Archief 745
Inventaris 745-292
Pagina 320
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief (ambtelijke correspondentie).

14 juni 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt).

Origineel

Dienstbrief (ambtelijke correspondentie). 14 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). [Rechtsboven handgeschreven:] M. [onleesbaar]

VP/HG.

53/48/2 M.
14 Juni 1939.

Restitutie entréegeld
Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat W.Schön-
berger, gewoond hebbende Rozensteinscheweg 14 te Hilversum,
op 18 Maart jl. is overleden. Hem was als kooper toegang tot
de Centrale Markt verleend en hij had het terzake verschul-
digde entréegeld ten bedrage van ƒ 10,-, alsmede voor een lid
van zijn personeel ten bedrage van ƒ 2,-, voor het kalender-
jaar 1939 betaald. Blijkens een op 9 Juni jl. door den nota-
ris Mr.J.B.Tuykx bij mijn dienst ingediende verklaring, zijn
twee minderjarige kinderen tot de nalatenschap van wijlen
Schönberger voornoemd gerechtigd, welke kinderen worden ver-
tegenwoordigd door hun voogd J.Brienne. Deze heeft verzocht
om voor restitutie van het teveel betaalde entréegeld in aan-
merking te mogen komen. Inwilliging van dit verzoek lijkt mij
billijk. Indien het entréegeld tot 18 Maart jl. volgens het
tarief per kalendermaand en per kalenderweek was betaald, zou
in totaal een bedrag van ƒ 3,75 zijn schuldig geweest.

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen
bevorderen, dat, ingevolge artikel 36 van de Verordening op
de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, bij Besluit
van Burgemeester en Wethouders teruggave van betaald entrée-
geld voor de Centrale Markt wordt verleend aan J.Brienne q.q.,
tot een bedrag van ƒ 8,25 (ƒ 12,- - ƒ 3,75).

De Directeur, * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de late jaren '30 ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").
* Kern van de zaak: De heer W. Schönberger, een inkoper op de Centrale Markt, is op 18 maart 1939 overleden. Hij had voor het volledige kalenderjaar entreegeld betaald (totaal ƒ 12,-). De voogd van zijn twee minderjarige kinderen vraagt om teruggave van het gedeelte van het jaar waarin geen gebruik meer is gemaakt van de marktpas.
* Financiële berekening: De directeur stelt voor om het bedrag pro rata te verrekenen. Over de periode tot aan het overlijden (1 januari tot 18 maart) zou de overledene ƒ 3,75 verschuldigd zijn geweest. Het restitueerbare bedrag komt daarmee op ƒ 8,25.
* Juridische grondslag: Er wordt specifiek verwezen naar artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. Dit geeft aan dat dergelijke restituties aan strikte regels gebonden waren en een besluit van B&W vereisten. Dit document biedt een inkijkje in de administratieve afwikkeling van ondernemerszaken in het vooroorlogse Nederland (juni 1939). De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) was een vitaal onderdeel van de stedelijke economie.

Opmerkelijk is de precisie waarmee de bureaucratie destijds te werk ging voor een bedrag van 8 gulden en 25 cent (vandaag de dag met een koopkrachtwaarde van circa € 80,- tot € 100,-). Het document illustreert ook de persoonlijke tragedies achter de administratie: een ondernemer die overlijdt en jonge kinderen achterlaat, waarbij een voogd (J. Brienne) en een notaris (Mr. J.B. Tuykx) betrokken zijn om de erfenis en de zakelijke belangen af te wikkelen. De vermelding "q.q." (qualitate qua) achter de naam van de voogd bevestigt dat hij in zijn officiële hoedanigheid als vertegenwoordiger van de kinderen handelt.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document is opgesteld in de formele, ambtelijke stijl van de late jaren '30 ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging").
  • Kern van de zaak: De heer W. Schönberger, een inkoper op de Centrale Markt, is op 18 maart 1939 overleden. Hij had voor het volledige kalenderjaar entreegeld betaald (totaal ƒ 12,-). De voogd van zijn twee minderjarige kinderen vraagt om teruggave van het gedeelte van het jaar waarin geen gebruik meer is gemaakt van de marktpas.
  • Financiële berekening: De directeur stelt voor om het bedrag pro rata te verrekenen. Over de periode tot aan het overlijden (1 januari tot 18 maart) zou de overledene ƒ 3,75 verschuldigd zijn geweest. Het restitueerbare bedrag komt daarmee op ƒ 8,25.
  • Juridische grondslag: Er wordt specifiek verwezen naar artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden. Dit geeft aan dat dergelijke restituties aan strikte regels gebonden waren en een besluit van B&W vereisten.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de administratieve afwikkeling van ondernemerszaken in het vooroorlogse Nederland (juni 1939). De Centrale Markt (waarschijnlijk die van Amsterdam, gezien de terminologie en structuur) was een vitaal onderdeel van de stedelijke economie.

Opmerkelijk is de precisie waarmee de bureaucratie destijds te werk ging voor een bedrag van 8 gulden en 25 cent (vandaag de dag met een koopkrachtwaarde van circa € 80,- tot € 100,-). Het document illustreert ook de persoonlijke tragedies achter de administratie: een ondernemer die overlijdt en jonge kinderen achterlaat, waarbij een voogd (J. Brienne) en een notaris (Mr. J.B. Tuykx) betrokken zijn om de erfenis en de zakelijke belangen af te wikkelen. De vermelding "q.q." (qualitate qua) achter de naam van de voogd bevestigt dat hij in zijn officiële hoedanigheid als vertegenwoordiger van de kinderen handelt.

Gerelateerde Documenten 6