Getypte ambtelijke brief/advies.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies. 5 januari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen te Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:]
ter. Mr. Brouse
ter. Mr. Müller
[Midden-links:]
VP/HG.
[Links:]
64/55/2 M. [in rood:] 1939
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 5/1-40
[Rechtsboven, getypt:]
5 Januari 1940.
[Links:]
Ontbinding huurcontract
pakhuisafdeeling Centrale Markt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat B. van
Thijn, Wielingenstraat 18, die pakhuisafdeeling no. E 21 op
de Centrale Markt heeft gehuurd voor den prijs van ƒ 800,-
per jaar, voor de periode van 15 Juni 1939 tot en met 30
Juni 1940, mij schriftelijk heeft verzocht met ingang van
1 Januari 1940 van de verplichtingen van het bedoelde huur-
contract te worden ontheven. Van Thijn blijkt financieel
niet langer in staat te zijn om in de bedoelde pakhuisafdee-
ling zijn zaken te doen; de afdeeling is gesloten en Van
Thijn is van de Centrale Markt verdwenen. Op dien grond be-
staat mijnerzijds tegen inwilliging van zijn verzoek geen
bezwaar, weshalve ik de eer heb U te adviseeren wel te willen
bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wethouders
het bedoelde huurcontract wordt ontbonden verklaard, zulks
gerekend te zijn ingegaan 1 Januari jl.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Dit document is een formeel ambtelijk advies aan de Amsterdamse wethouder voor de Levensmiddelen. De directeur van de Centrale Markt adviseert om het huurcontract van B. van Thijn voor een pakhuis (E 21) voortijdig te ontbinden per 1 januari 1940. Als reden wordt opgegeven dat de huurder financieel niet meer in staat is zijn bedrijf uit te oefenen en reeds van de markt "verdwenen" is. Het document illustreert de administratieve afhandeling van leegstand en zakelijke beëindigingen op de Centrale Markthallen vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De brief dateert van januari 1940, vier maanden voor de Duitse inval. De huurder, B. van Thijn, woonde in de Wielingenstraat, een straat in de Rivierenbuurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden. Hoewel de brief spreekt van financiële onmacht, is het in de historische context van belang dat veel Joodse marktkooplieden en handelaren al vóór de feitelijke bezetting te maken kregen met toenemende onzekerheid en economische druk. De formulering dat de huurder van de markt is "verdwenen" kan wijzen op een abrupt vertrek of het staken van activiteiten onder druk van de tijdsomstandigheden. De Centrale Markthallen waren het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam, waar strikte regels golden voor huur en gebruik van faciliteiten.