Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 108
Dossier 10
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

No 64/32/1 M. 1339 ½
L.e Spuistraat 19
B. Witteveen, van Beuningenstraat 18g

heeft voor het kalenderjaar 1935 een
plaats binnen de hal op de Centrale Markt
genomen en moest hiervoor betalen f 300.-
Hij heeft 3 termijnen à f 25 betaald f 75.-
en is na Maart 1935 van de markt
verdwenen met een schuld groot f 225.-

In het begin van 1939 heeft hij verzocht
weer op de Centrale markt te mogen komen;
nu echter als kooper. (Leg. No 2678)

De Directeur heeft dit goedgevonden en
bepaald dat Witteveen niet zou worden
aangesproken voor bovengenoemde schuld
omdat die schuld intusschen was verjaard.

Na de beslissing van den Wethouder van
Financiën dat getracht moet worden ook oude
verjaarde belasting te innen, kunnen wij
m.i. deze zaak zoo niet laten loopen.

Witteveen heeft bij het verlaten van de
Centrale markt verzuimd ontheffing te vragen.
Indien hij dit wel had gedaan, zou zijn schuld
belangrijk lager zijn geweest.
Ik stel voor die ontheffing alsnog te
verleenen en wel tot een bedrag van f 197.50
als volgt gespecificeerd:
Schuld f 225.-
af verschil maand- jaartarief
3 maanden à f 5.- f 15.-
af teruggaaf aan
grossiers, die voor 1935
een jaarplaats namen,
gegeven restitutie over 1934 12.50 27.50


f 197.50
(de markt opende op 15/10 1934.
Het jaartarief kon niet worden
toegepast; de betaalde maand-
plaatsen in 1934 werden daarom
verrekend tegen het jaartarief) Dit document is een ambtelijke notitie over de openstaande schuld van een zekere B. Witteveen. In 1935 had hij een standplaats op de Centrale Markt in Amsterdam (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat), maar hij vertrok na drie maanden zonder de volledige huur te betalen. Zijn restschuld bedroeg 225 gulden.

Wanneer Witteveen in 1939 terugkeert naar de markt, ditmaal als inkoper, ontstaat er een discussie over deze schuld. De directeur van de markt wilde de schuld kwijtschelden omdat deze verjaard was. Echter, door een nieuwe richtlijn van de Wethouder van Financiën moet er actiever geprobeerd worden om ook oude, verjaarde schulden te innen.

De schrijver van de notitie stelt een compromis voor: Witteveen krijgt alsnog een 'ontheffing' (korting) die hij destijds had kunnen krijgen als hij zijn vertrek correct had gemeld en omdat hij recht had op een bepaalde restitutie uit 1934. Na aftrek van deze bedragen (f 27,50 in totaal) blijft er een te betalen bedrag over van f 197,50. Het document weerspiegelt de administratieve precisie van gemeentelijke diensten in de jaren dertig. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam. Het vermelden van de "Leg. No 2678" (Legitimatiebewijs nummer) duidt op de strenge regulering van wie de markt mocht betreden. De verwijzing naar de Wethouder van Financiën toont aan dat in deze periode van economisch herstel (net voor de Tweede Wereldoorlog) de gemeente Amsterdam trachtte de inkomsten te maximaliseren door zelfs op verjaarde vorderingen terug te komen.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke notitie over de openstaande schuld van een zekere B. Witteveen. In 1935 had hij een standplaats op de Centrale Markt in Amsterdam (waarschijnlijk de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat), maar hij vertrok na drie maanden zonder de volledige huur te betalen. Zijn restschuld bedroeg 225 gulden.

Wanneer Witteveen in 1939 terugkeert naar de markt, ditmaal als inkoper, ontstaat er een discussie over deze schuld. De directeur van de markt wilde de schuld kwijtschelden omdat deze verjaard was. Echter, door een nieuwe richtlijn van de Wethouder van Financiën moet er actiever geprobeerd worden om ook oude, verjaarde schulden te innen.

De schrijver van de notitie stelt een compromis voor: Witteveen krijgt alsnog een 'ontheffing' (korting) die hij destijds had kunnen krijgen als hij zijn vertrek correct had gemeld en omdat hij recht had op een bepaalde restitutie uit 1934. Na aftrek van deze bedragen (f 27,50 in totaal) blijft er een te betalen bedrag over van f 197,50.

Historische Context

Het document weerspiegelt de administratieve precisie van gemeentelijke diensten in de jaren dertig. De Centrale Markt was een cruciaal logistiek punt voor de voedselvoorziening in Amsterdam. Het vermelden van de "Leg. No 2678" (Legitimatiebewijs nummer) duidt op de strenge regulering van wie de markt mocht betreden. De verwijzing naar de Wethouder van Financiën toont aan dat in deze periode van economisch herstel (net voor de Tweede Wereldoorlog) de gemeente Amsterdam trachtte de inkomsten te maximaliseren door zelfs op verjaarde vorderingen terug te komen.

Gerelateerde Documenten 6