Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 4 april 1939. Waarschijnlijk een beheerder van de Centrale Markthallen (handgeschreven naam rechtsboven: "M. Müller"). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller
[Midden boven:] vP/HG. [Handgeschreven:] Verzonden 4/4
[Linksboven:]
69/1/5 M.
1
[Rechtsmidden:] 4 April 1939.
[Links:]
Verzoek van A.Eppinga om
winkelhuis Jan van Galen-
straat 18 te mogen huren.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat zich tot mij heeft gewend A.Eppinga, Bosch en Lommerweg 116, die het winkelhuis Jan van Galenstraat no.18 (in het entréegebouw der Centrale Markt) met ingang van 1 Juli a.s. wenscht te huren voor den tijd van één jaar, voor den prijs van f 500,- voor welken prijs ook het overeenkomstige winkelhuis no.20 is verhuurd aan H.A.Veringa. Eppinga is voornemens in het bedoelde winkelhuis een kantoor te vestigen van een nieuw bouwspaarfonds, waarvan hij als directeur optreedt. Toen over den huurprijs met hem overeenstemming was bereikt, heb ik hem, op zijn verzoek, bericht, dat ik zou voorstellen om hem het bedoelde winkelhuis voor den overeengekomen prijs te verhuren.
Alvorens het desbetreffende voorstel te doen, heb ik echter informatie omtrent Eppinga ingewonnen bij de N.V. Van der Graaf & Co.'s Bureaux voor den handel. Afschrift van deze informatie wordt hierbij overgelegd. In verband met de daarin gemaakte opmerking, dat men eenigszins sceptisch staat tegenover particulier opgezette bouwspaarfondsen, heb ik mij om nadere inlichtingen gewend tot de afdeeling Grondbedrijf van den dienst der Publieke Werken. Mij is gebleken, dat deze afdeeling het ongewenscht acht, om een bouwspaarfonds zooals door Eppinga bedoeld, in een Gemeentelijk gebouw te vestigen, omdat daardoor bij derden de indruk wordt gewekt, met een min of meer "officieele" instantie te doen te hebben. In dit schrijven brengt een ambtenaar (vermoedelijk van de Markthallen) verslag uit aan de wethouder over een lopende huuraanvraag. De heer A. Eppinga toont interesse in een pand aan de Jan van Galenstraat 18, onderdeel van het entreegebouw van de Centrale Markt in Amsterdam.
De kern van de brief is een waarschuwing of negatief advies na een aanvankelijke prijsafspraak. De schrijver heeft discreet onderzoek gedaan bij een handelsinformatiebureau (Van der Graaf & Co.) en bij de gemeentelijke afdeling Grondbedrijf. De belangrijkste conclusie is dat het vestigen van een particulier bouwspaarfonds in een officieel gemeentepand ongewenst is. De angst is dat de aanwezigheid in een dergelijk pand de suggestie van overheidsgarantie of een officiële status zou kunnen wekken bij het publiek, wat misleidend zou kunnen zijn voor een particuliere onderneming. Het document dateert uit april 1939, een periode van economische onzekerheid vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West waren in die tijd een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening.
Bouwspaarfondsen waren in de jaren '30 in opkomst als particulier initiatief om woningbouw te financieren, maar stonden onder streng toezicht of werden met argwaan bekeken door de overheid vanwege het risico op financiële instabiliteit. De brief illustreert de zorgvuldigheid van de Amsterdamse ambtenarij in die tijd: men keek niet alleen naar de huurinkomsten (f 500,- per jaar), maar ook naar de maatschappelijke uitstraling en de betrouwbaarheid van de huurder in relatie tot de status van gemeentelijk vastgoed.