Getypte ambtelijke brief / adviesnota.
Origineel
Getypte ambtelijke brief / adviesnota. 5 september 1939. Waarschijnlijk de directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud). [Rechtsboven handgeschreven in blauwe inkt: W. Muller]
vP/HG.
70/3/3 M.
n 4 5 September 1939.
Wijziging uitbreidingsplan
in verband met verhuring
terreinsgedeelte Centrale Markt. den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 21
Juli jl. om advies ontvangen stukken no. 417 L.M. 1939 heb ik de
eer U te berichten, dat het zich onder deze stukken bevindende
rapport van mijn Ambtgenoot voor de Publieke Werken d.d. 10 Juli
jl. (Grb.2386/Doss. F.200-0-1 .S.O.) mij aanleiding geeft tot de
volgende opmerkingen.
Voor zoo ver mijn informaties strekken heeft de dienst
van het Marktwezen steeds het standpunt ingenomen, dat de Cen-
trale Markt aan de smalle terreinstrook ten Oosten van het
Oostelijke Marktkanaal geen behoefte heeft. Toen die strook des-
ondanks bij de Centrale Markt is gevoegd, was het aanvankelijk
de bedoeling haar voor het lossen van marktgoederen te bestemmen,
namelijk voor de aflevering door markttuinders aan venters. Deze
bedoeling kon niet worden verwezenlijkt, omdat een aanvankelijk
ontworpen brug over het Oostelijke Marktkanaal naar de Buyskade
niet werd gebouwd. Daardoor werd de bedoelde strook voor de
markt ten eenenmale onbruikbaar. Zou het doel der strook geweest
zijn, zooals mijn Ambtgenoot dit aangeeft, namelijk het voor-
komen dat ter plaatse gelegenheid voor het aanleggen van vaar-
tuigen zou ontstaan, dan vraag ik mij af, waarom de strook een
breedte van ten minste 13 m heeft, terwijl, een strook van bijv.
3 m breedte voor dit doel voldoende zou zijn geweest.
Hoe dit zij, de strook, die een oppervlakte heeft van
ruim 6000 m2, is er thans en zij dient alleen voor een hoofdbuis
der gasleiding, die erin is gelegd. De Centrale Markt draagt [einde pagina] * Kern van het document: De brief betreft een ambtelijk advies over een stuk grond bij de Centrale Markt in Amsterdam. De schrijver betoogt dat een specifieke strook grond ten oosten van het Oostelijke Marktkanaal overbodig is voor de marktactiviteiten.
* Ruimtelijke ordening: Er wordt verwezen naar een mislukt plan: de strook was bedoeld voor de overdracht van goederen tussen tuinders en venters, maar dit werd onmogelijk omdat een geplande brug naar de Buyskade nooit is gebouwd.
* Bestuurlijke discussie: Er is sprake van een meningsverschil met de afdeling Publieke Werken. De schrijver betwist de visie van zijn ambtgenoot dat de strook enkel dient om het aanleggen van schepen te voorkomen; de breedte van 13 meter is daarvoor immers disproportioneel (3 meter zou volstaan).
* Huidig gebruik (1939): De grond van 6000 m² ligt op dat moment braak, met uitzondering van een ondergrondse hoofdgasleiding. * Locatie: Het betreft het terrein van de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (nabij de Jan van Galenstraat). De genoemde geografische punten (Oostelijk Marktkanaal en Buyskade) plaatsen het document exact in dit gebied.
* Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 5 september 1939. Dit is slechts vier dagen na de Duitse inval in Polen, het begin van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een strikt administratief karakter heeft over lokale ruimtelijke ordening, vond deze correspondentie plaats in een uiterst onzekere internationale context.
* Terminologie: Termen als "kantbrief", "venters" en "ten eenenmale" zijn typerend voor de vooroorlogse ambtelijke taal in Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die cruciaal was voor de distributie en markttoezicht in de stad.