Archiefdocument
Origineel
16 februari 1939 [Bovenaan gecentreerd/rechts in rood potlood:]
5 doorst.
Concept 66/3/5
M/v
Vordering op G.A. Bensenberg
[Rechtsboven:]
A'dam 16 Februari 1939.
10/2-'39
[Paraaf] W.v.H.
[Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 66/3/4 1939
DOORGEZONDEN: 11/2
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw beantbrief d.d. 10 dezer om advies ontvangen stukken no. 851 R/M/1938 heb ik de eer U te berichten, dat ik [doorgehaald: tot] met mijn rapport d.d. 1 December 1938 (No. 66/3/5/M) voorstelde [doorgehaald] Bensenberg tot betaling van zijn schuld te noodzaken, omdat ik uit het feit, dat hij een groentenwinkel heeft, afleidde, dat hij tot betaling in staat moet worden geacht. Op 26 Januari jl. ontving ik echter een brief van den directeur van den dienst voor Maatschappelijke Hulpbetoon te Velsen, van welken brief ik in bijlage dezes een afschrift overleg. Hieruit blijkt, dat Bensenberg onmachtig is om [doorgehaald: in staat is] de verschuldigde huur te betalen. Ik heb hem [doorgehaald: op het] verzoek van den vorenvermelden directeur voorloopig wederom als kooper tot de C.M. toegelaten. Bij de beoordeeling van zijn schuld kan m.i.
[Verticaal in de linkermarge geschreven:]
rekening worden gehouden met de omstandigheid, dat hij de tijd gedurende welke hij hetgeen niet langer heeft gebruikt dan den termijn dien hij heeft betaald. Had hij tijdig ontheffing van het huurcontract gevraagd, op grond van financiëele onmacht, dan zou dat verzoek zeer waarschijnlijk zijn ingewilligd. Hoewel het feit, dat hij zonder meer is vertrokken natuurlijk moet worden afgekeurd, meen ik toch, dat in de gegeven omstandigheden [doorgehaald: aanleiding] bestaat om, overeenkomstig het verzoek van den vorenvermelden directeur, kwijtschelding van deze [brief breekt hier af]. Dit document is een ambtelijk advies of conceptbrief betreffende een incassoprocedure tegen een zekere G.A. Bensenberg. De kern van de zaak is een onbetaalde huurschuld.
- Aanleiding: De rapporteur was aanvankelijk van mening dat Bensenberg kon betalen omdat hij een eigen groentewinkel dreef.
- Nieuwe feiten: Informatie van de sociale dienst ("Maatschappelijke Hulpbetoon") uit Velsen weerspreekt dit: de schuldenaar verkeert in diepe financiële problemen.
- Conclusie: De ambtenaar stelt een koerswijziging voor. Bensenberg is inmiddels weer voorlopig toegelaten als koper bij de "C.M.". Ondanks het feit dat de man zonder opzegging is vertrokken (wat ambtelijk wordt afgekeurd), wordt geadviseerd om tot kwijtschelding over te gaan. Dit wordt gerechtvaardigd door het feit dat hij het gehuurde niet langer heeft gebruikt dan de periode waarvoor hij feitelijk betaald had. Het document geeft een inkijkje in de sociaal-economische realiteit van Amsterdam in de late jaren dertig, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De afkorting "C.M." in combinatie met de context van een groentewinkel verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, het zenuwcentrum van de voedseldistributie in die tijd.
De term "Maatschappelijke Hulpbetoon" was de toenmalige aanduiding voor wat we tegenwoordig sociale zaken of de bijstand noemen. Het document illustreert de interactie tussen verschillende overheidsinstanties (marktbeheer en sociale zorg) waarbij getracht werd een balans te vinden tussen strikte handhaving van contracten en de harde realiteit van kleinschalige ondernemers in financiële nood tijdens de crisisjaren.