit document is een verslag van een discussie, waarschijnlijk binnen een commissie van de Amsterdamse gemeenteraad, over de haperende visaanvoer in de stad. Er worden drie oplossingsrichtingen besproken:
1. Herstructurering van de landelijke distributie: De voorzitter wijst dit direct af omdat de Rijksoverheid de vrije markt (waar vissers hun vangst aanbieden) niet wil of kan dwingen.
2. Financiële steun voor visventers: Er is een erkenning dat lokale verkopers (venters) moeite hebben om aan voorraad te komen. Er wordt gesuggereerd om via de 'Maatschappelyken Steun' (een voorloper van de sociale dienst) bij te springen. Men richt de pijlen specifiek op aanvoer vanuit Urk en IJmuiden.
3. Een eigen gemeentelijke vissersvloot: De heer Rooseman stelt voor dat Amsterdam zelf kotters bouwt, naar voorbeeld van Den Helder en Texel. Hoewel dit als een goed idee wordt gezien, vindt men het financieel of organisatorisch op dat moment nog niet haalbaar.
De tekst bevat de karakteristieke 'y' in plaats van de 'ij' en de oude 'sch'-uitgang, wat typisch is voor ambtelijke schrijfmachineteksten uit de eerste helft van de 20e eeuw. De context van dit document is de economische malaise van de jaren 30 (de Grote Depressie). De term "Maatschappelyken Steun" verwijst direct naar de armenzorg en werkverschaffing uit die periode. Amsterdam kampte in die tijd met voedselvoorzieningsvraagstukken en hoge werkloosheid onder kleine zelfstandigen zoals visventers.
Interessant is de vermelding van de concurrentie of het voorbeeld van Den Helder, Texel en Urk. Urk was in die tijd (voor de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 of kort daarna) nog een eiland of net verbonden, en de visserij daar was cruciaal voor de vismarkt in de hoofdstad. De discussie over een 'eigen visschery-bedryf' voor de stad getuigt van een verregaande drang naar gemeentelijk ingrijpen in de economie om de voedselzekerheid en werkgelegenheid te waarborgen.