Archief 745
Inventaris 745-291
Pagina 67
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

25 september 1939. Van: J. Vreugdenkil, p/a Valkenburgerlaan 34 te Heemstede. Aan: De Weledelachtbare Heren Burgemeester, Wethouders en Leden van de gemeente Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (afschrift). 25 september 1939. J. Vreugdenkil, p/a Valkenburgerlaan 34 te Heemstede. De Weledelachtbare Heren Burgemeester, Wethouders en Leden van de gemeente Amsterdam. No. 46A/47/1 M. 1939. Afschrift.
No. 763 L.M. 1939.
No. 63/31 P.W. 1939.

Heemstede, 25 Sept. 1939.

De Weled. Acht. Heren
Burgemeester, Wethouders
en Leden der gem. Amsterdam.

Zeer Weled. Achtbare Heren,

In vervolg van mijn brief d.d. 8 Sept. jl. zie mijn aanbod ~~omtrent~~ voor elke aanemelike prijs omtrent het viswater, zij het mij vergund, te mogen mededelen, dat er andere gegadigden voor het viswater zijn, mag ik dus Ued. verzoeken, enig spoedig antwoord van U te mogen vernemen?

De Rijksveldwacht had reeds eerder een palingstroper bekeurd en doen veroordelen voor het kantongerecht te Alphen a/d Rijn.

Onder zeer veel verplichting en dank

Met alle Hoogachting
Uw Weled. Achtb. Dwst. Dn.
J.Vreugdenkil.
p/a Valkenburgerlaan 34
te Heemstede. In deze brief voert de heer J. Vreugdenkil de druk op bij het Amsterdamse gemeentebestuur aangaande een lopende kwestie over viswater. Hij refereert aan een eerdere brief van 8 september en benadrukt dat hij openstaat voor "elke aannemelijke prijs". De kern van de brief is de mededeling dat er kapers op de kust zijn: andere gegadigden hebben zich gemeld, waardoor hij aandringt op een spoedige reactie van de gemeente.

Interessant is de toevoeging over de Rijksveldwacht. Vreugdenkil meldt dat er al een palingstroper is bekeurd en veroordeeld in Alphen aan den Rijn. Dit dient waarschijnlijk als bewijs dat het water productief is (er zit vis die de moeite waard is om te stropen) en dat actieve handhaving of beheer door een legitieme pachter noodzakelijk is om de orde te handhaven en stroperij tegen te gaan. De brief is formeel en onderdanig van toon, zoals gebruikelijk in die tijd ("Uw Weled. Achtb. Dwst. Dn.", wat staat voor "Uw Weledelachtbare Dienstwillige Dienaar"). De brief dateert van september 1939, een turbulente maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen. Ondanks de internationale spanningen ging het dagelijks bestuur en de bureaucratie in Nederland gewoon door. De toewijzing van visrechten was een gemeentelijke aangelegenheid, zeker als het water in eigendom was van de stad Amsterdam.

Het feit dat dit een "Afschrift" is, suggereert dat dit exemplaar bedoeld was voor het dossier of voor distributie binnen een andere gemeentelijke afdeling. De diverse referentienummers bovenaan de brief duiden op een zorgvuldige administratieve verwerking door verschillende diensten (mogelijk Militaire zaken, Landmeetkunde en Publieke Werken, gezien de initialen M., L.M. en P.W.). De vermelding van de Rijksveldwacht plaatst het document in het tijdperk vóór de grote politie-reorganisatie van de bezettingstijd; de Rijksveldwacht was tot 1941 het landelijke politiekorps in de kleinere gemeenten.

Samenvatting

In deze brief voert de heer J. Vreugdenkil de druk op bij het Amsterdamse gemeentebestuur aangaande een lopende kwestie over viswater. Hij refereert aan een eerdere brief van 8 september en benadrukt dat hij openstaat voor "elke aannemelijke prijs". De kern van de brief is de mededeling dat er kapers op de kust zijn: andere gegadigden hebben zich gemeld, waardoor hij aandringt op een spoedige reactie van de gemeente.

Interessant is de toevoeging over de Rijksveldwacht. Vreugdenkil meldt dat er al een palingstroper is bekeurd en veroordeeld in Alphen aan den Rijn. Dit dient waarschijnlijk als bewijs dat het water productief is (er zit vis die de moeite waard is om te stropen) en dat actieve handhaving of beheer door een legitieme pachter noodzakelijk is om de orde te handhaven en stroperij tegen te gaan. De brief is formeel en onderdanig van toon, zoals gebruikelijk in die tijd ("Uw Weled. Achtb. Dwst. Dn.", wat staat voor "Uw Weledelachtbare Dienstwillige Dienaar").

Historische Context

De brief dateert van september 1939, een turbulente maand waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak met de Duitse inval in Polen. Ondanks de internationale spanningen ging het dagelijks bestuur en de bureaucratie in Nederland gewoon door. De toewijzing van visrechten was een gemeentelijke aangelegenheid, zeker als het water in eigendom was van de stad Amsterdam.

Het feit dat dit een "Afschrift" is, suggereert dat dit exemplaar bedoeld was voor het dossier of voor distributie binnen een andere gemeentelijke afdeling. De diverse referentienummers bovenaan de brief duiden op een zorgvuldige administratieve verwerking door verschillende diensten (mogelijk Militaire zaken, Landmeetkunde en Publieke Werken, gezien de initialen M., L.M. en P.W.). De vermelding van de Rijksveldwacht plaatst het document in het tijdperk vóór de grote politie-reorganisatie van de bezettingstijd; de Rijksveldwacht was tot 1941 het landelijke politiekorps in de kleinere gemeenten.

Gerelateerde Documenten 6