Officiële brief/kennisgeving (doorslag of origineel op briefpapier).
Origineel
Officiële brief/kennisgeving (doorslag of origineel op briefpapier). 12 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer J. Brilleslijper, Nwe. Uilenburgerstraat 82 hs., Amsterdam-C. [Linksboven, getypt:]
VP/DV.
64/54/5 M. / 1939 [1939 is handgeschreven onderstreept]
[Middenboven, diagonaal handgeschreven in inkt:]
Aangeteekend
[Paraaf]
[Rechtsboven, handgeschreven in blauw/groen potlood:]
hr. Müller
[Rechtsboven, paars stempel/teken:]
(B)
[Datum, getypt:]
12 Januari 1940
[Adres, getypt:]
den Heer J. Brilleslijper,
Nwe. Uilenburgerstraat 82 hs.,
Amsterdam-C.
Wijk 2.
[Inhoud brief, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 November jl. bericht ik U, dat Burgemeester en Wethouders hebben besloten, gerekend te zijn ingegaan 1 December jl., het met U aangegane huurcontract inzake pakhuisafdeeling no. E 4 op de Centrale Markt te ontbinden. Uit vorenvermelden hoofde is U nog een bedrag van f 33,32 schuldig, welk bedrag U zoo spoedig mogelijk dient te betalen bij den kassier te mijnen kantore of door overschrijving op rekening no. 74 van de Centrale Markt bij het Girokantoor der Gemeente Amsterdam. Zoolang de bedoelde betaling niet heeft plaats gehad, kunt U in geen geval andermaal tot de Centrale Markt worden toegelaten.
[Afsluiting, getypt:]
De Directeur,
[Linksonder, diagonaal handgeschreven in blauw potlood:]
in behandeling
aanhouden Deze brief is een formele mededeling van de directie van de Centrale Markt in Amsterdam aan de heer J. Brilleslijper. De kern van de brief is de eenzijdige ontbinding van een huurcontract voor een pakhuisruimte (sectie E 4), met terugwerkende kracht tot 1 december 1939.
De toon van de brief is streng en zakelijk. Er wordt melding gemaakt van een achterstallige schuld van 33,32 gulden. Opvallend is de sanctie die wordt opgelegd: de ontvanger krijgt expliciet een toegangsverbod voor de Centrale Markt totdat de schuld is vereffend. Dit wijst op een strikt administratief beleid van de gemeente Amsterdam destijds. De handgeschreven aantekeningen ("Aangeteekend" en "in behandeling aanhouden") duiden op een lopend dossier waarbij de brief als bewijsstuk diende voor de verzending en opvolging. Het document dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad.
De geadresseerde, de heer J. Brilleslijper, woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, een straat in de toenmalige Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse handelaren en marktkooplieden hadden hun opslag en nering rondom de Centrale Markt. Gezien de datum en de locatie is dit document van historisch belang voor onderzoek naar de economische positie van Joodse Amsterdammers vlak voor het begin van de bezetting. De familienaam Brilleslijper is bovendien een bekende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam (denk aan de zussen Janny en Lientje Brilleslijper).