Archiefdocument
Origineel
14 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). VP/HG. extra [handgeschreven]
53/48/2 M.
14 Juni 1939.
Restitutie entréegeld
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat W. Schönberger, gewoond hebbende Rozensteinscheweg 14 te Hilversum, op 18 Maart jl. is overleden. Hem was als kooper toegang tot de Centrale Markt verleend en hij had het terzake verschuldigde entréegeld ten bedrage van ƒ 10,-, alsmede voor een lid van zijn personeel ten bedrage van ƒ 2,-, voor het kalenderjaar 1939 betaald. Blijkens een op 9 Juni jl. door den notaris Mr.J.B.Luykx bij mijn dienst ingediende verklaring, zijn twee minderjarige kinderen tot de nalatenschap van wijlen Schönberger voornoemd gerechtigd, welke kinderen worden vertegenwoordigd door hun voogd J. Brienne. Deze heeft verzocht om voor restitutie van het teveel betaalde entréegeld in aanmerking te mogen komen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij billijk. Indien het entréegeld tot 18 Maart jl. volgens het tarief per kalendermaand en per kalenderweek was betaald, zou in totaal een bedrag van ƒ 3,75 zijn schuldig geweest.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, bij Besluit van Burgemeester en Wethouders teruggave van betaald entréegeld voor de Centrale Markt wordt verleend aan J. Brienne q.q., tot een bedrag van ƒ 8,25 (ƒ 12,- - ƒ 3,75).
De Directeur, * Doel: Een formeel verzoek van een directeur aan een wethouder om een gedeeltelijke terugbetaling van marktgeld goed te keuren.
* Aanleiding: De handelaar W. Schönberger is op 18 maart 1939 overleden. Hij had voor het gehele jaar 1939 vooruitbetaald voor zichzelf en een personeelslid.
* Juridische basis: Er wordt verwezen naar artikel 36 van de 'Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden'.
* Financiële berekening: Het totaal betaalde bedrag was ƒ 12,00. Op basis van een pro-rata berekening (maand/week-tarief) tot de datum van overlijden zou slechts ƒ 3,75 verschuldigd zijn. Het restitutiebedrag bedraagt dus ƒ 8,25.
* Betrokkenen: Naast de overledene worden de notaris (Mr. J.B. Luykx) en de voogd van de minderjarige kinderen (J. Brienne) genoemd. De afkorting "q.q." (qualitate qua) bij J. Brienne duidt aan dat hij handelt in zijn hoedanigheid als voogd. Dit document stamt uit juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de nauwgezette gemeentelijke administratie van die tijd. De "Centrale Markt" verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam (gezien de structuur van de brief en de term 'levensmiddelen'), hoewel de overledene in Hilversum woonde. Het toont aan hoe billijkheid (fairness) werd toegepast in administratieve zaken: wanneer een ondernemer overleed, werd het teveel betaalde jaarbedrag naar rato gerestitueerd aan de erfgenamen. De brief illustreert ook de juridische afwikkeling van nalatenschappen waarbij minderjarigen betrokken waren via een officieel aangestelde voogd en tussenkomst van een notaris.